Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BK2812

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
21-10-2009
Datum publicatie
10-11-2009
Zaaknummer
08-3833 TOG
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing aanvraag om een tegemoetkoming op grond van het bepaalde bij en krachtens de Regeling tegemoetkoming onderhoudskosten thuiswonende gehandicapte kinderen 2000. In geschil tussen partijen is enkel de hoogte van de zorgscore. Er is door de SVB een score van 8 punten toegekend en appellant stelt zich op het standpunt dat dit 10 punten moet zijn. Voor wat betreft de subcategorie “eten en drinken” overweegt de Raad dat uit de gedingstukken en het verhandelde ter zitting is d gebleken dat om voor 2 punten in de subcategorie “eten en drinken” in aanmerking te kunnen komen, er sprake dient te zijn van “aanzienlijke inspanning en aansporing tot inname van uitzonderlijke (hoeveelheden) voeding bij chronische ziekten; continue aansporing/begeleiding tijdens de maaltijd in verband met medisch noodzakelijk afwijkend voedingspatroon of dieet”. Hiervan is in het geval van [naam dochter] geen sprake. Voor wat betreft de subcategorie “lichaamshygiëne” overweegt de Raad dat de

SVB 0 punte nheeft toegekend voor de subcategorie “lichaamshygiëne”. Hetgeen door appellant is aangevoerd, kan naar het oordeel van de Raad in het licht van de in het Beoordelingsinstrument neergelegde maatstaven, niet leiden tot toekenning van een hogere score op deze subcategorie. Uit de gedingstukken en het verhandelde ter zitting is de Raad immers gebleken dat [naam dochter] alle handelingen met betrekking tot lichaamshygiëne zelfstandig kan uitvoeren. Om voor 1 punt in de subcategorie “lichaamshygiëne” in aanmerking te kunnen komen, dient er sprake te zijn van “veel toezicht” en “frequent uitleg, aansporing en controle”. Gesteld noch gebleken is dat hier in [naam dochter] geval sprake van is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

08/3833 TOG

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

UITSPRAAK

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats], (hierna: appellant)

tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 23 mei 2008, 07/1973 (hierna: aangevallen uitspraak)

in het geding tussen

appellant

en

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, gevestigd te Amstelveen, (hierna: SVB).

Datum uitspraak: 21 oktober 2009

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. J. Heek, werkzaam bij SRK Rechtsbijstand, hoger beroep ingesteld.

De SVB heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 september 2009. Namens appellant is mr. Heek verschenen. De SVB heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M. Sturmans, werkzaam bij de SVB en drs. G. Durlinger, bezwaararts bij ClientFirst te Zeist.

II. OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

1.1. De dochter van appellant, [naam dochter], geboren [in] 1998, heeft de chronische ziekte Diabetes Mellitus type 1. Dit betekent dat haar vier maal per dag insuline toegediend moet worden en dat voor haar maaltijden berekeningen gemaakt moeten worden met betrekking tot het aantal koolhydraten. In verband hiermee heeft appellant op 14 april 2007 op grond van het bepaalde bij en krachtens de Regeling tegemoetkoming onderhoudskosten thuiswonende gehandicapte kinderen 2000 (hierna: TOG 2000) een tegemoetkoming aangevraagd.

1.2. Naar aanleiding van de aanvraag van appellant heeft ClientFirst op 1 juni 2007 advies aan de SVB uitgebracht. In dit advies is aangegeven dat [naam dochter] op en na de peildatum van 1 april 2006 niet aanzienlijk meer afhankelijk is van geregelde verzorging of oppassing dan een gezond kind van dezelfde leeftijd. De zorgscore is vastgesteld op

8 punten, terwijl bij de leeftijd van [naam dochter] op de peildatum (zeven jaar oud), een minimale zorgscore is vereist van 10 punten. Geadviseerd is [naam dochter] niet gehandicapt te achten in de zin van TOG 2000.

1.3. Bij besluit van 13 juli 2007 heeft SVB de aanvraag van appellant op grond van het in 1.2 genoemde advies - met ingang van het tweede kwartaal van 2006 - afgewezen.

1.4. Naar aanleiding van het bezwaar van appellant tegen het besluit van 13 juli 2007 heeft ClientFirst op 12 oktober 2007 opnieuw advies uitgebracht aan de SVB. Hierin is tot eenzelfde conclusie gekomen als in het advies van 1 juni 2007.

1.5. Bij besluit van 15 november 2007 heeft SVB het bezwaar van appellant tegen het besluit van 13 juli 2007 op grond van het in 1.4 genoemde advies ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het besluit van 15 november 2007 ongegrond verklaard. Hiertoe is overwogen dat de SVB terecht het standpunt heeft ingenomen dat [naam dochter], gelet op de aan de hand van het Beoordelingsinstrument TOG berekende scores, niet in aanmerking komt voor een tegemoetkoming.

