Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BK4502

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
25-11-2009
Datum publicatie
26-11-2009
Zaaknummer
08-5348 ZW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Beroep ingesteld door Uwv. De rechtbank heeft met de vaststelling van de proceskosten in eerste aanleg op € 644,-- een onjuiste toepassing gegeven aan het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). In eerste aanleg is slechts één voor vergoeding in aanmerking komende proceshandeling verricht. Vernietiging uitspraak in zoverre. Bepaling dat de proceskosten in eerste aanleg worden vastgesteld op € 322,--.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

08/5348 ZW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 28 juli 2008, 07/3227 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

[Betrokkene], wonende te [woonplaats] (hierna: betrokkene).

Datum uitspraak: 25 november 2009

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Namens betrokkene heeft mr. J.T.F. van Berkel, werkzaam bij SRK Rechtsbijstand te Zoetermeer, een verweerschrift ingediend.

Desgevraagd hebben partijen toestemming gegeven het onderzoek ter zitting van de Raad achterwege te laten. Gelet op de verleende toestemming heeft de Raad het onderzoek gesloten.

II. OVERWEGINGEN

1.1. De Raad stelt vast dat het geding in hoger beroep beperkt is tot de door de rechtbank uitgesproken proceskostenveroordeling.

1.2. Het geschil betreft de vraag of de rechtbank met de vaststelling van de proceskosten in eerste aanleg op € 644,-- een juiste toepassing heeft gegeven aan het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Dienaangaande overweegt de Raad het volgende.

2.1. Appellant heeft in verband met de hoogte van de door de rechtbank vastgestelde proceskosten gewezen op de omstandigheid dat de gemachtigde van betrokkene in eerste aanleg slechts één ingevolge het Bpb voor vergoeding in aanmerking komende proceshandeling heeft verricht, die met inachtneming van de bijlage behorende bij het Bpb één procespunt vertegenwoordigt, te weten het indienen van een beroepschrift.

2.2. Uit de aangevallen uitspraak kan niet worden afgeleid waarop de rechtbank de proceskostenveroordeling van € 644,-- heeft gebaseerd. Betrokkene heeft echter, blijkens het verweerschrift, niet betwist dat in eerste aanleg slechts één voor vergoeding in aanmerking komende proceshandeling is verricht. De Raad ziet in de gedingstukken geen aanknopingspunten om het – door betrokkene onderschreven –standpunt van appellant voor onjuist te houden.

2.3. Hetgeen onder 2.1 en 2.2 is overwogen leidt ertoe dat de proceskosten dienen te worden vastgesteld op € 322,--, voor verleende rechtbijstand in eerste aanleg en dat de aangevallen uitspraak in zoverre niet in stand kan blijven.

3. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak, voor zover appellant daarbij is veroordeeld in de proceskosten van betrokkene tot een bedrag van € 644,--;

Bepaalt dat de proceskosten in eerste aanleg worden vastgesteld op € 322,-- ;

Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst, in tegenwoordigheid van P. van der Wal als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 november 2009.

(get.) Ch. van Voorst.

(get.) P. van der Wal.

IvR