Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BK5655

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
22-10-2009
Datum publicatie
08-12-2009
Zaaknummer
08-2910 AOW
Rechtsgebieden
Civiel recht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering appellant toe te laten tot de vrijwillige verzekering. De Raad stelt vast dat appellant in ieder geval gedurende het jaar voorafgaande aan de aanvraag niet verplicht verzekerd was krachtens de AOW en de ANW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

08/2910 AOW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats], Marokko (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 16 april 2008, 07/1009

(hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).

Datum uitspraak: 22 oktober 2009

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 september 2009. Appellant is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. B.T.S.J. Maarschalkerweerd.

II. OVERWEGINGEN

1. Op de aanvraag van appellant op 24 juli 2006 om deelname aan de vrijwillige verzekering AOW en ANW is door de Svb, bij besluit van 11 oktober 2006, afwijzend beslist. Het door appellant hiertegen ingediende bezwaar is bij beschikking op bezwaar van 1 februari 2007 (hierna: bestreden besluit) door de Svb ongegrond verklaard. Daarbij heeft de Svb overwogen dat appellant niet bevoegd is deel te nemen aan de vrijwillige verzekering omdat hij in het jaar voorafgaande aan de aanvraag niet verplicht verzekerd is geweest. Voorts heeft de Svb opgemerkt dat appellant sinds zijn vertrek uit Nederland in 1991 niet verplicht verzekerd is geweest voor de volksverzekeringen omdat hij een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) had van minder dan 35% van het bruto minimumloon.

2. In de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank geoordeeld geen grond te zien het bestreden besluit voor onjuist te houden.

3. In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat hij een WAO-uitkering ontvangt en hij bereid is de verschuldigde premies voor de vrijwillige verzekering te betalen.

4. De Raad overweegt als volgt.

4.1. Ingevolge de artikelen 34, 35 en 36 van de AOW en 63, 63a en 63b van de ANW is vrijwillige verzekering ingevolge de AOW en de ANW alleen mogelijk in aansluiting op een periode van verplichte verzekering ingevolge die wetten en voor zover de aanvraag voor toelating tot de vrijwillige verzekering wordt ingediend uiterlijk één jaar na de dag waarop de verplichte verzekering is geëindigd.

4.2. Appellant heeft op 24 juli 2006 verzocht om toelating tot de vrijwillige verzekering krachtens de AOW en de ANW. De Raad stelt vast dat appellant in ieder geval gedurende het jaar voorafgaande aan deze aanvraag niet verplicht verzekerd was krachtens die wetten, zodat de Svb terecht geweigerd heeft appellant toe te laten tot de vrijwillige verzekering.

4.3. Uit het vorenstaande vloeit voort dat het hoger beroep niet kan slagen, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

5. Voor een veroordeling tot vergoeding van proceskosten ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door H.J. Simon, in tegenwoordigheid van W. Altenaar als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 22 oktober 2009.

(get.) H.J. Simon.

(get.) W. Altenaar.

mm