Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BK1508

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
20-10-2009
Datum publicatie
29-10-2009
Zaaknummer
08-6383 WWB
Rechtsgebieden
Civiel recht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Aanvraag bijstand buiten behandeling gesteld. Niet overleggen van de noodzakelijke gegevens. De Raad is van oordeel dat het College in zijn brief van 14 maart 2008 terecht heeft verzocht om de daarin gevraagde bankgegevens. Deze waren immers, mede gelet op het eerdere afwijzingsbesluit van 3 januari 2008, noodzakelijk om inzicht te verkrijgen in de financiële situatie van appellant en daarmee ook voor de beoordeling van zijn recht op bijstand.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

08/6383 WWB

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 15 oktober 2008, 08/3216 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijmegen (hierna: College)

Datum uitspraak: 20 oktober 2009

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. P.L.O. van de Waarsenburg, advocaat te Nijmegen, hoger beroep ingesteld.

Het College heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 september 2009. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Van de Waarsenburg. Het College is, zoals vooraf bericht, niet verschenen.

II. OVERWEGINGEN

1.1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.2. Op 22 februari 2008 heeft appellant zich bij het Centrum voor werk en inkomen gemeld om een uitkering ingevolge de Wet werk en bijstand aan te vragen. Op 26 februari 2008 heeft appellant de aanvraag om bijstand ingediend. Naar aanleiding van deze aanvraag heeft het College bij brief van 14 maart 2008, voor zover van belang, appellant verzocht om uiterlijk op 20 maart 2008 de afschriften van zijn rekeningnummer [nr.] bij de Rabobank vanaf volgnummer [nr.] tot heden over te leggen. De volgnummers tot en met [nr.] van deze rekening waren in verband met een eerdere, op 3 januari 2008 afgewezen, aanvraag van appellant reeds in het bezit van het College. In deze brief is appellant voorts meegedeeld dat indien hij de gevraagde gegevens niet of niet volledig verstrekt, dit tot gevolg heeft dat zijn aanvraag niet in behandeling wordt genomen.

1.3. Bij besluit van 25 maart 2008 heeft het College de aanvraag met toepassing van artikel 4:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) buiten behandeling gesteld, op de grond dat appellant niet binnen de in de brief van 14 maart 2008 genoemde termijn alle voor de behandeling van de aanvraag noodzakelijke gegevens heeft overgelegd.

1.4. Bij besluit van 14 juli 2008 heeft het College het bezwaar tegen het besluit van 25 maart 2008 ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 14 juli 2008 ongegrond verklaard.

3. Appellant heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen deze uitspraak gekeerd.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. Artikel 4:5, eerste lid, aanhef en onder c, van de Awb bepaalt dat het bestuursorgaan kan besluiten de aanvraag niet te behandelen, indien de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag of voor de voorbereiding van de beschikking, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad binnen een door het bestuursorgaan gestelde termijn de aanvraag aan te vullen. Blijkens de geschiedenis van de totstandkoming van deze bepaling gaat het bij een onvolledige of ongenoegzame aanvraag onder meer om het onvoldoende verstrekken van gegevens of bescheiden om een goede beoordeling van de aanvraag mogelijk te maken. Daarbij gaat het, gelet op artikel 4:2, tweede lid, van de Awb, om gegevens die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover de aanvrager redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.

4.2. De Raad is van oordeel dat het College in zijn brief van 14 maart 2008 terecht heeft verzocht om de daarin gevraagde bankgegevens. Deze waren immers, mede gelet op het eerdere afwijzingsbesluit van 3 januari 2008, noodzakelijk om inzicht te verkrijgen in de financiële situatie van appellant en daarmee ook voor de beoordeling van zijn recht op bijstand.

4.3. Vaststaat dat appellant niet binnen de gegeven hersteltermijn heeft voldaan aan dat verzoek. Op grond van de gedingstukken is niet gebleken dat hij redelijkerwijs niet in staat was om binnen deze termijn de gevraagde gegevens te overleggen dan wel tijdig vóór afloop van de hersteltermijn aan het College kenbaar te maken dat het voor hem niet mogelijk was binnen deze termijn de gevraagde gegevens te overleggen.

4.4. Gezien hetgeen hiervoor onder 4.2 en 4.3 is overwogen komt de Raad tot de conclusie dat het College op grond van artikel 4:5, eerste lid, van de Awb bevoegd was de aanvraag van appellant buiten behandeling te laten. In hetgeen appellant heeft aangevoerd ziet de Raad geen aanleiding om te oordelen dat het College niet in redelijkheid van zijn bevoegdheid de aanvraag buiten behandeling behandeling te laten gebruik heeft kunnen maken. Gezien de tekst van artikel 4:5 van de Awb en de in verband hiermede bij brief van 14 maart 2008 verleende hersteltermijn vermag de Raad - anders dan appellant - niet in te zien dat het College na 20 maart 2008 appellant nog een nadere termijn had moeten verlenen voor het indienen van de gevraagde gegevens.

4.5. Gelet op het voorgaande slaagt het hoger beroep niet. De aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.

5. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J.C.F. Talman, in tegenwoordigheid van M. Pijper als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 oktober 2009.

(get.) J.C.F. Talman.

(get.) M. Pijper.

DW