Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BK3058

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
11-11-2009
Datum publicatie
12-11-2009
Zaaknummer
08-4369 WIA
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering WIA-uitkering toe te kennen. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag. Voldoende zorgvuldig medische onderzoek. Voldoende gemotiveerd dat er bij appellante op datum in geding geen sprake is van volledige arbeidsongeschiktheid op medische gronden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

08/4369 WIA

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 9 juli 2008, 07/3151 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 11 november 2009

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. J.L. van Os, advocaat te Tilburg, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft, gevoegd met de zaken onder nummers 08/4511 en 08/4512, plaatsgevonden op 30 september 2009. Appellante en haar gemachtigde zijn, met voorafgaande berichtgeving, niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. R.E.J.P.M. Rutten.

Na sluiting van het onderzoek ter zitting zijn de gevoegde zaken ter afdoening gesplitst.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Voor een overzicht van de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. De Raad volstaat hier met het volgende.

1.2. Bij besluit van 27 oktober 2006 heeft het Uwv aan appellante meegedeeld dat zij per 26 oktober 2006 geen recht heeft op een uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Bij besluit van 22 juni 2007 (bestreden besluit) heeft het Uwv het tegen dit besluit gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daarbij overwogen het onderzoek van de verzekeringsartsen naar de medische gesteldheid en belastbaarheid van appellante voldoende zorgvuldig te achten. Naar het oordeel van de rechtbank beschikten de verzekeringsartsen over een volledig beeld van de gezondheidstoestand van appellante op datum in geding, 26 oktober 2006, en waren zij voldoende op de hoogte van de door appellante gestelde klachten. De verzekeringsartsen hebben de door neuroloog J.P.L. van der Plas overgelegde medische informatie en de overige informatie in het dossier bestudeerd en naar het oordeel van de rechtbank voldoende meegewogen bij hun beoordeling met betrekking tot de belastbaarheid van appellante. Naar het oordeel van de rechtbank hebben zij voorts voldoende gemotiveerd dat er bij appellante op datum in geding geen sprake is van volledige arbeidsongeschiktheid op medische gronden; evenmin was het de rechtbank gebleken dat de verzekeringsartsen onvoldoende beperkingen hebben aangenomen in de FML van 21 september 2006.

Met betrekking tot de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit heeft de rechtbank vastgesteld dat de (bezwaar)arbeidsdeskundige bij de beoordeling van de passendheid van de functies alle signaleringen heeft toegelicht. Gelet op deze toelichting was de rechtbank ervan overtuigd dat de geselecteerde functies van inpakker, productiemedewerker industrie en productiemedewerker papier, karton en drukkerij voor appellant geschikt te achten zijn.

3.1. De Raad, oordelend over hetgeen namens appellante tegen de aangevallen uitspraak is aangevoerd, overweegt het volgende.

De gronden in beroep vormen een herhaling van de gronden die reeds in bezwaar en in eerste aanleg zijn aangevoerd. De Raad verenigt zich met het ter zake gegeven oordeel van de rechtbank en onderschrijft de daaraan de door de rechtbank in 2.3 tot en met 2.5 ten grondslag gelegde overwegingen. De eerst in hoger beroep aangevoerde grond van appellante dat zij zich aangewezen acht op een urenbeperking tot maximaal 15 uur per week heeft appellante niet met nadere medische gegevens onderbouwd. Derhalve ziet de Raad geen aanleiding tot een andersluidend oordeel dan de rechtbank te komen.

3.2. Uit hetgeen hiervoor onder 3.1 is overwogen volgt dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

4. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake de vergoeding van proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door C.P.J. Goorden, in tegenwoordigheid van J.M. Tason Avila als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 november 2009.

(get.) C.P.J. Goorden.

(get.) J.M. Tason Avila.

EK