Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BK4081

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
20-11-2009
Datum publicatie
24-11-2009
Zaaknummer
08-3213 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Herziening WAO-uitkering. Geen urenbeperking aangenomen. Geschiktheid geduide functies. De voorgehouden functies betreffen eenvoudige administratieve werkzaamheden, waarbij, zo volgt uit de functiebeschrijvingen, een toiletbezoek van enige duur de voortgang van het werkproces niet direct stagneert.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

08/3213 WAO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Assen van 21 april 2008, 07/88 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 20 november 2009

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. A.J.M. Arentz-Veldkamp, werkzaam bij Stichting Univé Rechtshulp te Assen, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 juni 2009. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Arentz-Veldkamp. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. W.R. Bos.

Na de behandeling van het geding ter zitting van de Raad is gebleken dat het onderzoek niet volledig is geweest. De Raad heeft het onderzoek heropend en een vraagstelling aan het Uwv doen uitgaan.

Hierop is door het Uwv gereageerd bij brief van 4 augustus 2009, waarbij een rapportage van bezwaarverzekeringsarts N. Visser van 30 juli 2009 is overgelegd. Namens appellante is gereageerd bij brief van 15 september 2009.

Partijen hebben toestemming verleend voor afdoening buiten zitting.

II. OVERWEGINGEN

1. Voor een uitvoeriger overzicht van de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. Hij volstaat hier met het volgende.

2. Bij besluit van 4 augustus 2006 heeft het Uwv de uitkering van appellante ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), welke laatstelijk werd berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, met ingang van 5 oktober 2006 herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55%. Dit besluit berust op een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek.

3. Namens appellante is tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Door bezwaarverzekeringsarts N. Visser en bezwaararbeidsdeskundige G. van Dam is gerapporteerd op 28 november 2006 respectievelijk 13 december 2006. Laatstgenoemde heeft de functies medewerker bank (SBC-code 516070), beginnend administratief medewerker (SBC-code 315090) en administratief medewerker correspondent (SBC-code 515100) aan de schatting ten grondslag gelegd. Op basis hiervan is het loonverlies vastgesteld op 50,7%. Bij besluit van 22 december 2006 (hierna: bestreden besluit) heeft het Uwv dit besluit van 4 augustus 2006 gehandhaafd.

4. De rechtbank, zich verenigend met de medische en arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit, heeft het beroep ongegrond verklaard.

5. In hoger beroep heeft appellante onder verwijzing naar een rapportage van verzekeringsarts N.J. van Tilburg van 1 juli 2008, opgesteld ten behoeve van de bepaling van de mate van arbeidsongeschiktheid van appellante per 22 februari 2007, betoogd dat ten onrechte in de Functionele Mogelijkheden Lijst van 28 november 2006, waarin de bezwaarverzekeringsarts de mogelijkheden en beperkingen van appellante voor het functioneren in arbeid per 5 oktober 2006 heeft verwoord, geen urenbeperking is opgenomen. Van Tilburg neemt met betrekking tot de arbeidsmogelijkheden ongeveer vierenhalve maand later het standpunt in dat een urenbeperking tot vier uur per dag en 20 uur per week is aangewezen.

6. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

6.1. Voor de stelling van appellante dat de bij haar bestaande vaatanomalie bij de beoordeling per 22 februari 2007 heeft geleid tot het aannemen van een urenbeperking en dat deze urenbeperking ook zou moeten gelden op de datum in geding, 5 oktober 2006, omdat de vaatanomalie toen dezelfde klachten en beperkingen gaf, vindt de Raad geen bevestiging in de aanwezige medische informatie. De Raad is het eens met bezwaarverzekeringsarts Visser in haar rapport van 30 juli 2009 dat de door Van Tilburg aangegeven duurbeperking niet geldt voor 5 oktober 2006, want Van Tilburg koppelt deze aan de per begin 2007 toegenomen klachten alsmede een verminderde inspanningstolerantie die met name moet worden toegeschreven aan de (actiever wordende) colitus ulcerosa. Daarnaast blijkt uit de rapportage van Van Tilburg een minder actieve daginvulling, zodat Visser de per 22 februari 2007 aangenomen urenbeperking begrijpt, doch geen aanleiding ziet om ook op de datum die in dit geding van belang is, 5 oktober 2006, een urenbeperking noodzakelijk te achten. De Raad heeft geen aanknopingspunten gevonden om dit standpunt voor onjuist te houden.

6.2. Met de rechtbank onderschrijft de Raad eveneens de arbeidskundige component van het bestreden besluit. Dit betekent vooreerst dat de Raad van oordeel is dat de door het Uwv ter berekening van appellantes verdienvermogen geselecteerde voorbeeldfuncties in medisch opzicht voor appellante geschikt zijn te achten. Daarnaast kan de Raad appellante evenmin volgen in de stelling dat niet, althans in onvoldoende mate, is gemotiveerd dat appellante in de geduide functies dicht bij een toilet werkt en het werk voor een toiletgang kan onderbreken. De Raad acht in dit verband in het bijzonder van belang dat de aan appellante voorgehouden functies eenvoudige administratieve werkzaamheden betreffen, waarbij, zo volgt uit de functiebeschrijvingen, een toiletbezoek van enige duur de voortgang van het werkproces niet direct stagneert. De Raad is gelet hierop van oordeel dat frequentie en duur van de toiletgang van appellante er niet aan in de weg staan de geselecteerde werkzaamheden voor haar geschikt te achten. Nu naar het oordeel van de Raad ook genoegzaam is toegelicht dat in de geduide functies in de nabijheid van een toilet kan worden gewerkt, is de Raad overtuigd van de geschiktheid van de aan appellante voorgehouden functies.

6.3. Gezien het vorenstaande dient de aangevallen uitspraak te worden bevestigd.

7. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos als voorzitter en R.C. Stam en M. Greebe als leden, in tegenwoordigheid van J.M. Tason Avila als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 november 2009.

(get.) D.J. van der Vos.

(get.) J.M. Tason Avila.

GdJ