Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8661

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
17-09-2009
Datum publicatie
28-09-2009
Zaaknummer
08-1784 MAW
Rechtsgebieden
Civiel recht
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Aflopen tijdelijke aanstelling. Het bestuursorgaan is niet gehouden de aanstelling na afloop van de gestelde termijn te verlengen of om te zetten in een vaste aanstelling, tenzij er een verplichting bestaat tot voortzetting van het dienstverband, dan wel het niet verlengen in strijd zou komen met enige regel van ongeschreven recht. De Raad deelt niet het standpunt van appellant dat aan hem toezeggingen zijn gedaan die de staatssecretaris had dienen te honoreren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

08/1784 MAW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 29 januari 2008, 07/3097 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Staatssecretaris van Defensie (hierna: staatssecretaris)

Datum uitspraak: 17 september 2009

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

De staatssecretaris heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 juli 2009. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. P.M. Groenhart, werkzaam bij de ACOM. De staatssecretaris heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. S.E.B. Gorsira en G.V. Wannyn, beiden werkzaam bij het ministerie van Defensie.

II. OVERWEGINGEN

1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende hier van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. Appellant is met ingang van 19 juni 2000 aangesteld in tijdelijke dienst voor de duur van vier jaar als reservesoldaat bij de Koninklijke landmacht, met bestemming functies te vervullen bij het Korps Nationale Reserve. Deze aanstelling is twee maal verlengd, steeds voor de periode van één jaar.

1.2. Bij besluit van 9 juni 2006 is aan appellant meegedeeld dat zijn tijdelijke aanstelling met ingang van 19 juni 2006 eindigt. Bij het bestreden besluit van 22 februari 2007 heeft de staatssecretaris dit besluit na bezwaar gehandhaafd.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. Naar aanleiding van hetgeen partijen in hoger beroep hebben aangevoerd overweegt de Raad als volgt.

3.1. Volgens vaste rechtspraak (CRvB 5 juni 2003, LJN AH9041 en TAR 2003, 171) vloeit uit de omstandigheid dat een ambtenaar in tijdelijke dienst voor bepaalde tijd is aangesteld voort dat het bestuursorgaan niet gehouden is die aanstelling na afloop van de gestelde termijn te verlengen of om te zetten in een vaste aanstelling, tenzij er een verplichting bestaat tot voortzetting van het dienstverband, dan wel het niet verlengen in strijd zou komen met enige regel van ongeschreven recht.

3.2. De Raad deelt niet het standpunt van appellant dat aan hem toezeggingen zijn gedaan die de staatssecretaris had dienen te honoreren. Weliswaar is door de staatssecretaris erkend dat bepaalde werkafspraken jegens appellant niet zijn nagekomen, maar niet gebleken is dat deze afspraken behalve op het oproepen van appellant ook betrekking hadden op de verlenging van zijn aanstelling. De Raad is voorts van oordeel dat niet gezegd kan worden dat de staatssecretaris ook overigens niet in redelijkheid heeft kunnen komen tot zijn besluit de aanstelling niet te verlengen. Nu het bestreden besluit in stand blijft, is er voor een compensatie zoals door appellant bepleit geen plaats.

4. Het hoger beroep slaagt dus niet en de aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.

5. De Raad ziet geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake vergoeding van proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door K. Zeilemaker, in tegenwoordigheid van P.W.J. Hospel als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 september 2009.

(get.) K. Zeilemaker.

(get.) P.W.J. Hospel.

HD