Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BK4579

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
19-11-2009
Datum publicatie
26-11-2009
Zaaknummer
08-4559 AOW
Rechtsgebieden
Civiel recht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Toekenning AOW-pensioen, waarop een korting is toegepast van 48% wegens 24 niet verzekerde jaren. De Svb heeft terecht 1942 als geboortejaar van appellant heeft aangemerkt. Appellant twijfelde blijkens de informatie van de IND, bij zijn binnenkomst in Nederland slechts over zijn geboortedag en -maand, maar niet over zijn geboortejaar. De verklaringen van appellant zelf en van zijn broer worden op geen enkele wijze ondersteund door authentieke stukken die vóór de migratie van appellant naar Nederland door de bevoegde instanties in Marokko zijn opgemaakt. Zie ook LJN BK 4574.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

08/4559 AOW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 3 juli 2008, 07/1714 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).

Datum uitspraak: 19 november 2009

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. A.C.S. Grégoire, advocaat te Beek, hoger beroep ingesteld.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 augustus 2009. Appellant is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door K. van Ingen. Het geding is gevoegd behandeld met de gedingen, geregistreerd onder de nummers 08/4556 WAO en 08/4557 TW, waarin heden afzonderlijk uitspraak is gedaan.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellant heeft op 23 januari 2007 een aanvraagformulier om toekenning van een ouderdomspensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW) aan de Svb doen toekomen.

1.2. Bij besluit van 8 mei 2007 heeft de Svb aan appellant met ingang van juli 2007 een AOW-pensioen toegekend voor een alleenstaande, waarop een korting is toegepast van 48% wegens 24 niet verzekerde jaren.

1.3. Namens appellant is tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Hij is het niet eens met de ingangsdatum van het AOW-pensioen. Volgens de dossierstukken zou appellant op [datum] 1942 dan wel op [datum] 1942 geboren zijn. Op zijn identiteitskaart staat uitsluitend het jaartal 1942. Appellant stelt echter veel jonger te zijn, aangezien hij twee oudere broers heeft die in 1953 respectievelijk 1955 zijn geboren.

Tijdens de hoorzitting van 24 juli 2007 heeft de broer van appellant [naam broer], geboren op [datum] 1953, verklaard zich nog te kunnen herinneren, dat appellant werd geboren. Tussen hen beiden zou er een leeftijdsverschil van ongeveer zes jaar zijn. Volgens appellant zou zijn vader destijds bij de aangifte van zijn geboorte per abuis 1942 als geboortejaar hebben opgegeven.

1.4. De Svb heeft vervolgens bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) navraag gedaan naar de juiste geboortedatum van appellant. Bij brief van 27 augustus 2007 heeft de IND daarop als volgt geantwoord:

“Uit ons elektronisch dossier blijkt dat de geboortedag en maand geschat zijn op [datum] 1942. Betrokkene was niet zeker over dag en maand en speculeerde op [datum] 1942. Bij inschrijving in de GBA is de geboortedatum 00-00-1942 opgenomen.”.

1.5. Bij besluit op bezwaar van 14 september 2007 (hierna: bestreden besluit) heeft de Svb het bezwaar van appellant tegen het besluit van 8 mei 2007 ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Daartoe heeft zij het volgende overwogen (waar voor “eiser” “appellant” en voor “verweerder” “de Svb” dient te worden gelezen):

“De rechtbank is van oordeel dat verweerder terecht heeft vastgesteld dat 1942 als het geboortejaar van eiser moet worden aangemerkt. Verweerder heeft conform de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep, inlichtingen ingewonnen bij de IND ten einde duidelijkheid te verkrijgen omtrent de geboortedatum van eiser. Voorts wijst ook alle overige informatie in de richting van 1942. De rechtbank kan eiser dan ook niet volgen. De enkele stelling van de broer van eiser, dat eiser jonger zou zijn, is onvoldoende om tot het oordeel te komen dat daarmee de officiële informatie, waaronder de informatie van de IND, onjuist zou zijn. Het ligt naar het oordeel van de rechtbank dan ook op de weg van eiser om middels andere gegevens aan te tonen dat verweerder een onjuist geboortejaar hanteert. Het beroep kan derhalve niet slagen.”.

3. In hoger beroep is namens appellant aangevoerd dat de door de rechtbank genoemde jurisprudentie van de Raad in dit geval niet van toepassing is, nu appellant de datum [datum] 1942 niet zelf heeft opgegeven, doch dat deze door de IND is geschat. Aan de door appellant verstrekte informatie omtrent zijn familieleden zou onvoldoende betekenis zijn gehecht.

4.1. Evenals de rechtbank komt de Raad tot het oordeel dat de Svb terecht 1942 als geboortejaar van appellant heeft aangemerkt. Daarbij wijst de Raad erop dat appellant, blijkens de informatie van de IND, bij zijn binnenkomst in Nederland slechts twijfelde over zijn geboortedag en -maand, maar niet over zijn geboortejaar. De verklaringen van appellant zelf en van zijn broer [naam broer] worden op geen enkele wijze ondersteund door authentieke stukken die vóór de migratie van appellant naar Nederland door de bevoegde instanties in Marokko zijn opgemaakt. Zonder dergelijke controleerbare gegevens kan appellant niet in zijn stelling worden gevolgd. In dat verband verwijst de Raad naar zijn uitspraken van 1 april 1998, 96/2310 AOW en van 18 februari 2004, LJN AO5861.

4.2. De Raad stelt vast dat het hoger beroep niet slaagt. Dat betekent dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

5. De Raad acht geen termen aanwezig om een van de partijen op grond van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht te veroordelen in de proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade als voorzitter en T.L. de Vries en L.J.A. Damen als leden, in tegenwoordigheid van B.E. Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 november 2009.

(get.) M.M. van der Kade.

(get.) B.E. Giesen.

mm