Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BK4597

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
23-11-2009
Datum publicatie
27-11-2009
Zaaknummer
08-2762 WAO
Rechtsgebieden
Civiel recht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Herziening WAO-uitkering. De Raad kan zich geheel vinden in hetgeen de rechtbank heeft overwogen en maakt deze overwegingen tot de zijne. Ook naar het oordeel van de Raad heeft er een zorgvuldig medisch onderzoek plaatsgevonden en zijn er geen aanknopingspunten om de FML onjuist te achten. Appellante kon op de in geding zijnde datum in staat worden geacht de haar voorgehouden functies te vervullen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

08/2762 WAO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats], Suriname (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 26 maart 2008, 07/4164 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 23 november 2009

I. PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 november 2009. Appellante is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door J.C. van Beek.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellante heeft op 17 juli 1987 haar werkzaamheden als administratief medewerkster in verband met diverse klachten van psychische en lichamelijke aard gestaakt. Aan haar is een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toegekend, welke laatstelijk werd berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%.

1.2. In 2006 heeft een herbeoordeling van de mate van arbeidsongeschiktheid van appellante plaatsgevonden. Appellante is onderzocht door een verzekeringsarts, die een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) heeft opgesteld. Aan de hand daarvan heeft een arbeidsdeskundige functies voor appellante geselecteerd. Op basis van hetgeen appellante in die functies kan verdienen, heeft hij de mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 2,24%.

1.3. Bij besluit van 30 oktober 2006 heeft het Uwv de WAO-uitkering van appellante met ingang van 26 december 2006 ingetrokken. Appellante heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt.

1.4. Op 17 april 2007 is rapport uitgebracht door een bezwaarverzekeringsarts. Deze heeft inlichtingen ingewonnen bij de huisarts van appellante en heeft appellante zelf onderzocht. Zijn bevindingen hebben hem tot het oordeel geleid dat de belastbaarheid van appellante door de verzekeringsarts niet is overschat. Vervolgens is rapport uitgebracht door een bezwaararbeidsdeskundige. Deze heeft de geschiktheid van de voor appellante geselecteerde functies nader toegelicht. Door een wijziging van de bij de vaststelling van de verdiencapaciteit in aanmerking te nemen reductiefactor komt hij tot een mate van arbeidsongeschiktheid van 29,59%. Bij het bestreden besluit van 26 april 2007 heeft het Uwv het bezwaar van appellante gegrond verklaard, het besluit van 30 oktober 2006 herroepen en appellantes WAO-uitkering met ingang van 26 december 2006 herzien en nader vastgesteld naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%.

2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. Ook in hoger beroep heeft appellante naar voren gebracht volledig arbeidsongeschikt te zijn.

4. De Raad kan zich geheel vinden in hetgeen de rechtbank heeft overwogen en maakt deze overwegingen tot de zijne. Ook naar het oordeel van de Raad heeft er een zorgvuldig medisch onderzoek plaatsgevonden en zijn er geen aanknopingspunten om de FML onjuist te achten. Appellante kon op de in geding zijnde datum in staat worden geacht de haar voorgehouden functies te vervullen. De aangevallen uitspraak komt derhalve voor bevestiging in aanmerking.

5. De Raad ziet geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade, in tegenwoordigheid van W. Altenaar als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 november 2009.

(get.) M.M. van der Kade.

(get.) W. Altenaar.

RB