Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BK4220

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
20-11-2009
Datum publicatie
24-11-2009
Zaaknummer
08-6742 WTOS
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Herziening tegemoetkoming schoolkosten, omdat was gebleken dat de inschrijving van betrokkene aan de onderwijsinstelling per 24 februari 2006 was beëindigd. Terugvordering. Het gaat om de datum van feitelijke uitschrijving. Dat het bewijs van uitschrijving, welk bewijs voor wat betreft de daarop oorspronkelijk vermelde datum van uitschrijving als misslag moet worden beschouwd, niet eerder is afgegeven dan op 25 april 2006 kan daaraan niets afdoen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

08/6742 WTOS

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

de hoofddirectie van de Informatie Beheer Groep (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 10 november 2008, 08/1050 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

[Betrokkene], wonende te [woonplaats] (hierna: betrokkene),

en

appellante.

Datum uitspraak: 20 november 2009

I. PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld.

Namens betrokkene heeft mr. D.M.J.M.G. Cuijpers, advocaat te Echt, een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 oktober 2009. Appellante was vertegenwoordigd door drs. P.M.S. Slagter. Betrokkene is in persoon verschenen, bijgestaan door mr. Cuijpers.

II. OVERWEGINGEN

1. Betrokkene heeft aan appellante verzocht om toekenning van een tegemoetkoming in de schoolkosten en van een onderwijsbijdrage voor zijn opleiding aan Gilde Opleidingen in Roermond. Voor de periode januari tot en met juli 2006 is deze aanvraag gehonoreerd bij besluit van 3 november 2005. Appellante heeft dit besluit op 6 maart 2008 met ingang van 1 maart 2006 herzien, omdat was gebleken dat de inschrijving van betrokkene aan de onderwijsinstelling per 24 februari 2006 was beëindigd. De aan betrokkene als gevolg van die toekenning betaalde bedragen zijn daarbij teruggevorderd. Het tegen de herziening en terugvordering gemaakte bezwaar is door appellante ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van betrokkene tegen het besluit op bezwaar gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en het besluit van 6 maart 2006 (lees: 2008) herroepen, een en ander met bepalingen over proceskosten en griffierecht. De rechtbank heeft daartoe – voor zover hier van belang – overwogen dat op het officiële bewijs van uitschrijving 25 april 2006 als datum van uitschrijving is vermeld. Gelet op die datum kan betrokkene (alsnog) recht doen gelden op een tegemoetkoming over de periode maart 2006 tot en met juli 2006.

3. In hoger beroep heeft appellante zich op het standpunt gesteld dat betrokkene door de onderwijsinstelling feitelijk is uitgeschreven per 24 februari 2006, zodat vanaf maart 2006 geen recht meer bestaat op een tegemoetkoming, en dat terecht tot herziening is overgegaan.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. Tussen partijen is in geschil of appellante het toekenningsbesluit van 3 november 2005 mocht herzien en de aan betrokkene als gevolg van die toekenning betaalde bedragen mocht terugvorderen, hoewel op het aan betrokkene verstrekte bewijs van uitschrijving 25 april 2006 als datum van uitschrijving was vermeld.

4.2. Anders dan de rechtbank is de Raad van oordeel dat deze vraag bevestigend moet worden beantwoord. Naar het oordeel van de Raad mocht appellante aan het door de onderwijsinstelling afgegeven – gecorrigeerde – bewijs van uitschrijving waarin is vermeld dat betrokkene (niet pas op 25 april 2006, maar reeds) op 24 februari 2006 was uitgeschreven de betekenis toekennen die zij daaraan heeft toegekend. Uit de gegevens die in dit geding naar voren zijn gekomen, kan immers niet anders worden afgeleid dan dat de uitschrijving feitelijk heeft plaatsgevonden per 24 februari 2006. Dat het bewijs van uitschrijving, welk bewijs voor wat betreft de daarop oorspronkelijk vermelde datum van uitschrijving als misslag moet worden beschouwd, niet eerder is afgegeven dan op 25 april 2006 kan daaraan niets afdoen. Voor de Raad is bij de beoordeling van de herziening mede van belang dat betrokkene het mutatieformulier van de onderwijsinstelling waarop 24 februari 2006 als datum van uitschrijving is vermeld op 10 maart 2006 al heeft gezien en ondertekend. Hij had zich op dat moment kunnen en moeten realiseren dat hij met ingang van 1 maart 2006 geen aanspraak meer kon hebben op een tegemoetkoming in de kosten van de door hem tot 24 februari 2006 gevolgde opleiding aan Gilde Opleidingen in Roermond. Ook aan de brief van de onderwijsinstelling van 2 mei 2006 waarin aan betrokkene is bericht dat 24 februari 2006 de juiste datum van uitschrijving is en dat verstrekte kopieën van het bewijs van uitschrijving van 25 april 2006 komen te vervallen, komt in dit verband betekenis toe.

5. Hetgeen is overwogen in 4.2 leidt tot de conclusie dat het hoger beroep slaagt en dat de aangevallen uitspraak moet worden vernietigd. Doende wat de rechtbank zou behoren te doen, zal de Raad het bij de rechtbank ingestelde beroep ongegrond verklaren.

6. Ter voorlichting van betrokkene wijst de Raad erop dat betrokkene, voor zover hij meent dat de onderwijsinstelling hem ten onrechte heeft uitgeschreven per 24 februari 2006, bijvoorbeeld omdat hij nadien nog onderwijs heeft gevolgd, zich voor een correctie van de datum van uitschrijving tot de onderwijsinstelling zal moeten wenden.

7. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak;

Verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door G. van der Wiel als voorzitter en G.J.H. Doornewaard en J. Brand als leden, in tegenwoordigheid van A.E. van Rooij als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 november 2009.

(get.) G. van der Wiel.

(get.) A.E. van Rooij.

TM