Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BK2021

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
30-10-2009
Datum publicatie
04-11-2009
Zaaknummer
07-1390 WAO-R + 07-2812 WAO-R
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Rectificatie van uitspraak van de Raad van 19 december 2008, 07/1390 WAO en 07/2812 WAO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

07/1390 WAO-R

07/2812 WAO-R

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 19 december 2008, 07/1390 WAO en 07/2812 WAO.

Partijen zijn:

1. [Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

2. de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 30 oktober 2009I. PROCESVERLOOP

De Raad heeft vastgesteld dat zijn uitspraak van 19 december 2008 een kennelijke fout in de beslissing bevat wat appellants beroep tegen het door het Uwv nader genomen besluit op bezwaar van 8 mei 2007 betreft en dus rectificatie behoeft.

De Raad heeft daarin aanleiding gezien om partijen in de gelegenheid te stellen zich schriftelijk uit te laten over een rectificatie van de uitspraak.

Partijen hebben van die gelegenheid gebruik gemaakt en aangegeven geen prijs te stellen op een nadere zitting.

II OVERWEGINGEN

1.

De uitspraak van de Raad van 19 december 2008 heeft het Uwv aanleiding gegeven de Raad erop te wijzen dat het niet aan de schatting ten grondslag kunnen leggen van de functie van assistent-begeleider verstandelijk gehandicapten (Sbc-code 372090) – anders dan de Raad heeft geoordeeld – niet tot gevolg heeft dat er nog maar twee geschikte functies resteren, te weinig om de schatting te kunnen dragen. Appellant heeft deze opvatting van het Uwv niet bestreden.

2.

De Raad stelt vast dat zijn in de uitspraak van 19 december 2008 neergelegde oordeel wat de arbeidskundige kant van de zaak betreft – kennelijk – onjuist is. Daartoe is het volgende van belang.

Naast de overige twee geselecteerde en aan de schatting ten grondslag gelegde functies, te weten die van produktiemedewerker papier, karton, drukkerij (Sbc-code 111174) en produktiemedewerker textiel, geen kleding (Sbc-code 272043), heeft de bezwaararbeidsdeskundige nog een vierde (reserve-)functie geselecteerd, te weten die van textielproductenmaker (Sbc-code 111160). Het is de Raad niet gebleken dat deze functies de belastbaarheid van appellant overschrijden en niet aan de schatting ten grondslag gelegd hadden mogen worden.

Appellant heeft aangegeven dat in de functie produktiemedewerker textiel zijn belastbaarheid op het punt gebogen actief zijn, wordt overschreden. De bezwaararbeidsdeskundige heeft in zijn rapport van 26 april 2006 – mede-ondertekend door de bezwaarverzekeringsarts – evenwel aangegeven dat de functie produktiemedewerker textiel de functionele mogelijkheden van appellant niet te boven gaat. De Raad ziet gelet op de combinatie van de frequentie en de duur van het gebogen actief zijn (onderlinge compensatie) geen reden om niet uit te gaan van de juistheid van dit standpunt.

Appellant heeft verder aangevoerd dat de bezwaararbeidsdeskundige over een aantal signaleringen betreffende de functie textielproductenmaker had moeten overleggen met de bezwaarverzekeringsarts. De Raad stelt vast dat de bezwaararbeidsdeskundige alle signaleringen (ten teken van mogelijke overschrijding van de belastbaarheid) heeft toegelicht in zijn rapport van 26 april 2006. Nu dit rapport is mede-ondertekend door de bezwaarverzekeringsarts, neemt de Raad aan dat deze, zo er al geen overleg heeft plaatsgevonden, zich heeft kunnen vinden in de door de bezwaararbeidsdeskundige gegeven toelichting. De Raad acht deze toelichting afdoende.

Het vorenstaande leidt de Raad tot de conclusie dat er niet twee maar drie geschikte functies resteren, hetgeen (althans, qua aantal functies) voldoende is om de schatting te kunnen dragen.

3.

Uit het onder 2. overwogene volgt dat het beroep tegen het besluit van 8 mei 2007 ongegrond verklaard had moeten worden. In dat geval is er geen grond voor proceskostenveroordeling en vergoeding van het griffierecht.

4.

Het vorenstaande leidt de Raad tot de conclusie dat in de rubriek ‘Beslissing’ van de uitspraak van 19 december 2008 een onjuiste beslissing is gegeven. De beslissing moet zijn:

‘Bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten;

Verklaart het beroep tegen het besluit van 8 mei 2007 ongegrond.’

5.

Aan deze uitspraak tot rectificatie is een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak gehecht. De gerectificeerde uitspraak zal worden gepubliceerd op rechtspraak.nl en de oorspronkelijke uitspraak zal daaruit worden verwijderd. Het

LJN nummer van de gerectificeerde uitspraak zal gelijk zijn aan dat van de oorspronkelijke uitspraak.

6.

Uit de rectificatie vloeit voort dat het door het Uwv ter uitvoering van de (thans, maar toen nog niet gerectificeerde) uitspraak van 19 december 2008 genomen besluit op bezwaar van 6 april 2009 als vervallen dient te worden beschouwd.

III BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep:

Rectificeert zijn uitspraak van 19 december 2008, 07/1390 WAO en 07/2812 WAO, met de wijziging als in rechtsoverweging 4 is weergegeven.

Deze uitspraak is gedaan door G.J.H. Doornewaard. De beslissing is, in tegenwoordigheid van R.L. Rijnen als griffier, uitgesproken in het openbaar op

30 oktober 2009.

(get.) G.J.H. Doornewaard.

(get.) R.L. Rijnen.

TM