Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BK0549

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
14-10-2009
Datum publicatie
20-10-2009
Zaaknummer
08-534 WIA
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering WIA-uitkering toe te kennen. Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat de verzekeringsartsen bij appellant niet te geringe medische beperkingen hebben vastgesteld. De Raad onderschrijft in dit verband het standpunt van de bezwaarverzekeringsarts in diens rapportage van 15 mei 2008. Ter zitting bij de Raad heeft de gemachtigde van het Uwv aangegeven dat de functie van sorteerder (Sbc-code 111340) in verband met het voorkomen van structureel nachtwerk niet aan de schatting ten grondslag gelegd had mogen worden. Daarmee resteerden onvoldoende functies om aan de schatting ten grondslag te leggen. De Raad is van oordeel dat de bezwaararbeidsdeskundige op inzichtelijke en afdoende wijze heeft gemotiveerd waarom deze functies geschikt te achten zijn voor appellant. Uit hetgeen is overwogen volgt dat de aangevallen uitspraak vernietigd moet worden. Het beroep tegen het bestreden besluit moet gegrond verklaard worden en dat besluit dient vernietigd te worden. Tevens bestaat er aanleiding te bepalen dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand blijven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

08/534 WIA

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank ‘s-Gravenhage van 12 december 2007, 07/16 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 14 oktober 2009

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. P.K.B. Palazzi, werkzaam bij FNV Bondgenoten te Rotterdam, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 mei 2009. Appellant is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door A.M. Snijders.

De Raad heeft aanleiding gezien het onderzoek te heropenen. Partijen hebben vervolgens de Raad toestemming verleend uitspraak te doen zonder nieuwe behandeling van de zaak ter zitting.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Voor een overzicht van de relevante feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. De Raad volstaat hier met het volgende.

1.2. Bij besluit van 6 juni 2006 heeft het Uwv geweigerd om aan appellant met ingang van 21 augustus 2006 een uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) toe te kennen, onder de overweging dat de mate van arbeidsongeschiktheid was vastgesteld op minder dan 35%. Het bezwaar van appellant tegen dit besluit is ongegrond verklaard bij besluit van 21 november 2006

(bestreden besluit).

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen dit besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daarbij de medische en arbeidskundige onderbouwing van het bestreden besluit onderschreven.

3. Appellant heeft aangevoerd dat er onvoldoende rekening is gehouden met met name zijn psychische klachten. Daarnaast is hij van mening dat ook zijn bovenbuikslijden tot ernstiger beperkingen aanleiding geeft dan door het Uwv zijn aangenomen. Appellant heeft daarbij verwezen naar de informatie van 17 januari 2008 van psychiater Drs. L.B. den Hoed van Psychiatrisch Centrum psyQ en van de huisarts M.A. Heineken van 1 april 2008.

4. De Raad overweegt als volgt.

4.1. Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat de verzekeringsartsen bij appellant niet te geringe medische beperkingen hebben vastgesteld. De Raad verenigt zich met de daartoe door de rechtbank gegeven overwegingen. In de in hoger beroep overgelegde informatie van psychiater Den Hoed en huisarts Heineken ziet de Raad geen aanleiding anders te oordelen. De Raad onderschrijft in dit verband het standpunt van de bezwaarverzekeringsarts in diens rapportage van 15 mei 2008. Bij het primaire onderzoek is gesteld dat appellant niet bekend is met een psychische stoornis en dat ook het tijdens de hoorzitting vertoonde gedrag niet goed valt te verklaren uit een psychische stoornis. Den Hoed, bij wie appellant zich in december 2006 heeft aangemeld, spreekt bij de intake van een ernstige depressie met een chronisch beloop met psychotische kenmerken. Een psychotische stoornis werd niet bevestigd. Over de periode mei 2006 tot en met

21 augustus 2006 stelt Den Hoed weinig informatie te kunnen verschaffen behoudens datgene wat appellant zelf in het intakegesprek meldde. De informatie van Den Hoed betreft aldus een weergave van de klachtenbeleving van appellant, objectievering van deze klachten ontbreekt. Uit de informatie van de huisarts Heineken en ook de overige in het dossier aanwezige informatie van de huisarts van 5 oktober 2007 en 16 december 2005 valt voorts af te leiden dat appellant al jaren bekend is met bovenbuikslijden, dat de huisarts in al die jaren weinig heeft kunnen bereiken met appellant en dat de invloed van psyQ ook niet tot duidelijke veranderingen heeft geleid. Enige aanwijzing dat in onvoldoende mate rekening is gehouden met de klachten en beperkingen van appellant valt naar het oordeel van de Raad uit deze informatie niet af te leiden.

4.2. Met betrekking tot de arbeidskundige onderbouwing van het bestreden besluit overweegt de Raad als volgt.

4.3. Ter zitting bij de Raad heeft de gemachtigde van het Uwv aangegeven dat de functie van sorteerder (Sbc-code 111340) in verband met het voorkomen van structureel nachtwerk niet aan de schatting ten grondslag gelegd had mogen worden. Daarmee resteerden onvoldoende functies om aan de schatting ten grondslag te leggen.

4.4. De Raad heeft hierop het Uwv in de gelegenheid gesteld het CBBS opnieuw te raadplegen. Blijkens de rapportage van de bezwaararbeidsdeskundige H. de Rooy van 22 juli 2009 moet appellant geschikt geacht worden de functies van productiemedewerker industrie (Sbc-code 111180), inpakker (Sbc-code 111190) en productiemedewerker metaal en electro-industrie (Sbc-code 111171) te verrichten. De Raad is van oordeel dat de bezwaararbeidsdeskundige op inzichtelijke en afdoende wijze heeft gemotiveerd waarom deze functies geschikt te achten zijn voor appellant.

5. Uit hetgeen onder 4.3 en 4.4 is overwogen volgt dat de aangevallen uitspraak vernietigd moet worden. Het beroep tegen het bestreden besluit moet gegrond verklaard worden en dat besluit dient vernietigd te worden. Tevens bestaat er aanleiding te bepalen dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand blijven.

6. De Raad acht termen aanwezig om op grond van artikel 8:75 van de Awb het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellant in beroep en in hoger beroep. Deze kosten worden begroot op € 644,-- voor verleende rechtsbijstand in beroep en € 322,-- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep, in totaal € 966,-. Daarnaast komen de kosten voor het opvragen van inlichtingen bij de behandelende sector in hoger beroep ad € 25,-- voor vergoeding in aanmerking.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak;

Verklaart het beroep tegen het besluit van 21 november 2006 gegrond en vernietigt dat besluit;

Bepaalt dat de rechtsgevolgen van dat besluit in stand blijven;

Veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant in beroep en hoger beroep tot een bedrag van in totaal € 991,--, waarvan € 347,-- te betalen aan de griffier van de Raad;

Bepaalt dat het Uwv aan appellant het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 144,-- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst, in tegenwoordigheid van F. Heringa als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 14 oktober 2009.

(get.) Ch. van Voorst.

(get.) F. Heringa.

TM