Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BJ9014

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
30-09-2009
Datum publicatie
01-10-2009
Zaaknummer
08-4939 ZW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Geen recht meer op ziekengeld. Zorgvuldig onderzoek met kennisneming van de door de behandelend sector verstrekte informatie, die bij de beoordeling is betrokken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

08/4939 ZW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 4 juli 2008, 07/5087 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen

(hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 30 september 2009

I. PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 augustus 2009. Appellante is met bericht van verhindering niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door V.A.R. Kali.

II. OVERWEGINGEN

1. Appellante heeft zich op 31 januari 2007, toen zij een werkloosheidsuitkering ontving, bij het Uwv ziek gemeld. Zij had toen laatstelijk via een uitzendbureau werk verricht bij de montage van elektronische spelletjes. Naar aanleiding van deze ziekmelding is aan appellante ziekengeld toegekend.

2. Bij besluit van 30 juli 2007 is namens het Uwv aan appellante meegedeeld dat zij met ingang van 6 augustus 2007 geen recht meer had op ziekengeld omdat zij op en na deze datum niet meer ongeschikt werd geacht tot het verrichten van haar arbeid.

3. Bij besluit van 11 oktober 2007 (het bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellante tegen het besluit van 30 juli 2007 ongegrond verklaard.

4. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarbij in het bijzonder betekenis toegekend aan de bevindingen van de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts.

5.1. De Raad verenigt zich met het oordeel van de rechtbank en onderschrijft de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen.

5.2. Naar in het vorenstaande besloten ligt is de Raad evenals de rechtbank van oordeel dat de door de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts opgestelde rapporten blijk geven van een zorgvuldig onderzoek. De bezwaarverzekeringsarts heeft kennis genomen van de door de behandelend sector verstrekte informatie en deze in de beschouwing betrokken. Mede op grond van die informatie heeft de bezwaarverzekeringsarts aangenomen dat appellante gezien haar lichamelijke toestand, waarbij met name overgewicht en enkeloedeem zijn genoemd, weliswaar moeilijkheden ondervindt bij lopen, staan, bukken en buigen maar dat zij niettemin in staat moet worden geacht haar werk te verrichten, dat zittend kon worden uitgevoerd. Appellante heeft geen medische gegevens in het geding gebracht die reden vormen voor twijfel aan die conclusie.

5.3. Uit hetgeen is overwogen onder 5.2 volgt dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

6. De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 30 september 2009.

(get.) Ch. van Voorst.

(get.) T.J. van der Torn.

JL