Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BK2542

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
29-10-2009
Datum publicatie
09-11-2009
Zaaknummer
08-2847 AW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Juiste vaststelling aantal lesweken. Naar het oordeel van de Raad kan niet gesproken worden van ernstige feiten. Op basis van overeenstemming in het georganiseerd overleg is voldaan aan de basisvoorwaarde voor de totstandkoming van de lesvoorschriften. Het college heeft dus toepassing kunnen geven aan de lesvoorschriften. De Raad stelt vast dat de rechtbank op goede gronden heeft geoordeeld dat het college de lesvoorschriften in de situatie van appellant onverkort heeft kunnen toepassen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
TAR 2010/36

Uitspraak

08/2847 AW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats], (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 3 april 2008, 07/1129 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Maastricht (hierna: college)

Datum uitspraak: 29 oktober 2009

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 september 2009. Appellant en zijn raadsman zijn niet verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. G.P.F. van Duren, advocaat te ’s-Hertogenbosch, en M.J.H. Vennix, werkzaam bij de gemeente Maastricht.

II. OVERWEGINGEN

1. Voor een uitgebreid overzicht van de hier van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. Hij volstaat hier met het volgende.

1.1. Appellant is werkzaam als docent [naam vak] bij [naam werkgever], een dienst van de gemeente Maastricht. Na een wijziging van de voorschriften betreffende het aantal lesweken per jaar voor alle docenten van [naam werkgever] (hierna: lesvoorschriften) - tot stand gebracht bij besluit van 26 september 2006 -, heeft het college voor het cursusjaar 2006/2007 voor appellant het aantal lesweken vastgesteld op 40, twee weken meer dan voorheen. Het college heeft dat besluit na bezwaar van appellant gehandhaafd bij besluit van 12 juni 2007 (hierna: bestreden besluit).

1.2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Zij heeft daartoe in het bijzonder overwogen dat het college bij het nemen van het bestreden besluit terecht rekening heeft gehouden met de uitkomst van het over de wijziging van de lesvoorschriften gevoerde zogenoemde georganiseerd overleg. De onregelmatigheden die zich naar appellants oordeel bij de totstandkoming van de besluitvorming in dat overleg hadden voorgedaan, deden naar het oordeel van de rechtbank niet terzake.

2. Appellant is van mening dat de rechtbank heeft verzuimd deugdelijk te motiveren waarom de door hem bedoelde onregelmatigheden niet terzake zouden doen. Hij heeft verder volstaan met verwijzing naar zijn stellingen uit de bezwaar- en beroepsfase.

3. De Raad overweegt als volgt.

3.1. Appellants grief tegen de aangevallen uitspraak behelst in wezen de handhaving van zijn eerder geuite grief tegen het bestreden besluit. Die komt erop neer dat het college geen toepassing had mogen geven aan de lesvoorschriften omdat er aan de voorbereiding van het besluit van 26 september 2006 zoveel onregelmatigheden kleven, dat dit besluit in strijd moet worden geacht met het zorgvuldigheidsbeginsel.

3.2. Volgens vaste rechtspraak van de Raad (CRvB 8 april 1999, LJN AA3702 en TAR 1999, 91) kan er aanleiding zijn te oordelen dat een algemeen verbindend voorschrift buiten toepassing moet worden laten, indien aan de inhoud of wijze van totstandkoming van dat algemeen verbindend voorschrift zodanige ernstige feilen kleven dat dit voorschrift om die reden niet als grondslag kan dienen voor een daarop in een concreet geval te baseren besluit. Die, niet rechtstreekse, toetsing van het algemeen verbindend voorschrift is een terughoudende toetsing.

3.3. De door appellant gewraakte wijze van totstandkoming van de lesvoorschriften betreft de zijns inziens onjuiste gang van zaken, op meerdere onderdelen, bij de procedure van besluitvorming binnen het georganiseerd overleg. De gedingstukken laten zien dat het college het besluit van 26 september 2006 heeft genomen op basis van overeenstemming in het georganiseerd overleg. Daarmee is voldaan aan de basisvoor-waarde voor de totstandkoming van de lesvoorschriften. De kritiek op de inrichting van het georganiseerd overleg en op de wijze waarop dat overleg is gevoerd, doet niet af aan die instemming, raakt niet de kern van dat overleg en is, wat er van die kritiek ook moge zijn, naar het oordeel van de Raad niet van dien aard dat gesproken kan worden van ernstige feilen als bedoeld onder 3.2. Het college heeft dus toepassing kunnen geven aan de lesvoorschriften.

3.4. De Raad stelt vast dat de rechtbank op goede gronden heeft geoordeeld dat het college de lesvoorschriften in de situatie van appellant onverkort heeft kunnen toepassen. De door appellant bestreden overweging van de rechtbank als weergegeven aan het slot van 1.2 moet naar het oordeel van de Raad gelezen worden in de context van de hier aan te leggen terughoudende toetsing en is, gelet op hetgeen de Raad heeft overwogen onder 3.3, eveneens juist.

4. Op grond van het vorenstaande komt de Raad tot de slotsom dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

5. De Raad ziet tot slot geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake vergoeding van proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door H.A.A.G. Vermeulen als voorzitter en K. Zeilemaker en J.H. van Kreveld als leden, in tegenwoordigheid van K. Moaddine als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 29 oktober 2009.

(get.) H.A.A.G. Vermeulen.

(get.) K. Moaddine.

HD

Q