Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BK3347

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
05-11-2009
Datum publicatie
16-11-2009
Zaaknummer
08-2896 AOW
Rechtsgebieden
Civiel recht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Herziening hoogte AOW-pensioen. De Raad is van oordeel dat de Svb zich, met inachtneming van de vaste jurisprudentie van de Raad, terecht op het standpunt heeft gesteld dat hij gehouden is aan het beslag medewerking te verlenen en dat het niet op zijn weg ligt de geldigheid van het door de deurwaarder gelegde beslag te beoordelen. Dit is voorbehouden aan de burgerlijke rechter. De toetsing van de Raad kan derhalve niet verder strekken dan het beantwoorden van de vraag of het bestuursorgaan bij het nemen van de betalingsbeslissing gebleven is binnen het kader van het beslag. Deze vraag wordt bevestigend beantwoord.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

08/2896 AOW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 17 april 2008, 07/5564 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).

Datum uitspraak: 5 november 2009

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 augustus 2009. Appellant is verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door J.A.J. Groenendaal.

II. OVERWEGINGEN

1.1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.2. De Svb heeft aan appellant, geboren [in] 1936, een ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) toegekend.

1.3. Op 30 mei 2006 heeft Tempelman-de Niet gerechtsdeurwaarders aan de Svb een beslagexploit betekend waarin is aangegeven dat executoriaal beslag wordt gelegd uit kracht van een vijftal dwangbevelen uitgevaardigd door de Officier van Justitie in het Arrondissement Leeuwarden op 2 maart 2005 (2x), 30 maart 2005, 13 april 2005 en op 9 december 2005 ten laste van [Appellant], geboren: [in]1936, wonende te [woonplaats] aan het adres [adress], als gedaagde, welke executoriale titels bij deurwaardersexploten van 15 maart 2005 (2x), 11 april 2005, 21 april 2005 en van 9 december 2005 aan [Appellant] zijn betekend met gelijktijdig bevel om aan de inhoud daarvan te voldoen, waaraan geen gevolg is gegeven.

1.4. Bij besluit van 9 juni 2006 heeft de Svb de uitbetaling van het AOW-pensioen van appellant verlaagd van een bedrag van € 881,08 netto per maand naar een bedrag van € 830,89 netto per maand. Daarbij is aangegeven dat door Tempelman-de Niet gerechtsdeurwaarders beslag is gelegd op het AOW-pensioen van appellant.

1.5. Bij besluit van 16 november 2007 heeft de Svb het bezwaar van appellant tegen het besluit van 9 juni 2006 ongegrond verklaard. Hieraan ligt het standpunt ten grondslag dat de Svb niet treedt in de geldigheid van een executoriaal derdenbeslag en overigens aan dit beslag op correcte wijze gevolg is gegeven.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank - onder verwijzing naar jurisprudentie van de Raad - het beroep van appellant tegen het besluit van 16 november 2007 ongegrond verklaard.

3. Appellant heeft zich in hoger beroep tegen deze uitspraak gekeerd en aangegeven dat het beslag ongeldig is omdat het op 30 mei 2006 aan de Svb betekende beslagexploit ten onrechte zijn oude adres [adress] te [woonplaats] vermeld en de Svb deswege niet bevoegd is het beslag ten uitvoer te leggen. Appellant heeft daarbij aangegeven dat hij pas door het besluit van de Svb van 9 juni 2006 op de hoogte is geraakt van het feit dat er beslag is gelegd op zijn AOW-uitkering. De aan het executoriaal beslag ten grondslag liggende dwangbevelen heeft appellant op zijn oude adres [adress] te [woonplaats] ontvangen. Ten tijde van het door Tempelman-de Niet gerechtsdeurwaarders aan de Svb op 30 mei 2006 betekende beslagexploit woonde appellant echter aan de [adres B] te [woonplaats]. Op dat adres heeft hij nimmer iets van de deurwaarder gehoord.

4.1. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.2. De Raad stelt voorop dat het besluit van de Svb van 9 juni 2006 is gericht op rechtsgevolg en dient te worden aangemerkt als een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht. Appellant zag zich geconfronteerd met een lager uitkeringbedrag dan waarop hij voorheen recht kon doen gelden.

4.3. Executoriaal beslag onder derden is geregeld in de artikelen 475 en volgende van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Hierin zijn onder meer voorschriften gegeven over de wijze waarop een deugdelijk beslag wordt gelegd, de omvang daarvan en de gevolgen voor de daarbij betrokkenen. Artikel 476a, eerste lid, Rv bepaalt dat de derde-beslagene verplicht is verklaring te doen van de vorderingen die door het beslag worden getroffen. Op grond van artikel 477, eerste lid, Rv is de derde-beslagene voorts verplicht de volgens voornoemde verklaring verschuldigde geldsommen aan de deurwaarder te voldoen, waarbij ingevolge artikel 475c, aanhef en onder c, Rv aan een uitkering op grond van sociale zekerheidswetten een beslagvrije voet is verbonden.

4.4. Artikel 475i Rv bepaalt dat de executant - in dit geval de Officier van Justitie in het Arrondissement Leeuwarden - verplicht is om binnen acht dagen na het leggen van het beslag het beslagexploit aan de geëxecuteerde te doen betekenen. Artikel 438, eerste lid, Rv bepaalt dat geschillen die in verband met een executie rijzen worden gebracht voor de rechtbank die naar de gewone regels bevoegd zou zijn, of de rechtbank in welker rechtsgebied de executie plaatsvindt. Op grond van artikel 438, tweede lid, Rv kan het geschil ook worden gebracht in kort geding voor de voorzieningenrechter van de volgens het eerste lid bevoegde rechtbank. De opheffing van een executoriaal beslag kan door de voorzieningenrechter worden bevolen, als bepaalde formaliteiten niet in acht zijn genomen, als beslag is gelegd ten laste van de verkeerde partij, of als het beslag anderszins onrechtmatig of onnodig is gelegd. De voorzieningenrechter kan desgevorderd onder meer de executie schorsen voor een bepaalde tijd of totdat op het geschil zal zijn beslist.

4.5. De Raad stelt vast dat appellant zijn grieven, ook voor zover appellant heeft beoogd te stellen dat sprake is van een schending van het bepaalde in artikel 475i Rv, heeft kunnen inbrengen in een civiele procedure tegen de executie. Appellant kan daarbij opheffing van het beslag vorderen. Desgevraagd heeft appellant ter zitting meegedeeld dat door hem geen procedure als bedoeld in artikel 438 Rv is gestart.

4.6. De Raad is gelet op het vorenstaande van oordeel dat de Svb zich, met inachtneming van de vaste jurisprudentie van de Raad, terecht op het standpunt heeft gesteld dat hij gehouden is aan het beslag medewerking te verlenen en dat het niet op zijn weg ligt de geldigheid van het door de deurwaarder gelegde beslag te beoordelen. Dit is voorbehouden aan de burgerlijke rechter. De toetsing van de Raad kan derhalve niet verder strekken dan het beantwoorden van de vraag of het bestuursorgaan bij het nemen van de betalingsbeslissing gebleven is binnen het kader van het beslag. Deze vraag wordt bevestigend beantwoord.

4.7. Uit het vorenstaande vloeit voort dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt

5. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door H.J. de Mooij in tegenwoordigheid van W. Altenaar als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 5 november 2009.

(get.) H.J. de Mooij.

(get.) W. Altenaar.

DW