Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BK5371

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
04-12-2009
Datum publicatie
07-12-2009
Zaaknummer
08-4164 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek van appellante om terug te komen van zijn beslissing van 9 oktober 2002 tot de intrekking van haar arbeidsongeschiktheidsuitkering per 4 december 2002. De door appellante in hoger beroep overgelegde informatie bevat geen nieuwe feiten of omstandigheden met betrekking tot de datum in geding, nog daargelaten dat ingevolge artikel 4: 6 van de Awb deze informatie bij het verzoek om herziening had dienen te worden overgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

08/4164 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Middelburg van 3 juni 2008, 07/996

(hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen

(hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 4 december 2009

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. C.L. de Koeijer, advocaat te Terneuzen, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Namens appellante zijn aanvullende stukken ingezonden, waarop het Uwv heeft gereageerd.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 oktober 2009, waar appellante is verschenen met mr. De Koeijer, voornoemd. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door A.J.J.M. van Eijk.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Bij besluit van 28 maart 2007 heeft het Uwv het verzoek van appellante om terug te komen van zijn beslissing van 9 oktober 2002 tot de intrekking van haar arbeidsongeschiktheidsuitkering per 4 december 2002, afgewezen.

1.2. Bij besluit van 27 augustus 2007 (hierna: bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellante ongegrond verklaard.

2. De rechtbank is in de aangevallen uitspraak tot het oordeel gekomen dat het Uwv, gelet op artikel 4:6, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), terecht heeft geoordeeld dat niet is gebleken van nieuwe feiten of omstandigheden op grond waarvan het bestreden besluit niet in stand kan blijven.

3. In hoger beroep is namens appellante -kort samengevat- aangevoerd dat er sprake is van nieuwe inzichten (fibromyalgie) in het destijds bestaande ziektebeeld, die waren zij ten tijde van het nemen van het eerdere besluit geweest, hadden geleid tot het achterwege blijven van het besluit tot intrekking van haar arbeidsongeschiktheidsuitkering. Ter ondersteuning heeft appellante gewezen op de in hoger beroep overgelegde stukken.

4. De Raad deelt het oordeel van de rechtbank en de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen. De door appellante in hoger beroep overgelegde informatie bevat evenmin nieuwe feiten of omstandigheden met betrekking tot de datum in geding, nog daargelaten dat ingevolge artikel 4: 6 van de Awb deze informatie bij het verzoek om herziening had dienen te worden overgelegd.

5. Uit het vorenstaande vloeit voort dat het hoger beroep niet kan slagen zodat als volgt moet worden beslist.

6. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door R.C. Stam, in tegenwoordigheid van A.C.A. Wit als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 december 2009.

(get.) R.C. Stam.

(get.) A.C.A. Wit.

GdJ