Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BK5147

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
02-12-2009
Datum publicatie
03-12-2009
Zaaknummer
08-4029 WAO
Rechtsgebieden
Civiel recht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Herziening WAO-uitkering. Geen argumenten gevonden om de voor appellante vastgestelde belastbaarheid onjuist te achten. Appellante heeft noch in beroep noch in hoger beroep medische gegevens overgelegd waaruit blijkt dat zij ten gevolge van haar psychische en fysieke klachten zwaarder dan wel anders beperkt is te achten dan is vastgesteld door het Uwv. Voldoende toelichting gegeven op de bij de geselecteerde functies aangebrachte signaleringen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

08/4029 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellante] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 30 juni 2008, 07/3553 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 2 december 2009

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. G.T. de Jong, advocaat te Utrecht, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 oktober 2009. Namens appellante zijn daarbij verschenen mr. De Jong en Z. Bas. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door A.M.M. Schalkwijk.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Bij besluit van 28 juni 2007 heeft het Uwv de uitkering van appellante ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), welke laatstelijk werd berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, ingaande 29 augustus 2007 ingetrokken, omdat de mate van haar arbeidsongeschiktheid minder is dan 15%.

1.2. Het Uwv heeft bij besluit van 22 november 2007 (hierna: het bestreden besluit) het bezwaar van appellante tegen het besluit van 28 juni 2007 gegrond verklaard en bepaald dat de WAO-uitkering van appellante ingaande 29 augustus 2007 wordt vastgesteld naar de arbeidsongeschiktheidsklasse van 15 tot 25%.

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het tegen het bestreden besluit ingestelde beroep ongegrond verklaard.

3. Appellante heeft in hoger beroep aangevoerd dat het Uwv de ernst van haar psychische en fysieke beperkingen heeft miskend. Appellante acht zich ten gevolge van deze beperkingen volledig arbeidsongeschikt. Appellante heeft daartoe gesteld dat zij zich in het dagelijks leven niet staande kan houden zonder hulp en steun van haar familie. Appellante heeft de Raad verzocht een psychiater te benoemen voor een deskundigenonderzoek.

4. De Raad overweegt als volgt.

4.1. De Raad heeft in hetgeen appellante in hoger beroep ter zake van de medische grondslag heeft gesteld geen grond gevonden om de rechtbank niet te volgen in haar oordeel. Het bestreden besluit berust naar het oordeel van de Raad op een zorgvuldige medische grondslag. De Raad overweegt daartoe dat de verzekeringsarts dossieronderzoek en eigen (psychisch) onderzoek heeft verricht en geen aanwijzingen heeft gevonden voor ernstige stemmingsproblematiek of voor andere ernstige psychopathologie. Om tot een zorgvuldig belastbaarheidsoordeel te komen heeft de verzekeringsarts een expertise aangevraagd bij psychiater-psychoanalyticus B. Oskam. Oskam concludeerde in zijn rapportage van 28 maart 2007 dat er bij appellante sprake was van een ernstig acculturatieprobleem, een chronische aanpassingsstoornis met gemengde stoornis van emoties en gedrag en een gemengde persoonlijkheidsstoornis met afhankelijke en ontwijkende kenmerken. Het ziektegedrag van appellante kon zijns inziens niet verklaard worden vanuit een psychiatrisch ziektebeeld. De verzekeringsarts heeft op grond van de expertise vastgesteld dat er bij appellante geen sprake is van een psychiatrische ziekte en/of gebrek in engere zin, maar wel van psychosociale problematiek en persoonlijkheidsproblematiek. De verzekeringsarts heeft hierin reden gezien beperkingen te formuleren ten aanzien van het persoonlijk en sociaal functioneren. De beperkingen van appellante zijn vastgelegd in een zogenoemde Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). De bezwaarverzekeringsarts heeft evenals de verzekeringsarts geen noodzaak gezien voor een urenbeperking en heeft, na lichamelijk onderzoek verricht te hebben, geen reden gezien voor het formuleren van fysieke beperkingen. Anders dan de verzekeringsarts heeft de bezwaarverzekeringsarts appellante niet beperkt geacht voor samenwerken. De bezwaarverzekeringsarts heeft de voor appellante vastgestelde FML op dat aspect aangepast. De Raad onderschrijft het standpunt van het Uwv. De Raad heeft geen argumenten gevonden om de voor appellante vastgestelde belastbaarheid onjuist te achten. Appellante heeft noch in beroep noch in hoger beroep medische gegevens overgelegd waaruit blijkt dat zij ten gevolge van haar psychische en fysieke klachten zwaarder dan wel anders beperkt is te achten dan is vastgesteld door het Uwv. De Raad ziet geen aanleiding een psychiater te benoemen voor een deskundigenonderzoek.

4.2. Uitgaande van de juistheid van de voor appellante vastgestelde belastbaarheid in de FML van 15 november 2007 is de Raad, evenals de rechtbank, van oordeel dat de aan appellante voorgehouden functies, gelet op de daaraan verbonden belastende aspecten, voor appellante in medisch opzicht als passend dienen te worden aangemerkt. Het Uwv heeft bij de bezwaararbeidsdeskundige rapportage van 21 november 2007 een als genoegzaam aan te merken toelichting gegeven op de bij de geselecteerde functies aangebrachte signaleringen.

4.3. Uit hetgeen onder 4.1 en 4.2 is overwogen, volgt dat het hoger beroep van appellante niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

5. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J. Riphagen, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 december 2009.

(get.) J. Riphagen.

(get.) M.A. van Amerongen.

GdJ