Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8610

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
15-09-2009
Datum publicatie
28-09-2009
Zaaknummer
09/515 WWB
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Herziening en terugvordering bijstand wegens inkomsten uit arbeid. Niet-verschoonbare termijnoverschrijding indienen bezwaarschrift. Het enkele feit dat appellant op 25 februari 2008 is opgenomen in een ziekenhuis en twee dagen later daaruit is ontslagen betekent niet dat hij toen buiten staat is geweest een - desnoods summier - bezwaarschrift in te (laten) indienen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/515 WWB

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 15 december 2008, 08/2894 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg (hierna: College)

Datum uitspraak: 15 september 2009

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. I.P.M.J. Nelemans, advocaat te Tilburg, hoger beroep ingesteld.

Het College heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld op de zitting van 4 augustus 2009. Partijen zijn, zoals tevoren bericht, niet verschenen.

II. OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. Bij besluit van 16 januari 2008 heeft het College de aan appellant over de periode van 1 april 2006 tot en met 30 juni 2006 verstrekte bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand herzien in verband met ontvangen inkomsten uit arbeid en daarbij tevens de gemaakte kosten van bijstand tot een bedrag van € 1.330,09 bruto van appellant teruggevorderd. Bij schrijven van 10 april 2008, door het College ontvangen op 14 april 2008, heeft appellant bezwaar gemaakt. Bij besluit van 8 mei 2008 heeft het College het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard op grond van - kort gezegd - niet-verschoonbare termijnoverschrijding.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 8 mei 2008 ongegrond verklaard.

3. Appellant heeft zich in hoger beroep gekeerd tegen de aangevallen uitspraak. Namens appellant is aangevoerd dat de termijnoverschrijding verontschuldigbaar was. Daartoe is betoogd dat appellant als gevolg van een hersenbloeding in het ziekenhuis en het revalidatiecentrum moest verblijven en dat uit de verklaring van de behandelend neuroloog blijkt dat appellant in het geheel niet in staat was om tijdig een bezwaarschrift in te (laten) dienen.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. De Raad stelt vast dat met verzending van het besluit van 16 januari 2008 de termijn om bezwaar te maken aanving op 17 januari 2008 en eindigde op 27 februari 2008. Appellant heeft na afloop van die termijn een bezwaarschrift ingediend.

4.2. Ingevolge artikel 6:11 van de Algemene wet bestuursrecht blijft ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaarschrift niet-ontvankelijkverklaring achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener ervan in verzuim is geweest.

4.3. Hetgeen namens appellant is aangevoerd met betrekking tot zijn opname in het ziekenhuis bevat onvoldoende grondslag voor het oordeel dat hij redelijkerwijs niet in verzuim is geweest. Uit de ingezonden stukken blijkt dat appellant op 25 februari 2008 op de polikliniek neurologie van het St. Elisabeth ziekenhuis in Tilburg ter controle is gezien en toen is opgenomen voor verdere analyse en behandeling in verband met lichte hoofdpijn en toename krachtverlies, met name van het rechterbeen. Bij het ontslag uit het ziekenhuis op 27 februari 2008 is gerapporteerd dat de klachten gedurende de opname restloos herstelden. De conclusie was dat er geen ondersteuning is gevonden voor de verdenking van een lacunair infarct of recidief bloeding. Uit de ingezonden medische rapportages blijkt niet, zoals appellant heeft gesteld, dat hij in aansluiting op deze ziekenhuisopname opgenomen is geweest in een revalidatiecentrum. Het enkele feit dat appellant op 25 februari 2008 is opgenomen in een ziekenhuis en twee dagen later daaruit is ontslagen betekent niet dat hij toen buiten staat is geweest een - desnoods summier - bezwaarschrift in te (laten) indienen. De Raad heeft dit niet kunnen afleiden uit de ingezonden brieven van de behandelend neuroloog. In dit verband acht de Raad mede van belang dat, zoals gemeld tijdens de hoorzitting, een zuster van appellant tijdens de ziekenhuisopname voor zijn post zorgde. Voorts blijkt uit de brief van de behandelend neuroloog van 29 januari 2008 dat appellant wordt ondersteund door een nicht, die hem helpt met zijn administratie en het nakomen van zijn afspraken.

4.4. Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

4.5. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J.F. Bandringa, in tegenwoordigheid van M. Pijper als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 september 2009.

(get.) J.F. Bandringa.

(get.) M. Pijper.

RB