Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8659

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
10-09-2009
Datum publicatie
29-09-2009
Zaaknummer
08-4693 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Herziening dagloon. Het besluit van 25 augustus 2006 bevat naar het oordeel van de Raad ten aanzien van het dagloon een definitieve vaststelling, behoudens cao-wijzigingen. Nu tegen dit besluit door appellant geen bezwaar is gemaakt, is dit rechtens verbindend geworden. Dit betekent dat ook het in mindering brengen bij de dagloonberekening van de vroegpensioenpremie in rechte vaststaat. Het bezwaar van appellant tegen het besluit van 15 februari 2007 had dan ook niet-ontvankelijk moeten worden verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

08/4693 WAO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 3 juli 2008, 07/3072 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv)

Datum uitspraak: 10 september 2009

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. S.G.M. van Veldhuizen, advocaat bij FNV Bouw te Woerden, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting, gehouden op 18 juni 2009. Partijen zijn, zoals tevoren aangekondigd, niet verschenen.

II. OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden. Voor een uitgebreidere weergaven van de feiten verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak.

1.1. Bij besluit van 25 augustus 2006 heeft het Uwv aan appellant een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toegekend met ingang van 14 juni 2005, berekend naar een dagloon van € 123,--. In de bijlage bij dit besluit is aangegeven hoe dit dagloon tot stand is gekomen. Uit deze bijlage blijkt dat de bijdrage van appellant in de vroegpensioenregeling niet in de dagloonberekening is meegenomen en als aftrekpost is beschouwd bij die berekening. Voorts blijkt uit de bijlage dat dit dagloon voorlopig is vastgesteld in verband met een te verwachten cao-wijziging voor of op de ingangsdatum van de WAO-uitkering. Tegen dit besluit heeft appellant geen bezwaar gemaakt.

Bij besluit van 15 februari 2007 is dit dagloon per 14 juni 2005 naar € 122,78 herzien in verband met een wijziging in de cao.

Het bezwaar tegen dit besluit, het niet meetellen van de vroegpensioenpremie bij de dagloonvaststelling betreffend, is bij besluit van 11 juli 2007 ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant ongegrond verklaard.

3. In hoger beroep heeft appellant de aangevallen uitspraak gemotiveerd bestreden.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. Het besluit van 25 augustus 2006 bevat naar het oordeel van de Raad ten aanzien van het dagloon een definitieve vaststelling, behoudens cao-wijzigingen. Nu tegen dit besluit door appellant geen bezwaar is gemaakt, is dit rechtens verbindend geworden. Dit betekent dat ook het in mindering brengen bij de dagloonberekening van de vroegpensioenpremie in rechte vaststaat. Het bezwaar van appellant tegen het besluit van 15 februari 2007 had dan ook niet-ontvankelijk moeten worden verklaard.

4.2. De rechtbank heeft dit niet onderkend. De aangevallen uitspraak dient dan ook te worden vernietigd.

5. De Raad ziet aanleiding het Uwv te veroordelen in de kosten die appellant in verband met het beroep en het hoger beroep heeft moeten maken. Deze kosten zijn begroot op € 322,-- in beroep en op € 322,-- in hoger beroep, wegens verleende rechtsbijstand.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak;

Verklaart het beroep gegrond en vernietigt het besluit van 11 juli 2007;

Veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 644,--;

Bepaalt dat het Uwv het door appellant in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht ad € 148,-- aan hem vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door R.C. Schoemaker als voorzitter en N.J. van Vulpen-Grootjans en B.J. van der Net als leden, in tegenwoordigheid van W. Altenaar als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 september 2009.

(get.) R.C. Schoemaker.

(get.) W. Altenaar.

IJ