Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BK1222

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
23-10-2009
Datum publicatie
27-10-2009
Zaaknummer
09-4900 WSF
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen moet kennelijk niet-ontvankelijk worden verklaard in verband met het niet betalen van griffierecht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

09/4900 WSF

Centrale Raad van Beroep

U I T S P R A A K

van

DE VOORZIENINGENRECHTER VAN DE CENTRALE RAAD VAN BEROEP

inzake het verzoek om toepassing van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht in samenhang met artikel 21 van de Beroepswet in geding tussen:

[Verzoekster], wonende te [woonplaats] (hierna: verzoekster),

en

de hoofddirectie van de Informatie Beheer Groep.

Datum uitspraak: 23 oktober 2009

I. PROCESVERLOOP

Mr. I. Rhodes, advocaat te Amsterdam, heeft als gemachtigde van verzoekster hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de Rechtbank Amsterdam van 27 juli 2009, 09/1318 en 09/1319.

Bij brief van 31 augustus 2009 is verzocht om toepassing van het bepaalde in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

II. OVERWEGINGEN

Ingevolge het bepaalde in artikel 18 en artikel 21 van de Beroepswet in verbinding met artikel 8:81 van de Awb kan, indien tegen een uitspraak van de rechtbank of van de voorzieningenrechter van de rechtbank hoger beroep bij de Raad is ingesteld, de voorzieningenrechter van de Raad op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

In het eerste lid van artikel 23 van de Beroepswet is bepaald dat door de griffier een griffierecht wordt geheven. Artikel 22, vierde lid, van de Beroepswet is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat de termijn binnen welke de bijschrijving of storting van het verschuldigde bedrag dient plaats te vinden twee weken bedraagt.

Bij schrijven van 16 oktober (lees: september) 2009 is de gemachtigde van verzoekster erop gewezen dat verzoekster ter zake van het ingediende verzoek een griffierecht van € 110,-, is verschuldigd, welk bedrag binnen twee weken na dagtekening van die brief diende te zijn voldaan, bij voorkeur door middel van de aangehechte acceptgirokaart.

Bij aangetekende brief van 30 september 2009 is de gemachtigde van verzoekster nogmaals gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en is meegedeeld dat het verschuldigde bedrag binnen één week na dagtekening diende te zijn bijgeschreven op de rekening van de Centrale Raad van Beroep dan wel per kas diende te zijn gestort. Daarbij is erop gewezen dat overschrijding van die termijn leidt tot niet-ontvankelijkverklaring van het verzoek om voorlopige voorziening.

Ook binnen die termijn is het griffierecht niet voldaan.

Het verschuldigde griffierecht is eerst op 8 oktober 2009 bijgeschreven op de rekening van de Raad.

Bovenstaande leidt ertoe dat het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen kennelijk niet-ontvankelijk moet worden verklaard onder toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Awb.

Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep,

Verklaart het verzoek om toepassing van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door G. van der Wiel, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 oktober 2009.

(get.) G. van der Wiel.

(get.) D.W.M. Kaldenhoven.

IvR