Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BK2096

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
04-11-2009
Datum publicatie
05-11-2009
Zaaknummer
08-7005 WIA
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Toekenning WGA-uitkering : meer dan 35%, maar minder dan 80% arbeidsongeschikt ; uitkering 70% bedraagt van zijn WIA-maandloon. De Raad heeft geen reden om te twijfelen aan de zorgvuldigheid van het medische onderzoek van het Uwv en de juistheid van de conclusies daarvan. Informatie behandelend sector. Geen medisch stuk door appelant ingebracht dat twijfel doet rijzen aan de juistheid van de vaststelling van zijn functionele beperkingen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

08/7005 WIA

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 21 oktober 2008, 07/2087 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 4 november 2009

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. R.P. Kuijper, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 september 2009. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Kuijper. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. R.A. Sowka.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Bij besluit van 1 februari 2007 heeft het Uwv op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) vastgesteld dat er voor appellant met ingang van 25 januari 2007 recht is ontstaan op een WGA-uitkering. In de daarbij gevoegde toelichting is vermeld dat appellant meer dan 35%, maar minder dan 80% arbeidsongeschikt is geacht en dat zijn uitkering 70% van zijn WIA-maandloon bedraagt.

1.2. Het tegen dit besluit door appellant gemaakte bezwaar is bij besluit van 26 juni 2007 (hierna: het bestreden besluit) ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. Het hoger beroep keert zich tegen het oordeel van de rechtbank inhoudende dat de medische grondslag van het bestreden besluit juist is. Appellant meent, samengevat, dat het medisch onderzoek niet zorgvuldig is verricht en dat zijn psychische klachten en daaruit voortvloeiende beperkingen voor het verrichten van arbeid zijn onderschat. Appellant meent dat hij volledig arbeidsongeschikt is.

4. De Raad overweegt als volgt.

4.1. De Raad heeft geen reden om te twijfelen aan de zorgvuldigheid van het medische onderzoek van het Uwv en de juistheid van de conclusies daarvan. Daartoe overweegt de Raad dat de verzekeringsarts E. Distelrath door het Uwv ingewonnen informatie in beschouwing heeft genomen van appellants huisarts I. Boyraz van 16 oktober 2006 en van de behandelend psychiater S. Bissesur van 10 november 2006. Distelrath, die ook zelf een onderzoek naar de psyche bij appellant heeft verricht, heeft vervolgens vastgesteld dat voor appellant (forse) functionele beperkingen gelden, zoals voor concentreren, herinneren, werk met veelvuldige deadlines of productiepieken en werk met een hoog handelingstempo. Voorts heeft zij appellant fors beperkt geacht in zijn sociale functioneren. Ten slotte heeft zij aangegeven dat appellant gemiddeld hooguit ongeveer 20 uur per week kan werken. Appellant heeft geen medische stukken overgelegd waaruit zou volgen dat zijn gezondheidssituatie ernstiger is dan waarvan Distelrath is uitgegaan. De bezwaarverzekeringsarts R.H.J. van Glabbeek heeft nadere informatie ingewonnen bij de huisarts van appellant, het dossier bestudeerd en de hoorzitting bijgewoond. Hij heeft geen aanknopingspunten gevonden om aan te nemen dat appellant op 25 januari 2007 meer of anders beperkt was dan door Distelrath is aangenomen. Ook in hoger beroep heeft appellant ter ondersteuning van zijn standpunt geen medisch stuk ingebracht dat twijfel doet rijzen aan de juistheid van de vaststelling van zijn functionele beperkingen op de in geding zijnde datum. Voor een nader onderzoek door een deskundige, als door appellant is bepleit, ziet de Raad in deze situatie geen aanleiding.

4.2. Voorts is de Raad van oordeel dat, gelet op de voorhanden zijnde arbeidskundige rapporten, de aan appellant voorgehouden functies in medisch opzicht voor hem geschikt zijn te achten.

4.3. Dit brengt mee dat de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, zal worden bevestigd.

5. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten.

Deze uitspraak is gedaan door T. Hoogenboom in tegenwoordigheid van I.R.A. van Raaij als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 november 2009.

(get.) T. Hoogenboom.

(get.) I.R.A. van Raaij.

EK