Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BK0573

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
09-10-2009
Datum publicatie
19-10-2009
Zaaknummer
08-1415 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Herziening WAO-uitkering naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%. De Raad: geen onderschatting beperkingen. De (bezwaar)verzekeringsartsen hebben aanmerkelijk arbeidsbeperkingen geformuleerd, waaronder een duurbeperking van gemiddeld ongeveer 4 uur per dag. Appellante kan 20 uur per week werken. De belasting van haar privé-leven dient in beginsel buiten beschouwing te blijven. De opname van beperkingen ten aanzien van het persoonlijk functioneren in de FML en de reactie van de bva geeft onvoldoende aanleiding voor een nader neuropsychologisch onderzoek nodig te achten. De verwijzing naar de whiplash richtlijn leidt de Raad niet tot een ander oordeel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

08/1415 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellante] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Middelburg van 28 januari 2008, 07/462 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 9 oktober 2009

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. G.Z.U. Virágh, advocaat te Bergen op Zoom, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaats gevonden op 28 augustus 2009. Partijen zijn – met voorafgaand bericht – niet verschenen.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellante is werkzaam geweest als assistent-accountant en was op 29 mei 1998 slachtoffer van een verkeersongeval, waaraan zij whiplash klachten heeft overgehouden. Het Uwv heeft in verband hiermee aan appellante met ingang van 1 juni 1999 een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toegekend, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%.

1.2. Bij besluit van 1 december 2006 heeft het Uwv per 1 februari 2007 de WAO-uitkering van appellante herzien naar de arbeidsongeschiktheidsklasse 35 tot 45%. Bij besluit van 18 april 2007 zijn de bezwaren van appellante tegen dit besluit ongegrond verklaard. Aan de herziening van de uitkering ligt ten grondslag dat appellante weer in staat wordt geacht om met haar mogelijkheden en beperkingen in voor haar geschikte gangbare deeltijdfuncties een zodanig inkomen te verwerven, dat haar mate van arbeidsongeschiktheid is afgenomen naar ongeveer 37%.

2. De rechtbank heeft het beroep van appellante tegen het besluit van 18 april 2007 ongegrond verklaard. De rechtbank kan zich blijkens de overwegingen van de aangevallen uitspraak verenigen met de medische en de arbeidskundige grondslag van het besluit.

3. Appellante heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Onder verwijzing naar de in beroep aangevoerde gronden is namens appellante aangevoerd dat de rechtbank ten onrechte het Uwv heeft gevolgd en dat te weinig rekening is gehouden met haar privé-leven en de reistijd nu zij in een klein plaatsje in Zeeland woont, waardoor haar energetische beperkingen zijn onderschat. Onder verwijzing naar het door haar in beroep overgelegde rapport van medisch adviseur J.I. Noordsij, stelt de gemachtigde van appellante voorts dat een onderzoek door een neuropsycholoog noodzakelijk is. Namens appellante is voorts nog gewezen op de Richtlijn diagnostiek en behandeling van mensen met Whiplash associated disorder I/II.

4.1. Ten aanzien van de medische beoordeling door het Uwv onderschrijft de Raad hetgeen door de rechtbank in de aangevallen uitspraak hieromtrent is overwogen. De Raad ziet evenals de rechtbank geen aanknopingspunten voor het oordeel dat het Uwv de beperkingen van appellante heeft onderschat en schaart zich achter de overwegingen van de rechtbank. Ook voor de Raad is van belang dat de (bezwaar)verzekeringsartsen voor appellante aanmerkelijk arbeidsbeperkingen hebben geformuleerd, waaronder een zogenoemde duurbeperking inhoudende, dat appellante gemiddeld ongeveer 4 uur per dag en 20 uur per week kan werken. Daarbij wijst de Raad erop dat de belasting van haar privé-leven in beginsel buiten beschouwing dient te blijven.

4.2. In verband met de psychische beperkte belastbaarheid van appellante heeft het Uwv beperkingen ten aanzien van het persoonlijk functioneren in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 2 november 2006 opgenomen. Dit gegeven, met de overtuigende reactie van de bezwaarverzekeringsarts, waarbij deze tevens heeft betrokken het door de neuroloog J.F. de Rijk in maart 2003 verrichte onderzoek, vormt voor de Raad evenals voor de rechtbank, voldoende aanleiding een nader neuropsychologisch onderzoek niet nodig te achten. De verwijzing namens appellante naar de in overweging 3 genoemd whiplash richtlijn leidt de Raad niet tot een ander oordeel.

4.3. Uitgaande van de in de FML opgenomen beperkingen, bestaat er naar het oordeel van de rechtbank geen reden om de aan appellante geduide functies te zwaar voor haar te achten. Mede nu hiertegen in hoger beroep geen gronden zijn aangevoerd, deelt de Raad dit oordeel van de rechtbank. Het Uwv heeft de WAO-uitkering van appellante derhalve terecht per 1 februari 2007 herzien naar de arbeidsongeschiktheidsklasse 35 tot 45%.

5. Het vorenoverwogene leidt de Raad tot de conclusie dat aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

6. De Raad ziet geen grond voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door A.T. de Kwaasteniet, in tegenwoordigheid van R.L. Rijnen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 oktober 2009.

(get.) A.T. de Kwaasteniet.

(get.) R.L. Rijnen.

TM