Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BK4752

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
27-11-2009
Datum publicatie
01-12-2009
Zaaknummer
07-4079 WAJONG
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekking en terugvordering WAJONG-uitkering met terugwerkende kracht onder toepassing van artikel 50 van de Wajong. Weigering Wajong-uitkering te heropenen. De Raad stelt vast dat de gronden van appellant met betrekking tot het voorafgaande fraudeonderzoek buiten de omvang van dit geding vallen. In hoger beroep is in geschil of het Uwv terecht heeft geweigerd om appellant met toepassing van voornoemd artikel van de Wajong voor een uitkering in aanmerking te brengen. Daarbij spitst het geschil zich met name toe op de vraag of het Uwv terecht heeft vastgesteld dat in het geval van appellant geen sprake is van een toename van de psychiatrische klachten en beperkingen binnen vijf jaar na intrekking van de uitkering. De Raad ziet geen aanknopingspunten om de conclusies van het Uwv onjuist te achten, nu voldoende verzekeringsgeneeskundig onderzoek naar de psychiatrische klachten heeft plaatsgevonden, door de artsen geen verslechterde gezondheidstoestand is vastgesteld en appellant aan zijn standpunt geen medische onderbouwing heeft gegeven. Naar het oordeel van de Raad is het Uwv in het onderhavige geval, gezien de afwezigheid van een toename van beperkingen als bedoeld in artikel 19, eerste lid, sub b, van de Wajong terecht niet toegekomen aan een beoordeling van de arbeidskundige aspecten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

07/4079 WAJONG

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Assen van 1 juni 2007, 06/1228 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 27 november 2009

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Appellant heeft aanvullende stukken ingezonden.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 mei 2009, waar appellant is verschenen samen met zijn echtgenote, [naam echtgenote]. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P. Belopavlovic.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellant is destijds als jeugdgehandicapte een uitkering ingevolge de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80-100% toegekend, nadien voortgezet als uitkering ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong). Daaraan lag ten grondslag dat appellant vanwege een cluster B-persoonlijkheidsstoornis niet in staat is tot het verrichten van arbeid in het vrije bedrijf.

1.2. Bij een fraudeonderzoek in 2005 is gebleken dat appellant tot en met 28 februari 2005 het privé/relaxhuis, dat op naam stond van zijn echtgenote, exploiteerde en dat hij deze werkzaamheden en de daaruit genoten inkomsten heeft verzwegen voor het Uwv.

1.3. Bij besluiten van 8 juni 2005 en 9 juni 2005 heeft het Uwv met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2001 toepassing gegeven aan artikel 50 van de Wajong en met ingang van 1 januari 2004 de uitkering ingetrokken. Tegen deze besluiten heeft appellant geen bezwaar gemaakt. Het beroep dat appellant daarna heeft ingesteld tegen de met deze besluiten samenhangende terugvordering is door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet (tijdig) indienen van de beroepsgronden.

1.4. Bij brief van 29 juni (de Raad leest:) 2005 heeft appellant zich per 28 maart 2005 bij het Uwv toegenomen arbeidsongeschikt gemeld, waarna een verzekeringsgeneeskundig onderzoek heeft plaatsgevonden. Bij besluit van 19 oktober 2005 heeft het Uwv geweigerd de Wajong-uitkering te heropenen.

1.5. Naar aanleiding van het tegen dit besluit gemaakte bezwaar heeft de bezwaarverzekeringsarts dossieronderzoek verricht en vervolgens na het meewegen van de bij de hoorzitting verkregen gegevens en de overgelegde medische informatie het oordeel van de verzekeringsarts onderschreven.

1.6. Bij besluit van 12 september 2006 (hierna: bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellant ongegrond verklaard.

2.1. In beroep heeft appellant gronden aangevoerd tegen de uitkomsten van het fraudeonderzoek en het verzekeringsgeneeskundig onderzoek. Appellant blijft van mening dat er geen deugdelijk onderzoek naar zijn psychiatrische klachten heeft plaatsgevonden, dat een arbeidskundig onderzoek ten onrechte niet heeft plaatsgevonden en dat hij op grond van de artikelen 5 en 20, eerste lid, van de Wajong recht heeft op automatische heropening van zijn uitkering.

2.2. De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Daarbij heeft zij overwogen dat het Uwv terecht heeft gesteld dat zich geen toename van medische beperkingen heeft voorgedaan, zodat een arbeidskundige beoordeling van de mate van arbeidsongeschiktheid achterwege kon blijven.

3.1. In hoger beroep heeft appellant zijn eerdere stellingen herhaald.

3.2. Ter zitting heeft het Uwv zijn standpunt herhaald dat appellant door het gedurende meer dan drie jaar feitelijk verrichten van arbeid heeft bewezen dat hij ook medisch gezien in staat was om gedurende een lange periode arbeid te verrichten. Nu uit het medisch onderzoek van een verslechterde gezondheidstoestand bij appellant niet is gebleken en geen toegenomen arbeidsongeschiktheid is vastgesteld, is van een arbeidskundige beoordeling afgezien. Dit onder verwijzing naar een uitspraak van de Raad van 17 maart 2004, LJN AP2904.

4. De Raad overweegt als volgt.

4.1. De Raad stelt vast dat de gronden van appellant met betrekking tot het voorafgaande fraudeonderzoek buiten de omvang van dit geding vallen.

4.2. Artikel 19, eerste lid, sub b, van de Wajong bepaalt dat indien de jonggehandicapte binnen vijf jaar na de datum van intrekking van de uitkering dan wel binnen vijf jaar na het bereiken van de wachttijd arbeidsongeschikt wordt en deze arbeidsongeschiktheid voortkomt uit dezelfde oorzaak toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering steeds plaatsvindt, zodra die arbeidsongeschiktheid onafgebroken vier weken heeft geduurd.

4.3. In hoger beroep is in geschil of het Uwv terecht heeft geweigerd om appellant met toepassing van voornoemd artikel van de Wajong voor een uitkering in aanmerking te brengen. Daarbij spitst het geschil zich met name toe op de vraag of het Uwv terecht heeft vastgesteld dat in het geval van appellant geen sprake is van een toename van de psychiatrische klachten en beperkingen binnen vijf jaar na intrekking van de uitkering.

4.4. De Raad kan zich geheel verenigen met hetgeen de rechtbank omtrent de medische beoordeling heeft overwogen. Ook de Raad ziet geen aanknopingspunten om de conclusies van het Uwv onjuist te achten, nu voldoende verzekeringsgeneeskundig onderzoek naar de psychiatrische klachten heeft plaatsgevonden, door de artsen geen verslechterde gezondheidstoestand is vastgesteld en appellant aan zijn standpunt geen medische onderbouwing heeft gegeven.

4.5. Naar het oordeel van de Raad is het Uwv in het onderhavige geval, gezien de afwezigheid van een toename van beperkingen als bedoeld in artikel 19, eerste lid, sub b, van de Wajong terecht niet toegekomen aan een beoordeling van de arbeidskundige aspecten.

4.6. Het vorenstaande betekent dat het hoger beroep van appellant niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5. De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenvergoeding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door R.C. Stam als voorzitter en A.T. de Kwaasteniet en M. Greebe als leden, in tegenwoordigheid van J.M. Tason Avila als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 november 2009.

(get.) R.C. Stam.

(get.) J.M. Tason Avila.

IvR