Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BK0748

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
07-10-2009
Datum publicatie
21-10-2009
Zaaknummer
08-1295 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering WAO-uitkering toe te kennen. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

08/1295 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 24 januari 2008, 07/1367 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 7 oktober 2009

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. J.W.H.M. Koers, advocaat te Doesburg, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Namens appellante zijn bij brief van 12 augustus 2009 nadere stukken ingediend.

De zaak is verwezen naar een enkelvoudige kamer.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 augustus 2009. Appellante is -met bericht- niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. L. Smid.

II. OVERWEGINGEN

1. Bij besluit van 29 september 2006 heeft het Uwv appellantes aanvraag om haar op grond van artikel 43a, eerste lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) wegens toegenomen arbeidsongeschiktheid een WAO-uitkering toe te kennen, afgewezen.

2. Het tegen dit besluit gemaakte bezwaar heeft het Uwv bij besluit van 21 februari 2007 ongegrond verklaard.

3. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit op een deugdelijke medische grondslag is gebaseerd en dat het Uwv op goede gronden heeft geconcludeerd dat appellante niet toegenomen arbeidsongeschikt is.

4. In hoger beroep heeft appellante zich op het standpunt gesteld dat zowel in bezwaar als in beroep ten onrechte geen rekening is gehouden met de door haar gestelde toename van de bij haar bestaande medische beperkingen. Ter onderbouwing van haar standpunt heeft appellante in hoger beroep nadere medische stukken overgelegd.

5.1. De Raad overweegt als volgt.

5.2. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank en maakt deze tot de zijne. Ook in hoger beroep heeft appellante niet onderbouwd dat in de periode in geding, te weten 2 augustus 2003 tot 29 september 2006, sprake is van toegenomen arbeidsongeschiktheid in de zin van artikel 43a, eerste lid, van de WAO.

5.3. Ten aanzien van de in hoger beroep namens appellante overgelegde medische stukken merkt de Raad op dat deze stukken ten tijde van de bezwaarprocedure reeds in het dossier aanwezig waren en de bezwaarverzekeringsarts deze stukken in het kader van de medische heroverweging bij zijn beoordeling heeft betrokken.

6. Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

7. De Raad acht geen termen aanwezig voor het toekennen van een proceskostenvergoeding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T. Hoogenboom, in tegenwoordigheid van A.C.A. Wit als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 oktober 2009.

(get.) T. Hoogenboom.

(get.) A.C.A. Wit.

KR