Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BJ9940

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
09-10-2009
Datum publicatie
13-10-2009
Zaaknummer
08-3755 WAO
Rechtsgebieden
Civiel recht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekking WAO-uitkering. Zorgvuldig onderzoek. Juistheid vastgestelde beperkingen. Geschiktheid geduide functies.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

08/3755 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 19 mei 2008, 07/1624 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 9 oktober 2009

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft H.J.A. Aerts, werkzaam bij Delescen Advocaten te Roermond, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Namens appellante zijn aanvullende stukken overgelegd, waarop het Uwv heeft gereageerd.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 augustus 2009, waar appellante is verschenen bijgestaan door haar gemachtigde. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. E.F. de Roy van Zuydewijn.

II. OVERWEGINGEN

1. Het beroep van appellante is gericht tegen het besluit van 17 augustus 2007 (hierna: bestreden besluit), waarbij het Uwv heeft gehandhaafd zijn ter uitvoering van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) genomen besluit van 27 februari 2007. Daarbij is de WAO-uitkering van appellante met ingang van 15 april 2007 ingetrokken omdat de mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedraagt.

2. De rechtbank heeft, samengevat weergegeven, geoordeeld dat de medische grondslag van het bestreden besluit juist is. De rechtbank heeft zich voorts kunnen verenigen met de functies zoals deze als grondslag voor de schatting in aanmerking zijn genomen en in beroep nader zijn toegelicht. Het bestreden besluit is onder toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht vernietigd met instandlating van de rechtsgevolgen.

3.1. Namens appellante zijn de eerdere beroepsgronden herhaald. Appellante blijft van mening dat haar belastbaarheid onjuist is vastgesteld en dat zij niet in staat is om de geduide functies te vervullen. Voorts is gesteld dat appellante volledig bedlegerig is geraakt, met name door duizeligheidsklachten ontstaan na een uitgebreide ooroperatie. Ter ondersteuning is gewezen op de overgelegde medische informatie en de nieuwe, overgelegde stukken.

3.2. Ter zitting is namens het Uwv aangegeven dat met spoed een zogenoemde einde wachttijd beoordeling zal plaatsvinden, in verband met de ziekmelding van appellante per 10 oktober 2007.

4. De Raad overweegt als volgt.

4.1. De Raad is van oordeel dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek vanwege het Uwv zorgvuldig is geweest en ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid en volledigheid van de bij appellante vastgestelde beperkingen. De Raad neemt hierbij in aanmerking dat alle informatie van de huisarts en de behandelende sector door de bezwaarverzekeringsartsen is meegewogen en dat door die artsen genoegzaam is aangegeven waarom die informatie niet leidt tot verdergaande beperkingen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). Ter zitting is vastgesteld dat appellante zich vanuit een uitkeringssituatie ingevolge de Werkloosheidswet, per 10 oktober 2007, ziek heeft gemeld, dat per die datum een wachttijd van 104 weken is aangevangen en dat de huidige gezondheidstoestand van appellante, volledig bedlegerigheid, is ontstaan na een mislukte ooroperatie in februari 2008. Voor wat betreft de oorklachten heeft de Raad in de aanwezige dossierstukken onvoldoende aanknopingspunten gevonden voor de stelling van appellante dat deze klachten reeds op jeugdige leeftijd zijn ontstaan nog daargelaten of deze oorklachten op de datum in geding tot meer beperkingen dienden te leiden dan na in de FML zijn opgenomen. Deze klachten kunnen in onderhavige beoordeling niet tot een andere vaststelling van de belastbaarheid doen leiden.

4.2. Aldus ervan uitgaande dat de beperkingen van appellante in de FML juist zijn gewaardeerd, heeft de Raad voorts geen aanknopingspunten gevonden om ervan uit te gaan dat de in aanmerking genomen functies niet passend zijn voor appellante.

5. Het vorenstaande betekent dat de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, dient te worden bevestigd.

6. De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten.

Deze uitspraak is gedaan door A.T. de Kwaasteniet, in tegenwoordigheid van R.L. Rijnen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 oktober 2009.

(get.) A.T. de Kwaasteniet.

(get.) R.L. Rijnen.

EK