Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BK3325

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
13-11-2009
Datum publicatie
17-11-2009
Zaaknummer
08-4989 TW
Rechtsgebieden
Civiel recht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Wijziging hoogte uitbetaling toeslag ingevolgen de Toeslagenwet. Terugvordering. De Raad stelt vast dat, gelet op de vermelde brief van het Uwv en de in 3.3 weergegeven overwegingen van het bestreden besluit, in dit geding alleen aan de orde is de juistheid van de toeslag met ingang van 1 mei 2007. Appellant heeft evenwel niet aangegeven waarom de berekening van de toeslag per die datum, gelet op de inmiddels ter beschikking gekomen specificatie, onjuist is. Evenals de rechtbank is ook de Raad van de door appellant gestelde onjuistheid niet gebleken. Wat betreft het beroep op het rechtszekerheids- en het vertrouwensbeginsel onderschrijft de Raad het ook door de rechtbank gedeelde standpunt van het Uwv, zoals dat is neergelegd in het bestreden besluit.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

08/4989 TW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 6 augustus 2008, 07/7361 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 13 november 2009

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. P.J.Ph. Dietz de Loos, advocaat te Wassenaar, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 oktober 2009. Appellant is – met kennisgeving – niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door A.M. Snijders.

II. OVERWEGINGEN

1. Appellant is op 24 mei 2000 uitgevallen voor zijn werk als loodsmedewerker en ontving met ingang van 22 mei 2001 een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). Desgevraagd is appellant voorts met ingang van 13 oktober 2004 een toeslag op grond van de Toeslagenwet (TW) toegekend.

2. Bij besluit van 1 mei 2007 heeft het Uwv vastgesteld dat appellant na 1 januari 2006 voortdurend inkomsten heeft gehad in verband met arbeid aangezien hij een uitkering ingevolge zowel de Werkloosheidswet als nog steeds de Ziektewet ontving. Voorts deelde het Uwv mee dat was verzuimd deze inkomsten vanaf 1 januari 2006 in mindering te brengen op de TW-uitkering waardoor appellant over de periode van 1 januari 2006 tot 1 mei 2007 teveel TW-uitkering heeft ontvangen, hetgeen het Uwv appellant echter niet zal aanrekenen. Wel zal het Uwv, aldus dit besluit, vanaf 1 mei 2007 de juiste toeslag betalen, welke volgens een bij het besluit gevoegde berekening vanaf die datum € 13,04 bedraagt.

3.1. In zijn aanvullend bezwaarschrift heeft appellant – samengevat weergegeven – aangevoerd dat in verband met de vele mutaties de berekeningswijze van het Uwv ondoorzichtig is geworden, dat voortdurende herberekening van de toeslag in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel is en dat appellant op basis van ontvangen toezeggingen een niet steeds maar weer te wijzigen levensstijl heeft opgebouwd.

3.2. Het Uwv heeft appellant naar aanleiding van het bezwaar bij brief van 18 september 2007 nader uitgelegd waarom tot 1 mei 2007 een onjuiste toeslag is verstrekt en heeft voorts meegedeeld dat dit niet van appellant wordt teruggevorderd. Hierop heeft de gemachtigde van appellant bij brief, door het Uwv ontvangen op 20 september 2007, meegedeeld het bezwaar te handhaven en af te zien van een hoorzitting.

3.3. Het Uwv heeft bij besluit van 26 september 2007 het tegen het besluit van 1 mei 2007 gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Daarbij heeft het Uwv onder andere overwogen dat met de mededeling in laatstgenoemd besluit dat het appellant niet wordt aangerekend dat teveel toeslag is betaald over de periode van 1 januari 2006 tot 1 mei 2007 wordt bedoeld de toeslag over die periode niet met terugwerkende kracht in te trekken. Voorts is volgens het Uwv de toeslag met ingang van 1 mei 2007 terecht op het in het besluit van 1 mei 2007 vermelde bedrag gesteld en brengen het rechtszekerheids- en het vertrouwensbeginsel niet mee dat een te hoge toeslag vóór 1 mei 2007 ook na die datum zou moeten worden voortgezet. Ten slotte heeft het Uwv meegedeeld dat de uitkeringsafdeling appellant een specificatie zal toezenden.

4.1. In beroep tegen het besluit van 26 september 2007 (hierna: het bestreden besluit) heeft appellant zijn in de bezwaarprocedure aangegeven gronden door overlegging van het aanvullend bezwaarschrift in feite herhaald.

4.2. Het Uwv heeft in zijn verweerschrift verwezen naar de overwegingen van het bestreden besluit en de daarin aangekondigde specificatie overgelegd.

5. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak overwogen dat haar niet gebleken is dat de bij het bestreden besluit gehandhaafde toeslag met ingang van 1 mei 2007 onjuist is. Verder heeft de rechtbank de in 3.3 weergegeven overweging van het Uwv inzake het beroep van appellant op het rechtszekerheids- en het vertrouwensbeginsel onderschreven. Gelet op een en ander heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

6. In hoger beroep heeft appellant zijn in eerdere fasen van de procedure voorgebrachte gronden en argumenten in essentie herhaald.

7.1. De Raad stelt vast dat, gelet op de in 3.2 vermelde brief van het Uwv en de in 3.3 weergegeven overwegingen van het bestreden besluit, in dit geding alleen aan de orde is de juistheid van de toeslag met ingang van 1 mei 2007. Appellant heeft evenwel niet aangegeven waarom de berekening van de toeslag per die datum, gelet op de inmiddels ter beschikking gekomen specificatie, onjuist is. Evenals de rechtbank is ook de Raad van de door appellant gestelde onjuistheid niet gebleken. Wat betreft het beroep op het rechtszekerheids- en het vertrouwensbeginsel onderschrijft de Raad het ook door de rechtbank gedeelde standpunt van het Uwv, zoals dat is neergelegd in het bestreden besluit.

7.2. Overweging 7.1 brengt mee dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

8. Voor een veroordeling van een partij in de proceskosten van een andere partij ziet de Raad ten slotte geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door C.W.J. Schoor, in tegenwoordigheid van F. Heringa als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 november 2009.

(get.) C.W.J. Schoor.

(get.) F. Heringa.

TM