Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BK1229

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
23-10-2009
Datum publicatie
27-10-2009
Zaaknummer
08-6888 WIA
Rechtsgebieden
Civiel recht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering WIA-uitkering. Nu de beschikbare gegevens voldoende informatie bevatten omtrent de gezondheidstoestand van appellant op de in geding zijnde datum om tot een verantwoord oordeel te komen en de eigen mening van appellant met betrekking tot zijn gezondheidstoestand niet met medische gegevens is onderbouwd, komt de Raad niet tot een ander oordeel dan het in de aangevallen uitspraak neergelegde oordeel van de rechtbank. Appellant wordt, met in achtneming van zijn -buiten enige twijfel aanwezige- medische beperkingen, in staat geacht zijn maatgevende werkzaamheden als meewerkend voorman WSW-kwekerij te verrichten, zodat hij niet als arbeidsongeschikt kan worden beschouwd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

08/6888 WIA

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 13 november 2008, 07/2662 (hierna: de aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 23 oktober 2009

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. M.A.W. Ketelaars, advocaat te Helmond, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 september 2009. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. H.H.M. Jansen, kantoorgenoot van mr. Ketelaars. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A.E.G. de Jong.

II. OVERWEGINGEN

1. Appellant was laatstelijk werkzaam als meewerkend voorman op een WSW-kwekerij, toen hij op 29 november 2004 uitviel met toegenomen klachten o.a. voortkomend uit de ziekte van Crohn.

2. Bij beslissing op bezwaar van 7 augustus 2007 (hierna: het bestreden besluit) heeft het Uwv gehandhaafd zijn beslissing van 22 maar 2007 waarbij hij heeft vastgesteld dat er per einde wachttijd, met ingang van 27 november 2006, geen recht op een uitkering ingevolge de Wet Werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) is ontstaan.

3. De rechtbank heeft het tegen het bestreden besluit ingestelde beroep ongegrond verklaard.

4. In hoger beroep heeft appellants gemachtigde de eerder naar voren gebrachte grieven herhaald. “Volgens appellant zijn zijn beperkingen ernstiger dan dat het Uwv heeft vastgesteld. Appellant lijdt onder andere aan de ziekte van Crohn. Zoals de verzekeringsarts al stelt bestaat er twijfel over de duurzaamheid van de huidige mogelijkheden, gelet op het chronische karakter van de ziekte met ups en downs en de mogelijkheid tot herval”, aldus appellants gemachtigde.

5.1. De Raad stelt vast dat hetgeen in hoger beroep is aangevoerd, in vergelijking met de stellingname in eerste aanleg, geen nieuwe gezichtspunten bevat. Nu de beschikbare gegevens voldoende informatie bevatten omtrent de gezondheidstoestand van appellant op de in geding zijnde datum om tot een verantwoord oordeel te komen en de eigen mening van appellant met betrekking tot zijn gezondheidstoestand niet met medische gegevens is onderbouwd, komt de Raad niet tot een ander oordeel dan het in de aangevallen uitspraak neergelegde oordeel van de rechtbank.

5.2. Appellant wordt, met in achtneming van zijn -buiten enige twijfel aanwezige- medische beperkingen, in staat geacht zijn maatgevende werkzaamheden als meewerkend voorman WSW-kwekerij te verrichten, zodat hij niet als arbeidsongeschikt kan worden beschouwd.

6. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos, in tegenwoordigheid van A.C.A. Wit als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 oktober 2009.

(get.) D.J. van der Vos.

(get.) A.C.A. Wit.

TM