Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8963

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
23-09-2009
Datum publicatie
30-09-2009
Zaaknummer
08-1444 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Herziening WAO-uitkering. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag. geen aanleiding om te oordelen dat de FML onjuiste of te lichte beperkingen bevat. Voldoende grondslag aanwezig om het genoemde maximum aantal uren haalbaar te achten. Door of namens het Uwv zijn geen uitdrukkelijke, het Uwv rechtens bindende, toezeggingen aan appellante gedaan dat zij slechts tot maximaal 15 uur per week belastbaar zou zijn. Ook in de brief van 26 juni 2006 wordt expliciet gesteld dat (wel is gesproken over 2 tot 3 uur per week, maar dat) de belastbaarheid van appellante met 20 uur per week niet is overschat. Ook kan appellante niet door de twee versies van de FML in verwarring zijn gebracht nu in beide over een gemiddeld aantal uren wordt gesproken met, in beide gevallen, de toevoeging 15-20 uur per week. Ook overigens acht de Raad de medische grondslag van het bestreden besluit voldoende deugdelijk, zij het dat een adequate toelichting terzake, zoals ook de rechtbank heeft vastgesteld, eerst in de fase van het beroep voorhanden was. Medische gegevens die tot de conclusie zouden kunnen leiden, dat appellante meer of anders beperkt is dan door het Uwv is aangenomen, zijn niet in geding gebracht. Dat er sprake zou zijn van een situatie dat appellante bij haar activiteiten in het dagelijks leven dermate beperkt is dat zij lichamelijk of psychisch niet zelfredzaam zou zijn, is geenszins gebleken.Voor de Raad staat genoegzaam vast dat de geselecteerde functies in medisch opzicht voor appellante geschikt zijn. De in het eerder genoemde rapport van de bezwaararbeidsdeskundige van 9 maart 2007 gegeven toelichting acht de Raad voldoende deugdelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

08/1444 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 21 januari 2008, 07/900 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 23 september 2009

I. PROCESVERLOOP

Appellante heeft onder overlegging van een groot aantal stukken, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 augustus 2009. Appellante was in persoon aanwezig. Het Uwv heeft zich doen vertegenwoordigen door mr. S.J.M.A. Clerx.

II. OVERWEGINGEN

1. Appellante, werkzaam als administratief medewerkster voor 36 uur per week, is op 5 oktober 1998 uitgevallen met onder andere darmklachten. Aan haar is per 5 oktober 1999 een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toegekend, laatstelijk berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. In 2006 is zij in het kader van een herkeuring gezien door een verzekeringsarts van het Uwv, die heeft vastgesteld dat zij geschikt is voor lichte niet stresserende werkzaamheden en een aantal voor haar geldende beperkingen heeft vastgelegd in een functionele mogelijkhedenlijst (FML), waarin ook een aantal fysieke beperkingen zijn opgenomen; tevens is daarin vermeld dat appellante gemiddeld 20 uur per week kan werken met de toelichting “15-20 uur”. De arbeidsdeskundige van het Uwv heeft een aantal voor appellante geschikte functies geselecteerd en vastgesteld dat haar verlies aan verdiencapaciteit daarmee 49,3 % bedraagt. Vervolgens heeft het Uwv bij besluit van 18 september 2006 aan appellante bericht dat haar WAO-uitkering per 19 november 2006 wordt herzien naar een percentage van 45 tot 55%. Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit. De bezwaarverzekeringsarts R.M. Hulst heeft op 22 december 2006 rapport uitgebracht; tevens heeft hij de FML in die zin aangepast dat bij item 6.3 (werktijden/uren per week) is vermeld: strek beperkt, kan gemiddeld 10 uur per week werken , zulks met de toelichting “15-20 uur”. De bezwaararbeidsdeskundige M.N.J. Kollaard heeft in zijn rapport van 9 maart 2007 de bij de geselecteerde functies voorkomende signaleringen per functie toegelicht. Het Uwv heeft bij besluit van 12 maart 2007 (hierna: het bestreden besluit) het bezwaar van appellante ongegrond verklaard.

