Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BJ9929

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
09-10-2009
Datum publicatie
13-10-2009
Zaaknummer
08-1829 WAO
Rechtsgebieden
Civiel recht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vaststelling mate van arbeidsongeschiktheid in kader WAO. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag. Beperkingen niet onderschat. Diagnose op zich houdt geen beperking in.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

08/1829 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 11 februari 2008, 07/7465 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 9 oktober 2009

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft, mr. W.G. Fischer, advocaat te Haarlem, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 augustus 2009. Appellant en zijn gemachtigde zijn – met voorafgaand bericht – niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door A.P. Prinsen.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellant heeft zich vanuit een werkloosheidssituatie in 1997 ziekgemeld met psychische klachten. Appellant is tevens bekend met recidiverende maagklachten en hoofdpijnklachten. In verband met deze klachten ontving hij laatstelijk sedert 30 november 1998 een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%.

1.2. In het kader van een herbeoordeling is appellant op 18 september 2006 onderzocht door L.C. Roos. In zijn rapport van gelijke datum is deze verzekeringsarts tot de conclusie gekomen dat er bij appellant sprake is van psychische problematiek, zich uitend in een dysthyme stoornis. Met inachtneming van daaruit voortvloeiende beperkingen alsmede rekening houdend met diverse lichamelijk klachten zoals maag-, hoofdpijn-, rugklachten en druk op de borst, is er een zogeheten Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) opgesteld. Vervolgens is de registerarbeidsdeskundige K. Rombout in zijn rapport van 14 december 2006 tot de conclusie gekomen dat appellant niet meer geschikt is voor zijn eigen werk van medewerker bakkerij. Wel heeft hij appellant geschikt geacht voor een vijftal andere functies en op basis van drie van deze functies heeft hij de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant berekend op minder dan 15%. In overeenstemming met dit rapport heeft het Uwv appellant bij besluit van 20 december 2006 meegedeeld dat zijn uitkering met ingang van 15 februari 2007 wordt ingetrokken.

2.1. In bezwaar heeft appellant gesteld dat hij meer beperkingen heeft dan zijn aangenomen. Met name de psychische klachten imponeren waardoor hij zich onder behandeling heeft moeten stellen van een psychiater. Voorts is aangegeven dat hij op 10 januari 2007 een enkeltrauma heeft doorgemaakt. Vanwege deze klachten heeft hij de geschiktheid van de geselecteerde functies bestreden.

2.2. Bezwaarverzekeringsarts W. Ebbelaar heeft nog informatie verkregen uit de behandelende sector, onder andere van chirurg A. Rijbroek en van appellants huisarts. Na aanvullend onderzoek na de hoorzitting is de bezwaarverzekeringsarts tot de conclusie gekomen dat er geen medische reden is om af te wijken van het primaire medische oordeel. Aan de hand van de FML is de bezwaararbeidsdeskundige tot de conclusie gekomen dat de geselecteerde functies nog steeds geschikt zijn. Als gevolg van het laten vervallen van de maximering van de omvang van de maatman is de mate van arbeidsongeschiktheid opnieuw berekend en vastgesteld op 15 tot 25% ingaande 15 februari 2007, waarna het bezwaar bij het bestreden besluit van 26 september 2007 gegrond is verklaard onder vergoeding van de kosten in bezwaar.

3. De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank kan zich blijkens de overwegingen van de aangevallen uitspraak verenigen met de medische en de arbeidskundige grondslag van het besluit.

4. Namens appellant is in hoger beroep aangevoerd dat in de FML ten onrechte geen rekening is gehouden met zijn psychische klachten. Ter ondersteuning hiervan is een brief van 29 mei 2008 overgelegd van J.M. Bakker, psychiater.

5. De Raad overweegt als volgt.

5.1. Ten aanzien van de medische beoordeling door het Uwv onderschrijft de Raad hetgeen door de rechtbank in de aangevallen uitspraak hieromtrent is overwogen. De Raad ziet evenals de rechtbank geen aanknopingspunten voor het oordeel dat het Uwv de beperkingen van appellant heeft onderschat. In verband met de psychische klachten van appellant heeft de verzekeringsarts een aantal beperkingen voor appellant opgenomen in de FML van 18 september 2006. De bezwaarverzekeringsarts Ebbelaar, die appellant zelf heeft gezien op de hoorzitting en daarna onderzocht, meent dat de arbeidsmogelijkheden van appellant daarmee correct zijn weergegeven en heeft in de in de bezwaarfase overgelegde informatie van de huisarts van appellant en de chirurg geen reden gezien om meer of zwaardere beperkingen op te nemen. Ook in de in hoger beroep overgelegde informatie van J.M. Bakker, psychiater, heeft de bezwaarverzekeringsarts geen aanleiding gezien tot bijstelling. De Raad onderschrijft de rapportage van 27 augustus 2008 van deze arts, waarin zij aangeeft dat, hoewel er thans een diagnose is gesteld, het functioneren van appellant ongewijzigd is. Ter aanvulling hierop merkt de Raad op dat een diagnose op zichzelf nog geen beperking inhoudt. Alles afwegende is de Raad van oordeel, evenals de rechtbank, dat er onvoldoende aanknopingspunten zijn voor het oordeel, dat in de FML onvoldoende rekening is gehouden met de beperkingen van appellant.

5.2. Aangezien naar het oordeel van de Raad het Uwv tevens de geschiktheid van de aan schatting ten grondslag gelegde functies in voldoende mate heeft aangetoond, is de Raad van oordeel dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

6. De Raad acht geen termen aanwezig voor toepassing van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door A.T. de Kwaasteniet, in tegenwoordigheid van R.L. Rijnen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 oktober 2009.

(get.) A.T. de Kwaasteniet.

(get.) R.L. Rijnen.

EK