Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BK5167

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
02-12-2009
Datum publicatie
03-12-2009
Zaaknummer
08-5906 WAO
Rechtsgebieden
Civiel recht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekking (volledige) WAO-uitkering: minder dan 15% arbeidsongeschiktheid. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat de belastbaarheid van appellante bij het nemen van het bestreden besluit niet is overschat. Wat appellante ter onderbouwing van haar hoger beroep heeft aangevoerd vormt een herhaling van hetgeen reeds in beroep is aangevoerd met betrekking tot de medische onderbouwing van het bestreden besluit. Er zijn geen objectieve medische gegevens ingebracht die alsnog twijfel doen rijzen aan de juistheid van de medische grondslag. Geschiktheid functies. De stelling van appellante, dat de functies ongeschikt zijn omdat er in die functies sprake is van persoonlijk risico -waarvan in de FML is aangenomen dat appellante in verband daarmee beperkt is- omdat appellante met enige regelmaat valt, is onvoldoende onderbouwd, om reeds om die reden de functies ongeschikt te achten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

08/5906 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 21 augustus 2008, 08/390 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 2 december 2009

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. J.T.F. van Berkel, werkzaam bij SRK Rechtsbijstand te Zoetermeer, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 oktober 2009. Appellante heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. Van Berkel. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door S.N. Westmaas.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellante is op 27 februari 2002 wegens whiplashklachten uitgevallen voor haar werk als verkoopster. Met ingang van 26 februari 2003 is haar een uitkering ingevolgde de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toegekend, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%.

1.2. In het kader van een herbeoordeling is appellante op 20 april 2007 onderzocht door een verzekeringsarts, die op diezelfde datum een zogeheten Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) heeft opgesteld waarin de ten aanzien van appellante aangenomen beperkingen zijn neergelegd. Vervolgens heeft een arbeidsdeskundige op 29 mei 2007 rapport uitgebracht, waarna bij besluit van 1 juni 2007 de uitkering van appellante met ingang van 2 augustus 2007 is ingetrokken omdat de arbeidsongeschiktheid is afgenomen naar minder dan 15%. Tegen dit besluit heeft appellante bezwaar gemaakt.

2. De bezwaarverzekeringsarts J. van der Stoep heeft appellante tijdens de hoorzitting van 15 oktober 2007 gezien en op 23 november 2007 rapport uitgebracht. Op grond van het rapport van neuroloog R.S.H.M. Beijersbergen van 9 december 2005 heeft de bezwaarverzekeringsarts de FML op 23 november 2007 op meerdere aspecten aangescherpt. Nadat de bezwaararbeidsdeskundige J.F. Stoffijn rapport had uitgebracht heeft het Uwv bij besluit van 17 december 2007 het bezwaar tegen het besluit van 1 juni 2007 ongegrond verklaard.

3. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 17 december 2007, hierna: het bestreden besluit, ongegrond verklaard. De rechtbank heeft de medische en arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit onderschreven. Zij heeft onder meer overwogen dat appellante geen medische stukken heeft overgelegd waaruit blijkt dat rekening moet worden gehouden met meer beperkingen dan welke de (bezwaar)verzekeringsarts heeft vastgesteld. De in beroep ingebrachte neurologische expertise van drs. P.M.G.A.W. Mulkens, neuroloog, en drs. J.H.J.P.M. Kortman, orthopedisch chirurg, van 25 februari 2008 geeft daar naar het oordeel van de rechtbank geen aanleiding toe, nu de bezwaarverzekeringsarts bij rapport van 4 juli 2008 heeft aangegeven dat al rekening is gehouden met een verminderde belastbaarheid van de linkerschouder en linkerarm. Evenmin is er aanleiding om extra beperkingen in verband met allergie├źn aan te nemen. De rechtbank heeft tot slot overwogen dat niet is gebleken dat de aan de schatting ten grondslag gelegde functies de mogelijkheden van appellante overschrijden.

4.1. Appellante kan zich met deze uitspraak niet verenigen. Zij is van mening dat er geen dan wel onvoldoende rekening is gehouden met haar nek- en schouderklachten, vergeetachtigheid, concentratieproblemen, duizeligheid en allergie├źn. De functieduiding is volgens appellante niet inzichtelijk, omdat het Uwv heeft verzuimd een nieuwe uitdraai vanuit het zogeheten Claimbeoordelings- en Borgingssysteem te maken. Appellante voert tot slot aan dat de functies in medisch opzicht niet geschikt zijn te achten.

4.2. Het Uwv heeft in verweer verzocht de aangevallen uitspraak te bevestigen.

5. De Raad overweegt als volgt.

5.1. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat de belastbaarheid van appellante bij het nemen van het bestreden besluit niet is overschat. De Raad schaart zich achter de overwegingen in de aangevallen uitspraak die de rechtbank ter onderbouwing van dat oordeel heeft gegeven. Wat appellante ter onderbouwing van haar hoger beroep heeft aangevoerd vormt een herhaling van hetgeen reeds in beroep is aangevoerd met betrekking tot de medische onderbouwing van het bestreden besluit. Wezenlijk nieuwe gezichtspunten zijn niet naar voren gebracht op grond waarvan dient te worden afgeweken van het oordeel van de rechtbank. Evenmin als in beroep heeft appellante in hoger beroep objectieve medische gegevens ingebracht die alsnog twijfel doen rijzen aan de juistheid van de medische grondslag.

5.2. Aldus uitgaande van de juistheid van de met betrekking tot appellante vastgestelde medische beperkingen is de Raad met de rechtbank van oordeel dat de functies die aan de schatting ten grondslag liggen, gelet op de daaraan verbonden belastende aspecten, als voor appellante in medisch opzicht passend dienen te worden aangemerkt. De stelling van appellante, dat de functies ongeschikt zijn omdat er in die functies sprake is van persoonlijk risico -waarvan in de FML is aangenomen dat appellante in verband daarmee beperkt is- omdat appellante met enige regelmaat valt, is onvoldoende onderbouwd, om reeds om die reden de functies ongeschikt te achten. Voorts wijst de Raad naar de rapportage van de bezwaararbeidsdeskundige Stoffijn van 11 december 2007, waarin de geschiktheid van de functies naar zijn oordeel voldoende gemotiveerd en inzichtelijk is gemaakt. Alle signaleringen zijn daarin, na overleg met de bezwaarverzekeringsarts, van een toelichting voorzien.

5.3. Uit het voorgaande volgt dat het hoger beroep van appellante niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

6. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door H. Bolt, in tegenwoordigheid van I.R.A. van Raaij als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 december 2009.

(get.) H. Bolt.

(get.) I.R.A. van Raaij.

IvR