Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BK5128

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
02-12-2009
Datum publicatie
03-12-2009
Zaaknummer
09-3560 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Herziening WAO-uitkering naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55%. Het is de Raad niet gebleken dat dit aan het bestreden besluit ten grondslag liggende medisch standpunt onjuist is. Appellante heeft geen objectief medische gegevens ingebracht die alsnog twijfel doen rijzen aan de juistheid van de vastgestelde beperkingen. Met een eventuele verslechtering van de gezondheidstoestand van appellante na datum in geding (...) kan in dit geding geen rekening worden gehouden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/3560 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellante] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 16 juni 2009, 08/454 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 2 december 2009

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft P.J. Reeser, werkzaam bij SRK Rechtsbijstand te Zoetermeer, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 oktober 2009. Appellante is verschenen, bijgestaan door Reeser voornoemd. Het Uwv heeft zich ter zitting laten vertegenwoordigen door mr. J.J.C. Röttjers.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Voor een overzicht van de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. Hij volstaat hier met het volgende.

1.2. Bij besluit van 8 mei 2007 heeft het Uwv de uitkering van appellante ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), welke laatstelijk werd berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 65 tot 80%, met ingang van 5 juli 2007 herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55%. Appellante heeft tegen dat besluit bezwaar gemaakt, welk bezwaar bij besluit van 18 januari 2008, hierna: het bestreden besluit, ongegrond is verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft blijkens de overwegingen in de aangevallen uitspraak de medische en arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit onderschreven.

3. In hoger beroep heeft appellante aangevoerd, kort weergegeven, dat zij op de datum in geding psychisch meer beperkt is dan door het Uwv is aangenomen bij het bestreden besluit.

4. De Raad overweegt als volgt.

4.1. De Raad kan hetgeen de rechtbank heeft overwogen over de medische grondslag van het bestreden besluit onderschrijven. Appellante is door verzekeringsarts L. Moraca onderzocht, die vervolgens naar aanleiding van zijn bevindingen (aanzienlijke) beperkingen ten aanzien van de fysieke en psychische belastbaarheid heeft aangenomen. Hij acht appellante voor maximaal 4 uur per dag in staat fysiek lichte werkzaamheden te verrichten. De verzekeringsarts heeft de vastgestelde beperkingen neergelegd in de zogenoemde Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). Bezwaarverzekeringsarts mr. drs. E.J.M. van Paridon heeft vervolgens dossierstudie verricht, de hoorzitting bijgewoond en de door hem ingewonnen informatie van appellantes behandelend psychiater A.M.W.A. Beeftink betrokken bij zijn onderzoek. In zijn rapport van 21 december 2007 concludeert de bezwaarverzekeringsarts dat er geen medische argumenten zijn om van het oordeel van de verzekeringsarts af te wijken. Het is de Raad niet gebleken dat dit aan het bestreden besluit ten grondslag liggende medisch standpunt onjuist is. Evenmin als in beroep heeft appellante in hoger beroep objectief medische gegevens ingebracht die alsnog twijfel doen rijzen aan de juistheid van de vastgestelde beperkingen. De Raad merkt in dit verband nog op dat in dit geding slechts wordt geoordeeld over de mate van arbeidsongeschiktheid van appellante op 5 juli 2007. Met een eventuele verslechtering van de gezondheidstoestand van appellante na deze datum, zoals lijkt te zijn beschreven in de in beroep overgelegde rapportage van arts-assistent psychiatrie in opleiding S.A. van Maurik en psychiater W.E. van Bree van 5 februari 2009, kan in dit geding geen rekening worden gehouden. Dit zou anders kunnen zijn indien die verslechtering -achteraf- een ander licht werpt op de gezondheidstoestand van appellante ten tijde van de datum in geding. Hiervan is de Raad uit de beschikbare gegevens niet gebleken.

4.2. Aldus uitgaande van de juistheid van de met betrekking tot appellante vastgestelde medische beperkingen is de Raad, met de rechtbank, voorts van oordeel dat de functies die aan het bestreden besluit ten grondslag liggen, gelet op de daaraan verbonden belastende aspecten, als voor appellante in medisch opzicht geschikt dienen te worden aangemerkt.

5. Uit hetgeen is overwogen onder 4.1 en 4.2 volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

6. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door H. Bolt, in tegenwoordigheid van I.R.A. van Raaij als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 december 2009.

(get.) H. Bolt.

(get.) I.R.A. van Raaij.

IvR