Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BK3049

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
11-11-2009
Datum publicatie
12-11-2009
Zaaknummer
08-4511ZW+08-4512ZW
Rechtsgebieden
Civiel recht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Geen recht op ziekengeld. Geschiktheid voor één van de in het kader van de WIA-beoordeling geselecteerde functies. Voldoende medische grondslag. Standpunt dat medische beperkingen zijn toegenomen, is niet onderbouwd met medische gegevens.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

08/4511 ZW en 08/4512 ZW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 9 juli 2008, 07/3152 en 07/5253 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 11 november 2009

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. J.L. van Os, advocaat te Tilburg, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft, gevoegd met de zaak onder nummer 08/4369, plaatsgevonden op 30 september 2009. Appellante en haar gemachtigde zijn, met voorafgaande berichtgeving, niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. R.E.J.P.M. Rutten.

Na sluiting van het onderzoek ter zitting zijn de gevoegde zaken ter afdoening gesplitst,

II. OVERWEGINGEN

1.1. Voor de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak en de uitspraak van de Raad van heden in de zaak 08/4369. De Raad volstaat hier met het volgende.

1.2. Het Uwv heeft geweigerd appellante met ingang van 27 oktober 2006 in aanmerking te brengen voor een uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Appellante is daarbij geschikt geacht de geselecteerde functies van inpakker, productiemedewerker industrie en productiemedewerker papier, karton en drukkerij te verrichten. Aansluitend ontving zij een uitkering ingevolgde de Werkloosheidswet. Op 26 februari 2007 en 9 augustus 2007 heeft zij zich ziek gemeld in verband met toegenomen klachten.

1.3. Bij besluiten van respectievelijk 10 april 2007 en 29 augustus 2007 heeft het Uwv appellante meegedeeld dat zij met ingang van respectievelijk 16 april 2007 en 31 augustus 2007 geen recht (meer) heeft op ziekengeld. Het tegen deze besluiten gemaakte bezwaar is respectievelijk bij besluiten van 3 juli 2007 en 8 november 2007 ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank de tegen deze besluiten ingestelde beroepen ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daarbij vastgesteld dat de bestreden besluiten zijn gebaseerd op de rapportages van de verzekeringsarts en de bezwaarverzekeringsarts. De rechtbank is vervolgens tot het oordeel gekomen dat het Uwv zich op basis hiervan op goede gronden op het standpunt heeft gesteld dat de belastbaarheid van appellante niet is gewijzigd en dat zij derhalve op de in geding zijnde data van 16 april 2007 en 31 augustus 2007 belastbaar is conform de in het kader van de WIA-beoordeling opgestelde FML van 21 september 2006, waarmee zij geschikt te achten is voor één van de in het kader van de WIA-beoordeling geselecteerde functies. Het Uwv heeft naar het oordeel van de rechtbank derhalve op goede gronden besloten om de verdere uitkering ingevolge de ZW zowel per 16 april 2007 als per 31 augustus 2007 te weigeren.

4.1. De Raad overweegt als volgt.

4.2. Ingevolge het bepaalde in artikel 19, eerste lid, van de ZW heeft de verzekerde bij ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte of gebrek recht op ziekengeld. Volgens vaste jurisprudentie van de Raad wordt onder “zijn arbeid” verstaan de laatstelijk voor de ziekmelding feitelijk verrichte arbeid. Deze regel lijdt in een geval als het onderhavige in zoverre uitzondering dat, wanneer de verzekerde na gedurende de maximumtermijn ziekengeld te hebben ontvangen, blijvend ongeschikt is voor zijn oude werk en niet in enig werk heeft hervat, als maatstaf geldt gangbare arbeid, zoals die nader is geconcretiseerd bij de beoordeling van betrokkenes aanspraak op een uitkering ingevolge de Wet WIA. Daarbij is het voldoende indien de hersteldverklaring wordt gedragen door ten minste één van de geselecteerde functies.

4.3. De Raad oordelend over hetgeen namens appellante tegen de aangevallen uitspraak heeft aangevoerd, overweegt het volgende. De gronden van het hoger beroep vormen een herhaling van de gronden die reeds in bezwaar en beroep zijn aangevoerd. De Raad verenigt zich met het terzake door de rechtbank gegeven oordeel en onderschrijft de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen neergelegd in 2.3 tot en met 2.6 van de aangevallen uitspraak en volstaat met een verwijzing daarnaar. Appellante heeft haar in hoger beroep herhaalde standpunt dat haar medische beperkingen zijn toegenomen niet onderbouwd met medische gegevens. Voor haar eerst in hoger beroep aangevoerde stelling dat zij niet meer dan 15 uur per week kan werken ontbreekt ook thans iedere medische onderbouwing. Derhalve ziet de Raad geen aanleiding tot een andersluidend oordeel dan de rechtbank te komen.

5. Uit hetgeen hiervoor onder 4.2 en 4.3 is overwogen volgt dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

6. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake de vergoeding van proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door C.P.J. Goorden, in tegenwoordigheid van J.M. Tason Avila als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 november 2009.

(get.) C.P.J. Goorden.

(get.) J.M. Tason Avila.

EK