Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BK2280

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
04-11-2009
Datum publicatie
06-11-2009
Zaaknummer
09-1642 WW
Rechtsgebieden
Civiel recht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekking hoger beroep omdat het Uwv geheel aan de bezwaren van appellant is tegemoet gekomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

09/1642 WW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 21a van de Beroepswet in samenhang met de artikelen 8:73a en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats], België, (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank van Amsterdam van 12 februari 2009, 08/370 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, (hierna: het Uwv).

Datum uitspraak: 4 november 2009.

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. L. Boon, advocaat te Eindhoven, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

Bij brief van 29 juli 2009 heeft voornoemde gemachtigde namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.

Het Uwv heeft geen verweer gevoerd tegen het verzoek van appellant.

Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.

II. OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuurs-orgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.

De Raad stelt vast dat het hoger beroep is ingetrokken omdat het Uwv geheel aan de bezwaren van appellant is tegemoet gekomen.

De Raad acht termen aanwezig om het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellant wegens verleende rechtsbijstand, begroot op € 322,-- en € 30,80 voor reiskosten in beroep en € 322,-- in hoger beroep, in totaal derhalve € 674,80.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 674,80;

Bepaalt dat het Uwv het door appellant betaalde griffierecht van € 149,-- (€ 39,-- en

€ 110,--) vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door B.M. van Dun, in tegenwoordigheid van P.N. Rijnsewijn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 november 2009.

(get.) B.M. van Dun.

(get.) P.N. Rijnsewijn.

BvW