Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BK0581

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
09-10-2009
Datum publicatie
19-10-2009
Zaaknummer
08-1858 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekking WAO-uitkering. Voor wat betreft de medische grondslag kent de Raad evenals de rechtbank doorslaggevende betekenis toe aan de rapportages van de (bezwaar)verzekeringsartsen. Naar het oordeel van de Raad is het onderzoek van die artsen zorgvuldig en weloverwogen geweest, is alle informatie van de behandelende sector en de huisarts meegewogen en is de FML aangepast dan wel verduidelijkt. De Raad acht de fysieke belastbaarheid van appellante juist weergegeven in de FML. Voor wat betreft de psychische belastbaarheid neemt de Raad in aanmerking dat de verzekeringsarts in de gezondheidstoestand van appellante geen aanleiding heeft gevonden om beperkingen ten aanzien van persoonlijk en sociaal functioneren in de FML op te nemen. Nu appellante geen medische gegevens heeft overgelegd die haar stelling ondersteunen dat haar psychische klachten zijn onderschat, kan de Raad het standpunt van het Uwv onderschrijven dat er geen aanleiding was tot het (laten) verrichten van een nader onderzoek naar de psychische gesteldheid van appellante. De Raad komt tot de conclusie dat de belastbaarheid van appellante juist is vastgesteld. Voor wat betreft de arbeidskundige grondslag overweegt de Raad dat de aan de schatting ten grondslag gelegde functies terecht als passend voor appellante zijn aangemerkt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

08/1858 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 4 februari 2008, 07/1735

(hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen

(hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 9 oktober 2009

I. PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 augustus 2009, waar appellante is verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door M. Florijn.

II. OVERWEGINGEN

1. Voor een overzicht van de voor dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar hetgeen de rechtbank daaromtrent in de aangevallen uitspraak heeft weergeven. De Raad volstaat thans met het volgende. In geding is het besluit van 24 mei 2007 (hierna: bestreden besluit), waarbij het Uwv ongegrond heeft verklaard het bezwaar van appellante tegen het besluit van 18 oktober 2006. Daarbij heeft het Uwv de aan appellante toegekende uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), die werd berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, met ingang van 18 december 2006 ingetrokken.

2. De rechtbank heeft het beroep van appellante ongegrond verklaard.

3. In hoger beroep heeft appellante herhaald dat haar klachten van fibromyalgie zijn onderschat en dat haar psychische gesteldheid onveranderd is terwijl ten onrechte minder beperkingen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) zijn aangenomen. Appellante is door haar gezondheidstoestand niet in staat om de geduide functies te vervullen.

4. De Raad overweegt als volgt.

4.1. Voor wat betreft de medische grondslag kent de Raad evenals de rechtbank doorslaggevende betekenis toe aan de rapportages van de (bezwaar)verzekeringsartsen. Naar het oordeel van de Raad is het onderzoek van die artsen zorgvuldig en weloverwogen geweest, is alle informatie van de behandelende sector en de huisarts meegewogen en is de FML aangepast dan wel verduidelijkt. De Raad acht de fysieke belastbaarheid van appellante juist weergegeven in de FML. Voor wat betreft de psychische belastbaarheid neemt de Raad in aanmerking dat de verzekeringsarts in de gezondheidstoestand van appellante geen aanleiding heeft gevonden om beperkingen ten aanzien van persoonlijk en sociaal functioneren in de FML op te nemen. Nu appellante geen medische gegevens heeft overgelegd die haar stelling ondersteunen dat haar psychische klachten zijn onderschat, kan de Raad het standpunt van het Uwv onderschrijven dat er geen aanleiding was tot het (laten) verrichten van een nader onderzoek naar de psychische gesteldheid van appellante. De Raad komt tot de conclusie dat de belastbaarheid van appellante juist is vastgesteld.

4.2. Voor wat betreft de arbeidskundige grondslag overweegt de Raad dat de aan de schatting ten grondslag gelegde functies terecht als passend voor appellante zijn aangemerkt.

4.3. Het vorenstaande betekent dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5. De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door A.T. de Kwaasteniet, in tegenwoordigheid van R.L. Rijnen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 oktober 2009.

(get.) A.T. de Kwaasteniet.

(get.) R.L. Rijnen.

TM