Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BK5308

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
04-11-2009
Datum publicatie
07-12-2009
Zaaknummer
08-4774 AWBZ
Rechtsgebieden
Civiel recht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Niet-ontvankelijk verklaring bezwaar tegen bestreden besluit. Naar het oordeel van de Raad heeft de rechtbank de in hoger beroep herhaalde gronden afdoende besproken en genoegzaam gemotiveerd waarom die gronden niet slagen. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank volledig. Hieraan voegt hij nog het volgende toe. In artikel 3:45, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt bepaald dat, indien tegen een besluit bezwaar kan worden gemaakt, daarvan bij de bekendmaking melding gemaakt wordt en dat vermeld wordt door wie, binnen welke termijn en bij welk orgaan bezwaar kan worden gemaakt of beroep kan worden ingesteld. De Raad is voorts, mede gelet op hetgeen overigens vanwege appellante is aangevoerd, niet gebleken van andere omstandigheden op grond waarvan redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest. Gezien het vorenstaande is de Raad dan ook van oordeel dat het bezwaar van appellante bij het bestreden besluit terecht niet-ontvankelijk is verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

08/4774 AWBZ

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

UITSPRAAK

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats], (hierna: appellante)

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 16 juli 2008, 08/2295 (hierna: aangevallen uitspraak)

in het geding tussen

appellante

en

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, gevestigd te Amstelveen, (hierna: SVB).

Datum uitspraak: 4 november 2009

I. PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld.

SVB heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 september 2009. Appellante is verschenen bij gemachtigde, mr. M.J.E. Koopman, en [echtgenoot] van appellante. SVB heeft zich laten vertegenwoordigen door mw. mr. N. Zuidersma, werkzaam bij SVB.

II. OVERWEGINGEN

1. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellante gericht tegen het besluit van 25 april 2008 - waarbij SVB het bezwaar van appellante gericht tegen zijn besluit van 5 december 2007 niet-ontvankelijk heeft verklaard wegens het te laat indienen van een bezwaarschrift - ongegrond verklaard. De rechtbank is in de aangevallen uitspraak tot het oordeel gekomen dat het bezwaarschrift tegen het besluit van 5 december 2007 niet tijdig is ingediend en dat hetgeen appellante heeft aangevoerd onvoldoende reden geeft om het niet tijdig indienen van het bezwaarschrift verschoonbaar te achten.

2. Appellante heeft in hoger beroep in essentie herhaald wat zij reeds in beroep naar voren heeft gebracht.

3.1. Naar het oordeel van de Raad heeft de rechtbank de in hoger beroep herhaalde gronden afdoende besproken en genoegzaam gemotiveerd waarom die gronden niet slagen. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank volledig.

3.2. Hieraan voegt hij nog het volgende toe. In artikel 3:45, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt bepaald dat, indien tegen een besluit bezwaar kan worden gemaakt, daarvan bij de bekendmaking melding gemaakt wordt en dat vermeld wordt door wie, binnen welke termijn en bij welk orgaan bezwaar kan worden gemaakt of beroep kan worden ingesteld.

3.3. De Raad stelt vast dat SVB bij het besluit van 5 december 2007 heeft volgende aangegeven:

“Wat als u het niet eens bent met onze beslissing

Bent u het niet eens met de beslissing, neem dan eerst contact op. U kunt bellen naar (…) We kunnen uw vragen alsnog beantwoorden of meer uitleg geven. Komen we er samen niet uit? Stuur dan een brief met een kopie van de beslissing aan uw SVB-kantoor. Geef daarin aan waarom u het niet eens bent met de beslissing. Zet uw naam, adres en uw registratienummer bij de SVB in de brief. Schrijf op de linkerbovenhoek ‘bezwaarschrift’. Deze brief moet voor 16 januari 2008 bij ons binnen zijn.”

3.4. Met deze omschrijving van de mogelijkheid om bezwaar te maken is een juiste toepassing gegeven aan artikel 3:45 van de Awb, nu daarin wordt aangegeven dat voor het einde van de termijn schriftelijk en gemotiveerd bezwaar moet worden gemaakt met daarbij de vermelding van het orgaan aan wie het bezwaar moet worden gericht. Dat appellante binnen de termijn telefonisch had aangegeven het niet eens te zijn met het besluit van 5 december 2007 en ter onderbouwing van haar gronden nadere informatie wil opvragen, vormt naar het oordeel van de Raad onvoldoende reden om de overschrijding van de bezwaartermijn verschoonbaar te achten. Onbekendheid met de mogelijkheid om bezwaar te maken op nader aan te voeren te gronden is evenmin een reden om aan te nemen dat appellante niet in verzuim is geweest.

3.5. De Raad is voorts, mede gelet op hetgeen overigens vanwege appellante is aangevoerd, niet gebleken van andere omstandigheden op grond waarvan redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest. Gezien het vorenstaande is de Raad dan ook van oordeel dat het bezwaar van appellante bij het bestreden besluit terecht niet-ontvankelijk is verklaard.

4. De aangevallen uitspraak komt derhalve voor bevestiging in aanmerking.

5. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door H.C.P. Venema, in tegenwoordigheid van J. Waasdorp als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 november 2009.

(get.) H.C.P. Venema.

(get.) J. Waasdorp.

NW