Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BK0019

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
09-10-2009
Datum publicatie
13-10-2009
Zaaknummer
07-5676 WAZ
Rechtsgebieden
Civiel recht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intreking WAZ-uitkering. Longfunctiestoornis is niet onderschat. Geen twijfel aan juistheid FML. Geschiktheid geduide functies. Van een overschrijding van de belastbaarheid is geen sprake. Toereikend opleidingsniveau om interne opleiding van de functie van monteuse te volgen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

07/5676 WAZ

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellante] wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 24 augustus 2007, 06/3326

(hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 9 oktober 2009

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. drs. A.H.J. de Kort, advocaat te Sint-Michielsgestel, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingezonden.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 augustus 2009. Appellante is verschenen samen met mr. De Kort. Het Uwv heeft zich, zoals tevoren was bericht, niet laten vertegenwoordigen.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellante, die als zelfstandige werkzaam was in een dierenspeciaalzaak en in 2000 uitviel met longklachten en klachten van hyperventilatie en nervositeit, ontving sinds

27 maart 2001 een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ), berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%.

1.2. Na een verzekeringsgeneeskundige en arbeidskundige herbeoordeling in 2006, waarbij is vastgesteld dat appellante met haar in een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) verwoorde beperkingen in voor haar geschikte functies per uur ten minste hetzelfde kan verdienen als zij in het eigen werk zou hebben verdiend, heeft het Uwv de WAZ-uitkering ingetrokken met ingang van 24 maart 2006.

1.3. Het beroep van appellante richt zich tegen een besluit van 3 juli 2006. Daarbij is het intrekkingsbesluit van 25 januari 2006 gehandhaafd.

2.1. De rechtbank heeft geoordeeld dat het besluit van 3 juli 2006 een toereikende medische grondslag heeft en dat appellante met haar beperkingen in staat geacht kan worden om de functies te vervullen die aan de schatting ten grondslag zijn gelegd. De geschiktheid van die functies heeft het Uwv in beroep voldoende toegelicht met de inzending van een FML zonder beperkende toelichtingen en een rapportage van de bezwaararbeidsdeskundige, die daarbij ook de maximering van de maatmanomvang heeft laten vervallen.

2.2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het besluit van 3 juli 2006 vernietigd maar de rechtsgevolgen van dat besluit in stand gelaten en het Uwv veroordeeld tot vergoeding van de kosten van appellante.

3. In hoger beroep heeft appellante haar in bezwaar en beroep al opgeworpen stelling herhaald dat zij meer beperkingen heeft dan in de FML zijn vastgelegd, dat zij met haar longklachten niet in staat is om meer dan 100 meter te lopen en zich op andere wijze te vervoeren dan per auto. De functies, waarop de schatting steunt, vindt zij te belastend.

4. De Raad overweegt het volgende.

4.1. Appellante baseert haar betoog dat haar longfunctiestoornis is onderschat op een brief van haar longarts B. Biesma van 29 maart 2006, die zij in bezwaar heeft ingebracht en waarnaar zij ook in hoger beroep weer heeft verwezen.

4.2. De bezwaarverzekeringsarts heeft uit de met die brief in beeld gebrachte gegevens met betrekking tot de longfunctie van appellante afgeleid dat er geen reden is voor aanpassing van de FML. In zijn rapportage van 21 juni 2006 heeft hij neergelegd dat de brief, waarin de longarts alleen bij de anamnese heeft opgetekend “Lopen gaat wat minder. (…) kan een paar 100 m lopen.”, naar zijn oordeel geen onderbouwing bevat van de stelling van appellante dat zij slechts 100 meter kan lopen. Haar longfunctie is weliswaar beperkt maar naar het oordeel van de bezwaarverzekeringsarts voldoende voor een loopactieradius van 800 meter respectievelijk een kwartier.

4.3. De opvatting van appellante dat haar longarts zou hebben bevestigd dat haar loopafstand beperkt is tot 100 meter, berust op een verkeerde lezing van de brief van

29 maart 2006. Ook in hoger beroep heeft appellante nagelaten de gestelde ernstiger beperkingen ten gevolge van haar longproblematiek voor lopen en vervoer met nadere medische gegevens, bijvoorbeeld een reactie van haar longarts op de rapportage van de bezwaarverzekeringsarts, te onderbouwen. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat er geen aanknopingspunten zijn om te twijfelen aan de juistheid van de FML.

4.4. De Raad volgt appellante niet in haar ter zitting van de Raad gehouden betoog dat de functies van monteuse (Sbc-code 267050) en telefonist/receptionist (Sbc-code 315120) niet geschikt zijn in verband met de belasting op de punten torderen en gebogen en/of getordeerd actief zijn. Ten aanzien van torderen is in de FML geen beperking opgenomen. Uit de Notities functiebelasting blijkt dat de verzekeringsarts en de arbeidsdeskundige een overschrijding van de frequentie van torderen met maximaal vijf per uur in de functie van monteuse mogelijk hebben geoordeeld. Gebogen en/of getordeerd actief zijn kan appellante volgens de FML minder dan 5 minuten achtereen. In de functie van telefonist/receptionist komt gebogen actief zijn voor tijdens twee werkuren tweemaal ongeveer 1 minuut achtereen. Van een overschrijding van de belastbaarheid van appellante is geen sprake.

4.5. In haar niet nader onderbouwde stelling dat zij, ondanks een toereikend opleidingsniveau, niet in staat zou zijn om de interne opleiding van de functie van monteuse te doorlopen, volgt de Raad appellante evenmin.

4.6. Dat betekent dat de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, wordt bevestigd.

5. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten.

Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos als voorzitter en R.C. Stam en M. Greebe als leden, in tegenwoordigheid van A.E. van Rooij als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 oktober 2009.

(get.) D.J. van der Vos.

(get.) A.E. van Rooij.

TM