Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BJ9754

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
02-10-2009
Datum publicatie
09-10-2009
Zaaknummer
09-701 WUBO-V
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Niet verschoonbare termijnoverschrijding. Verzet ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

09/701 WUBO-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 17 van de Beroepswet in verband met het geding tussen:

[Appellante], wonende te [woonplaats], (hierna: appellante),

en

de Raadskamer WUBO van de Pensioen- en Uitkeringsraad (hierna: verweerster)

I. PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 17 van de Beroepswet van 29 april 2009 heeft de Raad het beroep van appellante tegen het besluit van verweerster van 11 december 2008 niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen de uitspraak van de Raad van 29 april 2009 heeft appellante verzet gedaan.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 augustus 2009. Appellante is in persoon verschenen, vergezeld door haar echtgenoot. Verweerster is, met voorafgaand bericht, niet verschenen.

II. OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 29 april 2009 berust op de overwegingen dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.

De laatste dag waarop tijdig een beroepschrift kon worden ingediend, was 22 januari 2009. Het beroepschrift is weliswaar op die datum gedateerd, maar de enveloppe waarin het is verzonden draagt het poststempel van 23 januari 2009. Appellante heeft ter zitting verklaard dat het beroepschrift - inderdaad - niet op 22 januari 2009 maar op 23 januari 2009 ter post is bezorgd. Dit betekent dat de beroepstermijn is overschreden.

Appellante heeft aangevoerd dat ze het niet meer zag zitten, onzeker en verdrietig was, en eigenlijk geen beroep wilde instellen. Haar echtgenoot heeft haar - uiteindelijk - overreed om dit toch te doen. Appellante en haar echtgenoot hebben zich echter in de datum vergist: zij verkeerden in de veronderstelling dat 23 januari 2009 de laatste dag was waarop tijdig een beroepschrift worden ingediend.

De Raad ziet in hetgeen appellante heeft aangevoerd geen grond voor het oordeel dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Daarbij is van belang dat de onder het besluit van verweerster van 11 december 2008 vermelde beroepsclausule ondubbelzinnig - en correct - is geformuleerd.

Dit betekent dat het verzet ongegrond moet worden verklaard.

Voor een veroordeling in de kosten van het verzet is geen aanleiding.

Voor de goede orde merkt de Raad nog op dat, zoals ter zitting ook is besproken, het appellante vrijstaat verweerster te verzoeken om terug te komen van het besluit van 11 december 2008.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van M. Koopman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 oktober 2009.

(get.) T.G.M. Simons.

(get.) M. Koopman.

BvW