Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BK3030

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
11-11-2009
Datum publicatie
12-11-2009
Zaaknummer
09-1520 WAZ
Rechtsgebieden
Civiel recht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering WAZ-uitkering toe te kennen. Bij aangevallen uitspraak is het beroep niet ontvankelijk verklaard. De rechtbank heeft vastgesteld, dat de gronden van beroep buiten de gestelde termijn zijn ontvangen. De reden van de termijnoverschrijding, de kantoorverhuizing van gemachtigde, heeft de rechtbank niet als een verschoonbare reden aangemerkt. Voorts heeft de rechtbank de stelling van gemachtigde van appellant, dat op grond van de Procesregeling bestuursrechtelijke colleges 2006 de brief waarin gemachtigde in de gelegenheid is gesteld de gronden aan te vullen aangetekend verzonden had moeten worden, verworpen, omdat deze procesregeling niet geldt voor rechtbanken. Tenslotte heeft de rechtbank overwogen, dat appellant door het niet aangetekend verzenden van de brief niet in zijn belang is geschaad, aangezien gemachtigde van appellant de brief gewoon ontvangen heeft. De Raad kan zich vinden in de overwegingen van de rechtbank en haar daarop gebaseerde oordeel over de ontvankelijkheid van het beroep en maakt die overwegingen tot de zijne.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/1520 WAZ

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 12 februari 2009, 08/5305 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 11 november 2009

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. L.G.U. Compri, advocaat in Nijmegen, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 september 2009. Appellant is niet ter zitting verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door G.M.M. Diebels.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Bij besluit van 15 maart 2005 heeft het Uwv de aanvraag van appellant om uitkering ingevolge de Wet Arbeidsongeschiktheidsverzekering Zelfstandigen (WAZ) afgewezen. Het daartegen ingediende bezwaar is bij besluit van 11 november 2005 ongegrond verklaard. Het daartegen ingestelde beroep is door de rechtbank op 28 april 2006 eveneens ongegrond verklaard. Op 4 april 2008 heeft de Raad die uitspraak van de rechtbank, alsmede het besluit van 11 november 2005 vernietigd. Bij besluit van 3 november 2008 (verder: het bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar wederom ongegrond verklaard.

1.2. Op 26 november 2008 heeft de rechtbank het voorlopig beroepschrift ontvangen. Bij brief van 27 november 2008 is gemachtigde van appellant verzocht om binnen vier weken na dagtekening voor aanvulling van de beroepsgronden zorg te dragen en is hij erop gewezen dat, indien niet aan dit verzoek wordt voldaan of binnen de gestelde termijn door de rechtbank een verzoek om uitstel wordt ontvangen, het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard. Eerst op 11 januari 2009, dus buiten de gestelde termijn, heeft appellant de aanvullende gronden van het beroep ingediend.

2. Bij aangevallen uitspraak is het beroep niet ontvankelijk verklaard. De rechtbank heeft vastgesteld, dat de gronden van beroep buiten de gestelde termijn zijn ontvangen. De reden van de termijnoverschrijding, de kantoorverhuizing van gemachtigde, heeft de rechtbank niet als een verschoonbare reden aangemerkt. Voorts heeft de rechtbank de stelling van gemachtigde van appellant, dat op grond van de Procesregeling bestuursrechtelijke colleges 2006 de brief waarin gemachtigde in de gelegenheid is gesteld de gronden aan te vullen aangetekend verzonden had moeten worden, verworpen, omdat deze procesregeling niet geldt voor rechtbanken. Tenslotte heeft de rechtbank overwogen, dat appellant door het niet aangetekend verzenden van de brief niet in zijn belang is geschaad, aangezien gemachtigde van appellant de brief gewoon ontvangen heeft.

3. In hoger beroep is aangevoerd, dat onduidelijkheid bestond over de van toepassing zijnde procesregeling. Voorts zou de nalatigheid van gemachtigde in geen verhouding staan tot het financiƫle en persoonlijke belang van appellant en in dat opzicht sprake zijn van een bijzondere hardheid.

4.1. De Raad overweegt als volgt.

4.2. De Raad kan zich vinden in de overwegingen van de rechtbank en haar daarop gebaseerde oordeel over de ontvankelijkheid van het beroep en maakt die overwegingen tot de zijne. De grief in hoger beroep, dat sprake zou zijn van een bijzondere hardheid, maakt dit niet anders. Ten aanzien van de gestelde onduidelijkheid over de vraag welke procesregeling zou gelden overweegt de Raad, dat in de brief van 27 november 2008, waarin gemachtigde in de gelegenheid is gesteld de gronden van het beroep aan te vullen, uitdrukkelijk is verwezen naar de toepasselijke regelgeving, te weten de Procesregeling bestuursrecht 2008. Het aangetekend verzenden van een verzuimbrief is daarin niet voorgeschreven. In de brief van 27 september 2008 is tevens expliciet gewezen op de consequenties van het niet of niet tijdig reageren op het verzoek. Het beroep is dan ook op goede gronden niet-ontvankelijk verklaard.

4.3. Hetgeen onder punt 4.2 is overwogen leidt dan ook tot de slotsom dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

5. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door C.P.J. Goorden, in tegenwoordigheid van J.M. Tason Avila als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 november 2009.

(get.) C.P.J. Goorden.

(get.) J.M. Tason Avila.

EK