Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BK4031

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
20-11-2009
Datum publicatie
23-11-2009
Zaaknummer
09-2844 WAO + 09-4392 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Herziening WAO-uitkering. Appellant heeft geen medische gegevens overgelegd die twijfel doen rijzen aan de door het Uwv vastgestelde belastbaarheid. Zorgvuldig medische onderzoek. Met betrekking tot de nek- en hoofdpijnklachten verwijst de Raad naar de rapportage van de bezwaarverzekeringsarts van 1 september 2009, waarin is uiteengezet dat genoemde klachten wel degelijk bekend waren maar dat de specialist geen afwijkende bevindingen heeft vastgesteld. De stelling van appellant dat de rechtbank ten onrechte het Uwv niet heeft veroordeeld in de voor de rapporten van Instituut Psychosofia gemaakte kosten slaagt niet.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

09/2844 WAO + 09/4392 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 15 april 2009, 08/2983

(hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen

(hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 20 november 2009

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. W.C. de Jonge, advocaat te Vlaardingen, hoger beroep ingesteld.

Ter uitvoering van de aangevallen uitspraak heeft het Uwv op 17 juli 2009 een nieuw besluit op het bezwaar van appellant genomen (bestreden besluit 2).

Het Uwv heeft tevens een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 oktober 2009. Appellant is verschenen in persoon, bijgestaan door mr. De Jonge. Het Uwv was vertegenwoordigd door W.L.J. Weltevrede.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellant ontving een WAO-uitkering, berekend naar een mate van

arbeidsongeschiktheid van 25-35%. Bij besluit van 21 januari 2008 heeft het Uwv geweigerd deze uitkering per 1 januari 2007 te verhogen. Bij besluit van dezelfde datum heeft het Uwv de uitkering per 8 januari 2008 herzien en nader vastgesteld naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 35-45%.

1.2. Bij besluit van 18 juli 2008 (bestreden besluit 1) heeft het Uwv deze besluiten gehandhaafd.

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellant tegen dat besluit gegrond verklaard voor wat betreft de datum 1 januari 2007, het besluit in zoverre vernietigd en bepaald dat het Uwv een nieuw besluit op het bezwaar van appellant moet nemen; voor wat betreft de herziening per 8 januari 2008 is het beroep ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat het Uwv bestreden besluit 1 voor wat betreft de datum 1 januari 2007 niet langer heeft gehandhaafd. De rechtbank heeft voorts aanleiding gezien het Uwv te veroordelen in de proceskosten met uitzondering van de kosten voor de rapporten van Instituut Psychosofia. Met betrekking tot de datum 8 januari 2008 heeft de rechtbank geoordeeld dat het (medische) onderzoek voldoende was en dat in de Functionele Mogelijkheden Lijst in voldoende mate rekening is gehouden met de beperkingen van appellant. De rechtbank heeft voorts geen aanknopingspunten gevonden om de geselecteerde functies niet voor appellant geschikt te achten.

3. In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat ten onrechte de kosten voor de rapporten van Instituut Psychosofia niet vergoed worden. Om die reden is ook bestreden besluit 2 onjuist. Daarnaast heeft hij er op gewezen dat onvoldoende onderzoek is gedaan naar zijn nek- en hoofdpijnklachten en dat hij per 8 januari 2008 meer beperkingen had dan waarvan het Uwv is uitgegaan. Ter ondersteuning van zijn standpunt heeft hij een rapport van Instituut Psychosofia gedateerd 5 augustus 2009 overgelegd.

4.1. Met betrekking tot de datum 8 januari 2008 overweegt de Raad als volgt.

4.2. Hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd bevat, in vergelijking met zijn stellingname in eerste aanleg, geen nieuwe gezichtspunten en heeft de Raad niet tot een ander oordeel gebracht dan het in de aangevallen uitspraak neergelegde oordeel van de rechtbank. Ook in hoger beroep heeft appellant geen medische gegevens overgelegd die twijfel doen rijzen aan de door het Uwv vastgestelde belastbaarheid. Evenals de rechtbank acht de Raad het medische onderzoek zorgvuldig. Met betrekking tot de nek- en hoofdpijnklachten verwijst de Raad naar de rapportage van de bezwaarverzekeringsarts van 1 september 2009, waarin is uiteengezet dat genoemde klachten wel degelijk bekend waren maar dat de specialist geen afwijkende bevindingen heeft vastgesteld.

4.3. De stelling van appellant dat de rechtbank ten onrechte het Uwv niet heeft veroordeeld in de voor de rapporten van Instituut Psychosofia gemaakte kosten slaagt niet. De Raad verwijst naar zijn vaste rechtspraak op dit punt.

4.4. Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt.

5. Gelet op hetgeen onder 4.3 is overwogen treft het beroep tegen bestreden besluit 2 evenmin doel.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten;

Verklaart het beroep tegen bestreden besluit 2 ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 november 2009.

(get.) I.M.J. Hilhorst-Hagen.

(get.) T.J. van der Torn.

IvR