Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8443

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
23-09-2009
Datum publicatie
24-09-2009
Zaaknummer
08-5112 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering WAO-uitkering. Met betrekking tot de medische grondslag van het bestreden besluit heeft de Raad evenmin als de rechtbank reden gezien te twijfelen aan de juistheid van het medisch onderzoek van het Uwv en de juistheid van de conclusies ervan. Uitgaande van de juistheid van de met betrekking tot appellante vastgestelde medische beperkingen is de Raad met de rechtbank van oordeel dat de functies die aan de schatting ten grondslag liggen, gelet op de daaraan verbonden belastende aspecten, als voor appellante in medisch opzicht passend dienen te worden aangemerkt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

08/5112 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 17 juli 2008, 07/3219 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 23 september 2009

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. S.M. Drost, werkzaam bij DAS Rechtsbijstand, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 augustus 2009. Appellante is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door A.M. Snijders.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellante was laatstelijk werkzaam als verkoopster in een kledingwinkel voor 38 uren per week. Op 18 december 2003 is zij voor dat werk uitgevallen met whiplashklachten. Na medische en arbeidskundige onderzoeken heeft het Uwv bij besluit van 7 november 2006 geweigerd aan appellante met ingang van 16 december 2004 een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toe te kennen op de grond dat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt is. Daaraan ligt het standpunt ten grondslag dat appellante met inachtneming van haar medische beperkingen, vastgelegd in een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML), geschikt is te achten voor het verrichten van werkzaamheden in gangbare arbeid.

1.2. Bij het besluit van 30 maart 2007 (hierna: het bestreden besluit) heeft het Uwv het door appellante tegen het besluit van 7 november 2006 gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geen aanleiding gezien het medisch onderzoek door de verzekeringsartsen van het Uwv onzorgvuldig te achten. Evenmin heeft de rechtbank aanknopingspunten gevonden dat het medisch oordeel van deze artsen niet juist is. Voorts is naar het oordeel van de rechtbank appellante in staat werkzaamheden te verrichten in de haar door de arbeidsdeskundige van het Uwv voorgehouden functies.

3. In hoger beroep heeft appellante in essentie de in beroep aangevoerde gronden herhaald. Zij meent meer beperkt te zijn dan door het Uwv is aangenomen. Zij acht zich niet in staat de werkzaamheden van de haar voorgehouden functies te verrichten.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. Met betrekking tot de medische grondslag van het bestreden besluit heeft de Raad evenmin als de rechtbank reden gezien te twijfelen aan de juistheid van het medisch onderzoek van het Uwv en de juistheid van de conclusies ervan. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank met betrekking tot de vaststelling van de bij appellante ten tijde hier in geding bestaande medische beperkingen en maakt deze tot de zijne. Appellante heeft in hoger beroep geen medische informatie overgelegd waaruit blijkt dat haar gezondheidstoestand en de daaruit voortvloeiende beperkingen voor arbeid anders zijn dan waarvan het Uwv is uitgegaan.

4.2. Aldus uitgaande van de juistheid van de met betrekking tot appellante vastgestelde medische beperkingen is de Raad met de rechtbank van oordeel dat de functies die aan de schatting ten grondslag liggen, gelet op de daaraan verbonden belastende aspecten, als voor appellante in medisch opzicht passend dienen te worden aangemerkt. In aanmerking genomen de diverse arbeidskundige rapportages is ook naar het oordeel van de Raad een als genoegzaam aan te merken toelichting gegeven op de passendheid van de geselecteerde functies voor appellante.

4.3. Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door T. Hoogenboom, in aanwezigheid van I.R.A. van Raaij als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 september 2009.

(get.) T. Hoogenboom.

(get.) I.R.A. van Raaij.

EK