Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BK0400

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
24-09-2009
Datum publicatie
20-10-2009
Zaaknummer
08-852 AKW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Herziening
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek om herziening. De Raad is niet gebleken dat verzoeker enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid, zoals bedoeld in artikel 8:88 van de Awb, naar voren heeft gebracht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

08/852 AKW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

Als bedoeld in artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet op het verzoek van:

[Verzoeker], wonende te [woonplaats], Marokko (hierna: verzoeker),

om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 3 maart 1999, 97/10290,

in het geding tussen:

verzoeker

en

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).

Datum uitspraak: 24 september 2009

I. PROCESVERLOOP

Verzoeker heeft verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 3 maart 1999, 97/10290.

Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 13 augustus 2009, waar partijen, de Svb met kennisgeving, niet zijn verschenen.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Op grond van artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), in verbinding met artikel 21 van de Beroepswet, kan een onherroepelijk geworden uitspraak van de Raad, op verzoek van een partij, worden herzien op grond van feiten of omstandigheden die:

a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,

b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

1.2. Bij de uitspraak waarvan thans om herziening wordt gevraagd, heeft de Raad de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 15 september 1997, 95/6133, bevestigd. Daarbij heeft de Raad het oordeel van de rechtbank onderschreven dat de Svb terecht geweigerd heeft verzoeker in verband met zijn aanvraag van 21 maart 1994 kinderbijslag toe te kennen over kwartalen gelegen vóór 1 januari 1991, op de grond dat geen sprake was van een bijzonder geval als bedoeld in artikel 14, derde lid, tweede volzin, van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW), zoals dat artikellid destijds luidde.

2. Verzoeker heeft aan het verzoek om herziening ten grondslag gelegd dat de Raad in zijn uitspraak van 3 september 1999 een niet beredeneerde en onlogische beslissing heeft gegeven en hij is het niet eens met de weigering hem kinderbijslag toe te kennen over de periode van 1978 tot 1991 ten behoeve van vier van zijn kinderen. Verzoeker heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat hij na zijn definitieve terugkeer naar Marokko recht is blijven houden op kinderbijslag.

3.1. Zoals de Raad reeds eerder heeft overwogen in zijn uitspraak van 3 oktober 2003 (LJN AN7982), is het (bijzondere) rechtsmiddel van herziening niet gegeven om anders dan op grond van enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als bedoeld in artikel 8:88 van de Awb in verbinding met artikel 21 van de Beroepswet, een hernieuwde discussie over de betrokken zaak te voeren en evenmin om een discussie over de juistheid van de betrokken uitspraak te openen. De Raad is niet gebleken dat verzoeker enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid, zoals bedoeld in artikel 8:88 van de Awb, naar voren heeft gebracht.

3.2. Gelet op het vorenstaande dient het verzoek om herziening dan ook te worden afgewezen.

4. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Wijst het verzoek om herziening af.

Deze uitspraak is gedaan door H.J. de Mooij, in tegenwoordigheid van W. Altenaar als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 september 2009.

(get.) H.J. de Mooij.

(get.) W. Altenaar.

MM