Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BK0746

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
10-10-2009
Datum publicatie
21-10-2009
Zaaknummer
08-2890 AKW
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2010:BN3907, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Geen recht op kinderbijslag. Vaststaat dat appellant niet in Nederland woont of werkt, zodat hij niet op grond van artikel 6, eerste lid, van de AKW verzekerd is ingevolge die wet. De WAO-uitkering kon slechts tot verzekering voor de volksverzekeringen leiden als deze meer bedroeg dan 35% van het Nederlandse bruto minimumloon. Hieruit volgt dat appellant voor 1 januari 2000 niet verzekerd was voor de volksverzekeringen en hij derhalve ook niet voortgezet verzekerd kan worden geacht voor de AKW ingevolge de overgangsregeling van artikel 27, eerste lid, van KB 746. Hierdoor kan appellant ook geen aanspraak op kinderbijslag ontlenen aan het per 1 januari 2006 inwerking getreden artikel 7c van de AKW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

08/2890 AKW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats], Marokko (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 16 april 2008, 07/2702 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).

Datum uitspraak: 10 oktober 2009

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 september 2009. Appellant is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door J.Y. van den Berg.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellant, die woonachtig is in Marokko en een uitkering ontvangt op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), heeft op 3 januari 2006 kinderbijslag ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) aangevraagd ten behoeve van zijn kinderen.

1.2. Bij besluit van 24 november 2006 heeft de Svb aan appellant medegedeeld dat hij met ingang van het eerste kwartaal van 2005 geen recht heeft op kinderbijslag voor zijn kinderen omdat hij niet verzekerd is voor de AKW.

1.3. Bij besluit op bezwaar van 5 juni 2007 (hierna: bestreden besluit) heeft de Svb het bezwaar van appellant tegen het besluit van 24 november 2006 ongegrond verklaard. De Svb heeft hiertoe overwogen dat zij in het verleden reeds meermalen heeft vastgesteld dat appellant sedert 1992 niet verzekerd is voor de AKW op grond van de opeenvolgende Besluiten uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen (KB 164 en KB 746). Appellant ontvangt weliswaar een WAO-uitkering uit Nederland naar een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100, maar deze uitkering bedraagt minder dan 35% van het bruto minimumloon, zodat appellant niet viel onder het inmiddels per

1 januari 2000 vervallen artikel 26 van KB 746.

2. De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. In hoger beroep heeft appellant herhaald dat hij recht heeft op kinderbijslag omdat hij een uitkering ingevolge de WAO ontvangt.

4. Tussen partijen is in geschil de vraag of de Svb terecht heeft aangenomen dat appellant niet verzekerd was ingevolge de AKW en hij op die grond geen recht heeft op kinderbijslag voor zijn kinderen.

5.1. Evenals de rechtbank is de Raad van oordeel dat die vraag bevestigend dient te worden beantwoord. Vaststaat dat appellant niet in Nederland woont of werkt, zodat hij niet op grond van artikel 6, eerste lid, van de AKW verzekerd is ingevolge die wet. Voorts is appellant niet verzekerd ingevolge de AKW op grond van het bepaalde in KB 746. In het per 1 januari 2000 vervallen artikel 26 van KB 746 was het recht op een WAO-uitkering als verzekeringsgrondslag voor de volksverzekeringen opgenomen. De WAO-uitkering kon slechts tot verzekering voor de volksverzekeringen leiden als deze meer bedroeg dan 35% van het Nederlandse bruto minimumloon. Tussen partijen is niet in geschil dat de WAO-uitkering van appellant minder bedroeg dan bedoelde 35%. Hieruit volgt dat appellant voor 1 januari 2000 niet verzekerd was voor de volksverzekeringen en hij derhalve ook niet voortgezet verzekerd kan worden geacht voor de AKW ingevolge de overgangsregeling van artikel 27, eerste lid, van KB 746. Hierdoor kan appellant ook geen aanspraak op kinderbijslag ontlenen aan het per

1 januari 2006 inwerking getreden artikel 7c van de AKW.

5.2. Uit het vorenstaande vloeit voort dat het hoger beroep niet kan slagen, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

6. Voor een veroordeling tot vergoeding van proceskosten ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door H.J. Simon, in tegenwoordigheid van W. Altenaar als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 oktober 2009.

(get.) H.J. Simon.

(get.) W. Altenaar.

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH ’s-Gravenhage) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen inzake het begrip kring van verzekerden.

MM