2. Appellante heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Daarbij heeft zij met name aangevoerd veel meer beperkt te zijn dan door het Uwv is aangenomen; zij acht zich in feite in het geheel niet tot duurzame arbeid in staat. Tevens acht zij het onjuist dat zij tot meer uren werken in staat wordt geacht dan 2/3 uur per dag (15 uur per week) de verzekeringsarts zou haar gezegd hebben dat zulks het maximaal haalbare was en dit in een brief van 26 juni 2006 hebben bevestigd. Ook acht zij meer in het algemeen het medisch onderzoek onzorgvuldig.

3. De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit geheel in stand blijven. Tevens heeft de rechtbank bepaald dat het Uwv het betaalde griffierecht aan appellante moet vergoeden. Daartoe heeft de rechtbank de medische grondslag van het bestreden besluit onderschreven: er bestaat geen aanleiding om te oordelen dat de FML onjuiste of te lichte beperkingen bevat. Weliswaar wordt in de door appellante bedoelde brief van 26 juni 2006 gesproken over 2 tot 3 uur werken per dag, maar ook is uitdrukkelijk vermeld dat een urenomvang van 20 uur per week (ook) haalbaar is. Ook overigens acht de rechtbank voldoende grondslag aanwezig om het genoemde maximum aantal uren haalbaar te achten. Dat de bezwaarverzekeringsarts heeft afgezien van lichamelijk onderzoek is, nu deze voldoende informatie ter beschikking had, niet onzorgvuldig te achten. Nu het Uwv eerst bij rapport van 13 juli 2007, dus in de fase van het beroep, in voldoende mate heeft toegelicht waarom de weergave van de urenbeperking in de eerste FML is gewijzigd ten opzichte van die in de tweede- kort gezegd: omdat in de eerste versie sprake zou zijn van een zogenoemde verstopte beperking-, moet het bestreden besluit worden vernietigd. Er bestaat echter, nu ook de arbeidskundige grondslag van het besluit deugdelijk is, aanleiding de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand te laten.

4. Appellante heeft in hoger beroep voornamelijk de eerder aangevoerde grieven herhaald.

5.1. De Raad oordeelt als volgt.

5.2. De Raad kan hetgeen door de rechtbank is overwogen en beslist onderschrijven en voegt daaraan nog het volgende toe. Door of namens het Uwv zijn geen uitdrukkelijke, het Uwv rechtens bindende, toezeggingen aan appellante gedaan dat zij slechts tot maximaal 15 uur per week belastbaar zou zijn. Ook in de brief van 26 juni 2006 wordt expliciet gesteld dat (wel is gesproken over 2 tot 3 uur per week, maar dat) de belastbaarheid van appellante met 20 uur per week niet is overschat. Ook kan appellante niet door de twee versies van de FML in verwarring zijn gebracht nu in beide over een gemiddeld aantal uren wordt gesproken met, in beide gevallen, de toevoeging 15-20 uur per week. Ook overigens acht de Raad de medische grondslag van het bestreden besluit voldoende deugdelijk, zij het dat een adequate toelichting terzake, zoals ook de rechtbank heeft vastgesteld, eerst in de fase van het beroep voorhanden was. Medische gegevens die tot de conclusie zouden kunnen leiden, dat appellante meer of anders beperkt is dan door het Uwv is aangenomen, zijn niet in geding gebracht. Dat er sprake zou zijn van een situatie dat appellante bij haar activiteiten in het dagelijks leven dermate beperkt is dat zij lichamelijk of psychisch niet zelfredzaam zou zijn, is geenszins gebleken.

5.3.Voor de Raad staat genoegzaam vast dat de geselecteerde functies in medisch opzicht voor appellante geschikt zijn. De in het eerder genoemde rapport van de bezwaararbeidsdeskundige van 9 maart 2007 gegeven toelichting acht de Raad voldoende deugdelijk.

5.4.Het voorgaande betekent dat de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten voor bevestiging in aanmerking komt.

6. De Raad acht geen termen aanwezig om een der partijen te veroordelen in de proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten.

Deze uitspraak is gedaan door J. Riphagen als voorzitter, in tegenwoordigheid van J.M. Tason Avila als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 23 september 2009.

(get.) J. Riphagen.

(get.) J.M. Tason Avila.

JL