3. Namens appellant is hoger beroep ingesteld. Kort samengevat is aangevoerd dat het niet juist is dat de mate van afhankelijkheid van [naam dochter] van de zorg voor het bepalen van wat en wanneer er gegeten moet worden in verband met het door haar te volgen dieet, tot uitdrukking wordt gebracht in de subcategorie “medische verzorging”. Dat betreft immers het toedienen van insuline en het bereiden van dieetvoeding en niet de dagelijkse continue aanpassing/aansporing en begeleiding, die [naam dochter] bij het eten en drinken nodig heeft. [naam dochter] kan niets zelfstandig eten en dient hierin altijd begeleid te worden. Deze continue begeleiding is nergens tot uitdrukking gebracht in de zorgscore. Gezien de toelichting bij het onderdeel “eten en drinken” van het beoordelingsinstrument dient de maximale score van 2 te worden toegekend. Voorts zijn er ten onrechte geen punten toegekend in de subcategorie “lichaamshygiëne”, nu er wel degelijk sprake is van extra zorg. [naam dochter] moet aangespoord worden bij het tandenpoetsen en handenwassen en zij moet veelvuldig worden gecontroleerd op wondjes.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. De Raad stelt voorop dat de TOG 2000 tot doel heeft ouders/verzorgers die een zeer ernstig gehandicapt kind thuis verzorgen, terwijl dit kind gelet op de aard en mate van zijn handicap in een intramurale AWBZ-instelling geplaatst zou kunnen worden, financieel tegemoet te komen.

4.2.1. In artikel 2 van de TOG 2000 is bepaald dat als kind wordt aangemerkt een persoon tussen de 3 en 18 jaar, die ernstig beperkt is in het dagelijks functioneren als gevolg van een ziekte of stoornis van lichamelijke, verstandelijke of geestelijke aard waardoor hij blijvend of voorlopig blijvend gehandicapt is.

4.2.2. In artikel 3 van de TOG 2000 is - kort gezegd - bepaald dat als (voorlopig) blijvend gehandicapt wordt aangemerkt het kind dat (a) aanzienlijk meer afhankelijk is van geregelde verzorging en oppassing dan een gezond kind van dezelfde leeftijd en (b) aanspraak kan maken op opname in een AWBZ-instelling.

4.2.3. In artikel 4, eerste lid, van de TOG 2000 is bepaald dat de natuurlijke persoon die hier te lande woont en tot wiens huishouden het kind hier te lande op de peildag behoort, over dat kalenderkwartaal recht heeft op een tegemoetkoming in de onderhoudskosten van dat kind op grond van deze regeling.

4.2.4. Bij de beoordeling of sprake is van afhankelijkheid van geregelde oppassing en verzorging als bedoeld in artikel 3, onder a, van de TOG 2000 wordt door de SVB, overeenkomstig daartoe opgestelde beleidsregels, gepubliceerd in Stcrt. 2005, 109, vastgesteld of en in welke mate het kind is aangewezen op hulp met betrekking tot de volgende aspecten: lichaamshygiëne, zindelijkheid, eten en drinken, mobiliteit, medische verzorging (de categorie verzorging) en gedragsproblemen, communicatiegebreken, de onmogelijkheid alleen thuis te zijn, begeleiding buitenshuis en handreikingen en begeleiding (de categorie oppassing). Per subcategorie wordt beoordeeld of het kind in sterke of in lichte mate afhankelijk is van hulp, toezicht en begeleiding. Daarbij wordt een vergelijking gemaakt met de mate van hulp, toezicht en begeleiding die een gezond kind van dezelfde leeftijd nodig heeft.

4.2.5. De SVB hanteert bij die beoordeling een interne uitvoeringsrichtlijn voor deskundigen, het zogenoemde Beoordelinsginstrument TOG. Dit Beoordelingsinstrument zoekt aansluiting bij de toelichting van de TOG 2000 en de door de SVB opgestelde beleidsregels. In het Beoordelinsginstrument wordt een nadere uitwerking gegeven aan de in het beleid genoemde beoordelingsthema’s, waarbij per thema, afhankelijk van de zorgzwaarte, 0, 1 of 2 punten worden toegekend. Om te kunnen spreken van aanzienlijk meer afhankelijk zijn van geregelde oppassing en verzorging dan een gezond kind van dezelfde leeftijd, hanteert de SVB een minimale score van 10 punten voor kinderen van zes en zeven jaar, 9 punten voor kinderen van acht en negen jaar, 8 punten voor kinderen van tien en elf jaar en 6 punten voor kinderen van twaalf jaar en ouder.

