Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BK1486

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
22-10-2009
Datum publicatie
29-10-2009
Zaaknummer
08-5272 ANW
Rechtsgebieden
Civiel recht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Toekenning halfwezenuitkering. Afwijzing aanvraag om een nabestaandenuitkering op de grond dat appellante een gezamenlijke huishouding voerde. Hangende het hoger beroep heeft de Svb bij besluit van 24 februari 2009 aan appellante met ingang van augustus 2006 een (volledige) uitkering ingevolge de ANW toegekend. Toegevoegd wordt dat de wettelijke rente zal worden vergoed. Hierover volgt een nadere beslissing. De Raad stelt vast dat met het besluit van 24 februari 2009 alsnog (inhoudelijk) op het bezwaar van appellante is beslist. Met dit besluit is geheel aan het bezwaar van appellante tegemoetgekomen. De Raad is niet gebleken dat appellante enig (proces) belang heeft bij een beoordeling door de Raad van de uitspraak van de rechtbank. De Raad zal het hoger beroep dan ook niet-ontvankelijk verklaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

08/5272 ANW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats], Marokko (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 9 juli 2008, 07/4025 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (hierna: Svb).

Datum uitspraak: 22 oktober 2009

I. PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

De Svb heeft van verweer gediend. Bij faxbericht van 25 februari 2009 heeft de Svb aan de Raad een nieuw besluit op bezwaar doen toekomen, gedateerd 24 februari 2009. Bij dit besluit is aan appellante per 1 augustus 2006 een volledige uitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet (ANW) toegekend. Verder wordt een besluit met betrekking tot de vergoeding van wettelijke rente in het vooruitzicht gesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 februari 2009. Appellante is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P.C.J. van de Nes.

Ter zitting is namens de Svb verklaard dat appellante nog niet op de hoogte is gesteld van het nieuwe besluit.

Daarop is het onderzoek ter zitting geschorst.

Op een vraag van de Raad heeft appellante niet eenduidig verklaard het hoger beroep niet te handhaven.

Het onderzoek ter zitting is hervat op 10 september 2009. Appellante is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door J.Y van den Berg.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Naar aanleiding van het overlijden van haar echtgenoot [in] 2006, heeft appellante bij formulier gedagtekend 10 januari 2007, een nabestaanden- en halfwezenuitkering aangevraagd.

1.2. Bij besluit van 27 februari 2007 heeft de Svb aan appellante een halfwezenuitkering toegekend. De aanvraag om een nabestaandenuitkering is afgewezen op de grond dat appellante een gezamenlijke huishouding voerde.

2.1. Bij brief gedateerd 21 maart 2007 heeft appellante te kennen gegeven zich met deze beslissing niet te kunnen verenigen. In reactie hierop heeft de Svb bij brief van 7 mei 2007 appellante laten weten dat zij, als tweede echtgenote van de overledene, geen recht heeft op een uitkering ingevolge de ANW. Bij brief gedateerd 9 mei 2007 heeft appellante aan de Svb meegedeeld dat zij niet samenwoont en na de dood van haar man niet is hertrouwd. Deze brief is door de Svb aangemerkt als bezwaarschrift.

2.2. Bij besluit van 25 september 2007 is het bezwaar, wegens termijnoverschrijding, niet-ontvankelijk verklaard, terwijl niet is gebleken van omstandigheden die de termijnoverschrijding verschoonbaar maken.

3.1. Appellante heeft tegen dit besluit beroep ingesteld.

3.2. Ter zitting is namens de Svb verklaard dat ten onrechte de brief van appellante van 21 maart 2007 niet als een (tijdig) bezwaarschrift is aangemerkt. Het bestreden besluit wordt niet langer gehandhaafd en er zal, alsnog, een inhoudelijk besluit worden genomen.

3.3. De rechtbank heeft het beroep daarop niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.

4.1. Appellante heeft tegen de aangevallen uitspraak hoger beroep ingesteld.

4.2. Hangende het hoger beroep heeft de Svb bij besluit van 24 februari 2009 aan appellante met ingang van augustus 2006 een (volledige) uitkering ingevolge de ANW toegekend. Toegevoegd wordt dat de wettelijke rente zal worden vergoed. Hierover volgt een nadere beslissing.

5.1. De Raad oordeelt als volgt.

5.2. De Raad stelt vast dat met het besluit van 24 februari 2009 alsnog (inhoudelijk) op het bezwaar van appellante is beslist. Met dit besluit is geheel aan het bezwaar van appellante tegemoetgekomen. De Raad is niet gebleken dat appellante enig (proces) belang heeft bij een beoordeling door de Raad van de uitspraak van de rechtbank.

De Raad zal het hoger beroep dan ook niet-ontvankelijk verklaren.

5.3. De Raad acht geen termen aanwezig om de Svb, op grond van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht, de Svb te veroordelen in de proceskosten van appellante, nu van voor vergoeding in aanmerking komende kosten niet is gebleken.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;

Bepaalt dat de Svb het betaalde griffierecht van € 107,- aan appellante vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door H.J. Simon, in tegenwoordigheid van W. Altenaar als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 22 oktober 2009.

III. DÉCISION

La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale);

statue:

Déclare le recours non-recevable;

Dit que la Banque des assurances sociales Svb rembourse le montant des droits de greffe de 107 € à l’appellante.

Par conséquent, décidée par H.J. Simon, en présence de W. Altenaar en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 22 Octobre 2009.