Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BK5296

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
03-12-2009
Datum publicatie
04-12-2009
Zaaknummer
07-430 AKW
Rechtsgebieden
Civiel recht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Niet-ontvanklijk verklaring hoger beroep. Overschrijding termijn voor het indienen van een beroepschrift. De Raad overweegt dat in situaties als de onderhavige het uitgangspunt geldt dat het risico dat het hoger beroep niet tijdig is ingediend, volledig voor rekening komt van de partij die het hoger beroep instelt. Appellante had ter sauvering van de beroepstermijn tijdig een voorlopig beroepschrift kunnen indienen met het verzoek om uitstel van betaling van het griffierecht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

07/430 AKW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats], Marokko (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 28 augustus 2006, 05/4175 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank.

Datum uitspraak: 3 december 2009

I. PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld.

De aangevallen uitspraak is op 1 september 2006 per aangetekende post in afschrift aan partijen toegezonden. Op 2 november 2006 is het aan appellante verzonden afschrift bij de rechtbank retour gekomen. De rechtbank heeft daarop de aangevallen uitspraak op 3 november 2006 opnieuw aan appellante verzonden.

Het beroepschrift is op 19 januari 2007 ter griffie ontvangen. Het is blijkens de poststempel op de enveloppe op 9 januari 2007 ter post bezorgd.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 augustus 2008. Appellante is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. drs. A. Slovacek.

Na de behandeling van het geding ter zitting van de Raad is gebleken dat het onderzoek niet volledig is geweest, in verband waarmee de Raad heeft besloten het onderzoek te heropenen. Ter voortzetting van het onderzoek zijn aan appellante vragen gesteld ten aanzien van de overschrijding van de hoger beroepstermijn.

Appellante heeft hierop bij brief van 25 augustus 2008 geantwoord.

Het geding is opnieuw behandeld ter zitting heeft van 22 oktober 2009. Appellante is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. K. Verbeek.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Volgens artikel 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht in samenhang met de artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van die wet geldt het volgende.

1.2. De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt zes weken. Deze termijn gaat in op de dag na die waarop de aangevallen uitspraak door middel van de toezending van een afschrift aan partijen is bekendgemaakt. Een beroepschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Bij verzending per post is een beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen. Op grond van de in rubriek I vermelde gegevens moet worden geoordeeld dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend.

1.3. Ten aanzien van een na afloop van de beroepstermijn ingediend beroepschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

1.4. Bij brief van 7 augustus 2008 is het onderzoek heropend en aan appellante gevraagd naar de reden van de termijnoverschrijding.

1.5. Appellante heeft daarop bij brief van 25 augustus 2008 geantwoord dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend nu zij niet eerder in staat was het griffierecht te voldoen.

1.6. Hetgeen appellante ter zake heeft aangevoerd, bevat geen grond waarop redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.

1.7. De Raad overweegt daartoe dat in situaties als de onderhavige het uitgangspunt geldt dat het risico dat het hoger beroep niet tijdig is ingediend, volledig voor rekening komt van de partij die het hoger beroep instelt. Appellante had ter sauvering van de beroepstermijn tijdig een voorlopig beroepschrift kunnen indienen met het verzoek om uitstel van betaling van het griffierecht.

1.8. Het hoger beroep is derhalve niet-ontvankelijk, zodat wordt beslist zoals hierna in rubriek III is aangegeven.

2. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door H.J. de Mooij, in tegenwoordigheid van W. Altenaar als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 3 december 2009.

(get.) H.J de Mooij.

(get.) W. Altenaar.

RB

III. DÉCISION

La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale);

statue:

Déclare le recours interjeté non-recevable.

Par conséquent, décidée par H.J. de Mooij, en présence de W. Altenaar en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 3 Decembre 2009.