4.3. Zoals de Raad reeds eerder heeft overwogen is niet gebleken dat het Beoordelinsginstrument als zodanig in strijd komt met enige regel van geschreven of ongeschreven recht of met enig algemeen rechtsbeginsel. Het Beoordelinsginstrument kan in beginsel dan ook als uitgangspunt voor de beoordeling van een aanvraag om een tegemoetkoming op grond van de TOG 2000 worden genomen.

4.4. In geschil tussen partijen is enkel de hoogte van de zorgscore. Er is door de SVB een score van 8 punten toegekend en appellant stelt zich op het standpunt dat dit 10 punten moet zijn, aangezien [naam dochter] in aanmerking komt voor extra punten in de subcategorieën “eten en drinken” en “lichaamshygiëne” van het Beoordelingsinstrument.

4.5.1. Voor wat betreft de subcategorie “eten en drinken” overweegt de Raad het volgende.

4.5.2. Appellant heeft aangegeven dat [naam dochter] niet zelfstandig kan eten. Haar ouders begeleiden haar tijdens het eten omdat er steeds berekend dient te worden hoeveel koolhydraten er in het eten zitten. Ook moeten haar ouders [naam dochter] voortdurend aansporen tijdens de maaltijd tot inname van uitzonderlijke (hoeveelheden) voeding. Volgens appellant voldoet [naam dochter] hiermee aan het in het Beoordelingsinstrument genoemde criterium voor de toekenning van 2 punten: “continue aansporing/begeleiding tijdens de maaltijd in verband met medisch noodzakelijk afwijkend voedingspatroon of dieet”. De SVB stelt zich echter op het standpunt dat de controle en aansporing van eten en drinken binnen de subcategorie “medische verzorging” valt, waarvoor aan appellant reeds

2 punten zijn toegekend.

4.5.3. Uit de gedingstukken en het verhandelde ter zitting is de Raad gebleken dat om voor 2 punten in de subcategorie “eten en drinken” in aanmerking te kunnen komen, er sprake dient te zijn van “aanzienlijke inspanning en aansporing tot inname van uitzonderlijke (hoeveelheden) voeding bij chronische ziekten; continue aansporing/begeleiding tijdens de maaltijd in verband met medisch noodzakelijk afwijkend voedingspatroon of dieet”. Hiervan is in het geval van [naam dochter] geen sprake. Ter zitting heeft Durlinger, bezwaararts bij ClientFirst, aangegeven dat de nadruk in de subcategorie “eten en drinken” ligt op de kwalificatie “afwijkend voedingspatroon of dieet” en niet op “continue aansporing/begeleiding”. Het advies van ClientFirst van 12 oktober 2007 geeft hieromtrent nog aan dat de tijdrovende bereiding van dieetvoeding valt onder de subcategorie “medische verzorging”. Verder is door ClientFirst onder het kopje “eten en drinken” aangegeven dat [naam dochter] een makkelijke eter is. Hiermee voldoet [naam dochter] naar het oordeel van de Raad aan het in het Beoordelingsinstrument genoemde criterium voor de toekenning van 0 punten: “kan zelf eten, drinken, kan ook zelf boterham klaarmaken, warme maaltijd opscheppen, drinken inschenken. Eventueel is af en toe aansporing nodig”. Hetgeen appellant heeft gesteld met betrekking tot de wijze van eten en drinken van [naam dochter] valt naar het oordeel van de Raad veeleer binnen de subcategorie “medische verzorging” waar is aangegeven dat 2 punten kunnen worden toegekend bij “controle en toezicht ten aanzien van moeilijk behandelbare pathologie of voortdurende alertheid op eventueel optredende medische complicaties of ontregeling; noodzaak van (tijdrovende) bereiding van individuele dieetvoeding”.

4.6.1. Voor wat betreft de subcategorie “lichaamshygiëne” overweegt de Raad het volgende.

4.6.2. De SVB heeft 0 punten toegekend voor de subcategorie “lichaamshygiëne”. Hetgeen door appellant is aangevoerd, kan naar het oordeel van de Raad in het licht van de in het Beoordelingsinstrument neergelegde maatstaven, niet leiden tot toekenning van een hogere score op deze subcategorie. Uit de gedingstukken en het verhandelde ter zitting is de Raad immers gebleken dat [naam dochter] alle handelingen met betrekking tot lichaamshygiëne zelfstandig kan uitvoeren. Om voor 1 punt in de subcategorie “lichaamshygiëne” in aanmerking te kunnen komen, dient er sprake te zijn van “veel toezicht” en “frequent uitleg, aansporing en controle”. Gesteld noch gebleken is dat hier in [naam dochter]’s geval sprake van is.

5. Dit betekent dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

6. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door H.C.P. Venema, in tegenwoordigheid van B.E. Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 oktober 2009.

(get.) H.C.P. Venema.

(get.) B.E. Giesen.

mm