Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BJ9228

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
02-10-2009
Datum publicatie
06-10-2009
Zaaknummer
08-4089 WIA
Rechtsgebieden
Civiel recht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering WIA-uitkering. De rechtbank heeft de medische en arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit onderschreven. De Raad stelt zich achter de overwegingen van de aangevallen uitspraak. De nagekomen informatie van de cardiologen leidt niet tot een andere conclusie ten aanzien van de vastgestelde belastbaarheid van appellant.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

08/4089 WIA

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 10 juni 2008, 07/1426 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 2 oktober 2009

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. S. van Dijk, advocaat te Hilversum, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 augustus 2009. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Van Dijk. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. R.M.H. Rokebrand.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Bij besluit van 15 maart 2007 heeft het Uwv de door appellant op 18 augustus 2006 per 18 september 2006 aangevraagde uitkering ingevolgde de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) geweigerd.

1.2. Tegen het besluit van 15 maart 2007 is bezwaar gemaakt en appellant stelt dat hij als gevolg van de hartproblemen, een hoge bloeddruk, een slechte conditie en rugklachten volledig arbeidsongeschikt is. Tijdens de hoorzitting is nog aangevoerd dat appellant wegens acute hartproblemen opnieuw (tweemaal) is gedotterd.

1.3. Het bezwaar is bij besluit van 24 juli 2007 (hierna: bestreden besluit) ongegrond verklaard. Het bestreden besluit berust op het standpunt dat appellant op 18 september 2006 weliswaar beperkingen ondervond bij het verrichten van arbeid, maar dat hij met inachtneming van die beperkingen geschikt was voor werkzaamheden verbonden aan de door de arbeidsdeskundige geselecteerde functies. Vergelijking van de loonwaarde van de middelste van de drie functies met de hoogste lonen, te weten € 9,89 met het voor appellant geldende maatmaninkomen van € 13,53 resulteert volgens de bezwaararbeidsdeskundige in een loonverlies van 31,3%.

2.1. In beroep is in essentie hetzelfde aangevoerd als in bezwaar. Daarbij is een rapportage overgelegd van verzekeringsarts J.G. van Kranen van 10 juli 2007, die appellant wegens toegenomen arbeidsongeschiktheid per 24 maart 2007 volledig arbeidsongeschikt acht vanwege een ziekenhuisopname gevolgd door intensieve revalidatie.

2.2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van

24 juli 2007 desalniettemin ongegrond verklaard.

2.3.1. Ten aanzien van het verzekeringsgeneeskundig onderzoek heeft de rechtbank onder meer overwogen dat er sprake is geweest van een voldoende diepgaand en zorgvuldig onderzoek. Voorts heeft de rechtbank geoordeeld dat de uit dat onderzoek getrokken conclusies voldoende zijn onderbouwd. De rechtbank heeft daarbij in aanmerking genomen dat alle informatie afkomstig van de verschillende behandelaars bij de beoordeling is betrokken en dat in de verzekeringsgeneeskundige rapportages voldoende is gemotiveerd hoe die informatie is gewogen. Door appellant is niet met medische gegevens aannemelijk gemaakt dat er sprake is van meer beperkingen dan uit het onderzoek naar voren is gekomen.

2.3.2. De rechtbank heeft dan ook geen aanleiding gezien de medische grondslag van het bestreden besluit voor onjuist te houden. Daarbij is aangetekend dat de medische situatie van appellant op 18 september 2006 ter beoordeling staat. Ten aanzien van het in beroep ingebrachte rapport van Van Kranen onderschrijft de rechtbank de opvatting van het Uwv dat deze informatie niet ziet op de datum in geding, maar op de periode ruim daarna zodat daaraan geen betekenis kan worden gehecht voor de beoordeling van dit geschil.

2.3.3. De rechtbank heeft zodoende geconcludeerd dat het Uwv bij de beoordeling van de arbeidsongeschiktheid van appellant de beperkingen als gevolg van ziekte of gebrek niet heeft onderschat.

2.4. Tot slot heeft de rechtbank de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit onderschreven.

3. De Raad neemt als vaststaande aan de feiten die de rechtbank in de aangevallen uitspraak heeft aangenomen.

4. In hoger beroep zijn de onder 1.2. en 2.1. weergegeven gronden herhaald. Daarnaast is nog informatie ingebracht van de appellant behandelende cardiologen.

5. De Raad stelt zich achter de overwegingen van de aangevallen uitspraak. De nagekomen informatie van de cardiologen leidt niet tot een andere conclusie ten aanzien van de vastgestelde belastbaarheid van appellant.

6. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door R.C. Stam, in tegenwoordigheid van I.R.A. van Raaij als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 oktober 2009.

(get.) R.C. Stam.

(get.) I.R.A. van Raaij

EK