Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BJ9307

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
16-09-2009
Datum publicatie
06-10-2009
Zaaknummer
07/4731 WW
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Grondslag bestreden besluit niet langer gehandhaafd. Appellant wordt geacht het werknemerschap te hebben herkregen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

07/4731 WW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Assen van 3 juli 2007, 06/1352 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 16 september 2009.

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant is hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 augustus 2008. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. I. Winia, werkzaam bij SRK Rechtsbijstand. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P. Belopavlovic.

Nadien is besloten het onderzoek te heropenen. In dat kader heeft de Raad het Uwv een aantal vragen voorgelegd. Daarop heeft het Uwv bij brief van 23 februari 2009 gereageerd.

Het onderzoek ter zitting heeft opnieuw plaatsgevonden op 5 augustus 2009. Appellant is met bericht niet verschenen. Het Uwv heeft zich wederom laten vertegenwoordigen door mr. P. Belopavlovic.

II. OVERWEGINGEN

Bij het op bezwaar gegeven besluit van 12 oktober 2006 (het bestreden besluit) heeft het Uwv het besluit van 19 mei 2005, genomen op de aanvraag van appellant van een uitkering krachtens de Werkloosheidswet (WW) ingaande 18 april 2005, onder wijziging van de motivering gehandhaafd. Daaraan ligt ten grondslag dat de aangevraagde uitkering krachtens de WW niet kan worden toegekend omdat artikel 8, tweede lid, van die wet zich daartegen verzet.

De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

Namens het Uwv is ter zitting van de Raad meegedeeld dat de grondslag van het bestreden besluit niet langer wordt gehandhaafd. Appellant wordt thans geacht met ingang van 18 april 2005 het werknemerschap op grond van artikel 8, tweede lid, van de WW te hebben herkregen. Het Uwv zal nog beoordelen of appellant aan de overige vereisten voor toekenning van een WW-uitkering voldoet.

Het vorenstaande betekent dat het bestreden besluit - en in het verlengde daarvan de aangevallen uitspraak - niet in stand kunnen blijven.

De Raad acht termen aanwezig om het Uwv op grond van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht te veroordelen in de proceskosten van appellant terzake van verleende rechtsbijstand, begroot op € 644,-- in beroep en op € 644,-- in hoger beroep, totaal derhalve € 1.288,--.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak;

Verklaart het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit;

Bepaalt dat het Uwv een nieuw besluit op bezwaar neemt;

Veroordeelt het Uwv tot vergoeding van de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 1.288,--;

Bepaalt dat het Uwv het door appellant in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 144,-- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door M.A. Hoogeveen als voorzitter en H.G. Rottier en B.M. van Dun als leden, in tegenwoordigheid van M. Lammerse als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 september 2009.

(get.) M.A. Hoogeveen.

(get.) M. Lammerse.

HD