Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BK2090

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
04-11-2009
Datum publicatie
05-11-2009
Zaaknummer
09-1992 WIA
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering WIA-uitkering: minder dan 35% arbeidsongeschikt. De Raad kan zich geheel vinden in het oordeel van de rechtbank over de medische grondslag van het bestreden besluit en onderschrijft de aan de aangevallen uitspraak ten grondslag liggende overwegingen. Hetgeen appellant in hoger beroep heeft gesteld, brengt de Raad niet tot een ander oordeel. De Raad overweegt hiertoe dat appellant in hoger beroep geen (nadere) objectieve medische gegevens heeft ingebracht die zijn stelling ondersteunen dat hij verdergaand beperkt is dan is aangenomen door het Uwv.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

09/1992 WIA

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 27 februari 2009, 08/800 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 4 november 2009

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. M. Tracey, werkzaam bij ARAG Rechtsbijstand te Leusden, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 september 2009. Appellant is – met bericht – niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. R.M.H. Rokebrand.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Voor een uitvoeriger overzicht van de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. Hij volstaat hier met het volgende.

1.2. Bij besluit van 21 maart 2007 heeft het Uwv vastgesteld dat voor appellant per 19 januari 2007 geen recht op een uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) is ontstaan, omdat de mate van zijn arbeidsongeschiktheid minder is dan 35%. Het Uwv heeft het tegen dit besluit door appellant gemaakte bezwaar bij besluit van 30 januari 2008, hierna: het bestreden besluit, ongegrond verklaard.

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat er geen aanknopingspunten zijn om de door de verzekeringsartsen van het Uwv ingestelde medische onderzoeken niet voldoende zorgvuldig en de daarop gebaseerde conclusies onjuist te achten. De rechtbank heeft voorts geoordeeld dat de bezwaararbeidsdeskundige de gesignaleerde knelpunten en mogelijke overschrijdingen ten aanzien van de voor appellant geselecteerde functies van een deugdelijke motivering heeft voorzien.

3. Appellant heeft in hoger beroep aangevoerd dat de rechtbank de ernst van zijn klachten en daaruit voortvloeiende (lichamelijke) beperkingen heeft onderschat. Appellant heeft daartoe gewezen op een rapport van 10 september 2007 van de neurochirurg P.H.J.M. Elsenburg, verbonden aan het Neuro-Orthopaedisch Centrum te Bilthoven.

4. Het Uwv heeft in het verweerschrift het ingenomen standpunt gehandhaafd; het Uwv heeft de Raad verzocht de aangevallen uitspraak te bevestigen.

5. Oordeel van de Raad over de aangevallen uitspraak.

5.1. De Raad kan zich geheel vinden in het oordeel van de rechtbank over de medische grondslag van het bestreden besluit en onderschrijft de aan de aangevallen uitspraak ten grondslag liggende overwegingen. Hetgeen appellant in hoger beroep heeft gesteld, brengt de Raad niet tot een ander oordeel. De Raad overweegt hiertoe dat appellant in hoger beroep geen (nadere) objectieve medische gegevens heeft ingebracht die zijn stelling ondersteunen dat hij verdergaand beperkt is dan is aangenomen door het Uwv. De Raad tekent daarbij aan dat de bezwaarverzekeringsarts het onder 3 vermelde rapport van de neurochirurg Elsenburg reeds heeft betrokken in zijn beoordeling, hetgeen heeft geleid tot het stellen van (aanvullende) beperkingen ten aanzien van krachtig duwen/trekken, zwaar tillen/dragen, rotaties en zeer frequente rotaties van de nek, langdurig boven schouderniveau actief zijn en langdurig met het hoofd in dezelfde stand werken. De door Elsenburg uitgevoerde expertise veroorzaakt dan ook geen twijfel aan de juistheid van het medisch oordeel van de (bezwaar)verzekeringsarts.

5.2. De Raad is voorts, evenals de rechtbank, van oordeel dat de belasting in de aan de schatting ten grondslag gelegde functies in overeenstemming is met de voor appellant vastgestelde belastbaarheid, zodat er van moet worden uitgegaan dat appellant deze functies kan verrichten.

5.3. Uit het voorgaande volgt dat het hoger beroep van appellant niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

6. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door T. Hoogenboom, in tegenwoordigheid van I.R.A. van Raaij als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 november 2009.

(get.) T. Hoogenboom.

(get.) I.R.A. van Raaij.

TM