Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BJ9423

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
02-10-2009
Datum publicatie
07-10-2009
Zaaknummer
08-7041 WAO-V
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Vaststaat dat het verschuldigde griffierecht te laat is betaald. Verzet ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

08/7041 WAO-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 2 december 2008, 07/1202, (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna Uwv)

Datum uitspraak: 2 oktober 2009

I. PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 6 mei 2009 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen de uitspraak van de Raad van 6 mei 2009 heeft appellant verzet gedaan.

Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 21 augustus 2009, waar partijen - appellant met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.

II. OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 6 mei 2009 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de bij brief van de Raad van 29 januari 2009 nader gestelde termijn van vier weken is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.

Vaststaat dat het verschuldigde griffierecht te laat, namelijk eerst op 6 maart 2009, is betaald. In hetgeen appellant bij brief van 5 maart 2009 ter verontschuldiging heeft aangevoerd, is geen grond gelegen om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten.

Uit de brief van appellant van 28 mei 2009 blijkt dat hem bij brief van 23 februari 2009 een hersteltermijn is gegeven om zijn aanvraag voor bijzondere bijstand bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen nader toe te lichten. Op dat moment had het voor appellant duidelijk moeten zijn dat het griffierecht niet tijdig op de rekening van de Raad zou worden bijgeschreven en had het op zijn weg gelegen de Raad daarover te berichten, hetgeen hij niet heeft gedaan.

Dit betekent dat het verzet ongegrond dient te worden verklaard.

Ter voorlichting van appellant merkt de Raad nog op dat dit meebrengt dat voor een inhoudelijke beoordeling van zijn hoger beroep geen ruimte bestaat, en voorts dat het bedrag van het te laat betaalde griffierecht (€ 107,-) door de griffier van de Raad aan appellant zal worden terugbetaald.

Voor een veroordeling in de kosten van het verzet bestaat geen grond.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van M. Koopman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 oktober 2009.

(get.) T.G.M. Simons.

(get.) M. Koopman.

EK