Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BK4500

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
25-11-2009
Datum publicatie
26-11-2009
Zaaknummer
09-1865 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekking WAO-uitkering. De Raad volgt de rechtbank in het oordeel dat de functies geschikt moeten worden geacht voor appellante. In de rapportage van de arbeidsdeskundige en de daarbij behorende notities functiebelasting is voldoende gemotiveerd waarom de belasting in die functies, ondanks voorkomende signaleringen, de belastbaarheid van appellante neergelegd in de Functionele mogelijkhedenlijst (FML) niet overschrijdt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/1865 WAO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 16 maart 2009, 07/1426 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 25 november 2009

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. R. Küçükünal, advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 oktober 2009. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Küçükünal. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door J.B. Snoek.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Bij besluit van 9 oktober 2006 heeft het Uwv de uitkering van appellante ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), die voorheen werd berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, met ingang van 10 december 2006 ingetrokken, onder de overweging dat de mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 15% was. Appellante heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Bij besluit van 8 februari 2007 (het bestreden besluit) heeft het Uwv dit bezwaar ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. Appellante stelt zich in hoger beroep op het standpunt dat de door het Uwv geselecteerde functies, die ten grondslag ligt aan de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid, ongeschikt zijn voor haar. Daarbij heeft appellante met name gewezen op de belasting in die functies ten aanzien van hand- en vingergebruik en toetsenbord bedienen.

4. De Raad overweegt het volgende.

4.1. Ter zitting heeft appellante gesteld dat zij berust in het oordeel van de rechtbank over de medische grondslag van het bestreden besluit. Dat betekent dat alleen nog in geschil is de vraag of de geselecteerde functies in medisch opzicht geschikt zijn voor appellante.

4.2. De Raad volgt de rechtbank in het oordeel dat genoemde functies geschikt moeten worden geacht voor appellante. In de rapportage van de arbeidsdeskundige van 21 september 2006 en de daarbij behorende notities functiebelasting is voldoende gemotiveerd waarom de belasting in die functies, ondanks voorkomende signaleringen, de belastbaarheid van appellante neergelegd in de Functionele mogelijkhedenlijst (FML) van 29 juni 2006 niet overschrijdt. Voor zover appellante stelt dat in de functies haar belastbaarheid ten aanzien van hand- en vingergebruik wordt overschreden, ziet zij eraan voorbij dat zij blijkens de FML in dat verband alleen beperkt wordt geacht in snelheid, en overigens in staat wordt geacht tot vier uur toetsenbordgebruik, zij het niet aaneen en met voldoende rustpauzes. In genoemde rapportage van de arbeidsdeskundige en de notities functiebelasting is inzichtelijk toegelicht dat de functies aan deze voorwaarden voldoen, nu daarin geen snelle bewegingen voorkomen en het toetsenbordgebruik beperkt blijft tot één minuut achtereen en in totaal maximaal twee uur per dag. Die toelichting vindt ook steun in de beschrijving van de functies in de formulieren Resultaat functiebeoordeling.

5. De Raad komt tot de conclusie dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

6. Er is geen aanleiding om het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellante.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst als voorzitter en A.A.H. Schifferstein en P.J. Jansen als leden, in tegenwoordigheid van J.M. Tason Avila als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 november 2009.

(get.) Ch. van Voorst.

(get.) J.M. Tason Avila.

TM