Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8353

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
17-09-2009
Datum publicatie
23-09-2009
Zaaknummer
08-3715 ANW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering toekenning nabestaandenuitkering, omdat de echtgenoot ten tijde van zijn overlijden niet verzekerd was ingevolge de ANW. Beroep op non-discriminatie beginsel faalt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

08/3715 ANW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats], Marokko (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 14 mei 2008, 07/3254 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).

Datum uitspraak: 17 september 2009

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. C.C.W.G.M. Janssens, advocaat te Bergen op Zoom, hoger beroep ingesteld.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 augustus 2009. Appellante en haar gemachtigde zijn daarbij, met kennisgeving, niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door J.Y. van den Berg.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellante is in 1996 in Marokko gehuwd met [naam echtgenoot] en woont in Marokko. Haar echtgenoot is in Nederland werkzaam geweest en is in 1988 met een remigratieuitkering teruggekeerd naar Marokko. Hij heeft vanaf 1 juli 1998 een ouderdomspensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW) ontvangen.

De echtgenoot van appellante is [in] 2006 in Marokko overleden. Vervolgens heeft appellante aan de Svb verzocht een nabestaandenuitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet (ANW) aan haar toe te kennen.

1.2. Bij beslissing op bezwaar van 31 juli 2007 (hierna: bestreden besluit) heeft de Svb zijn besluit van 16 februari 2007 gehandhaafd, waarbij is geweigerd een nabestaandenuitkering aan appellante toe te kennen, omdat haar echtgenoot ten tijde van zijn overlijden niet verzekerd was ingevolge de ANW. Daarbij heeft de Svb erop gewezen dat de echtgenoot van appellante vanaf zijn vertrek uit Nederland in 1988 niet meer verplicht verzekerd was krachtens de ANW, omdat een Remigratieuitkering niet wordt genoemd in artikel 1 van het destijds geldende Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1976, Stb. 557 (hierna: KB 557) als een uitkering op grond waarvan personen wonend buiten Nederland verplicht verzekerd blijven. Voorts is overwogen dat ook op grond van artikel 22 van het Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko (hierna: het Verdrag) geen recht bestaat op een Nederlandse nabestaandenuitkering, nu niet is gebleken dat de echtgenoot van appellante ten tijde van zijn overlijden verzekerd was krachtens de Marokkaanse wettelijke regelingen.

2. De rechtbank heeft dit standpunt in de aangevallen uitspraak onderschreven. Namens appellante is in hoger beroep aangevoerd dat de weigering haar een nabestaandenuitkering toe te kennen in strijd is met diverse internationale verdragen. Verder is aangevoerd dat de weigering van de nabestaandenuitkering in strijd is met het vertrouwens- en het rechtszekerheidsbeginsel en met het non-discriminatiebeginsel.

Ten aanzien van laatstgenoemd beginsel heeft appellante aangevoerd dat zij geen nabestaandenuitkering heeft gekregen, omdat zij in Marokko woont.

3.1. Tussen partijen is in hoger beroep in geschil of de rechtbank bij de aangevallen uitspraak terecht het standpunt van de Svb heeft onderschreven dat appellante geen recht heeft op een nabestaandenuitkering, omdat haar echtgenoot ten tijde van zijn overlijden [in] 2006 niet verzekerd was krachtens de ANW. Dienaangaande overweegt de Raad het volgende.

3.2. Ingevolge artikel 13 van de ANW is verzekerd krachtens die wet degene die ingezetene is of die geen ingezetene is, doch ter zake van in Nederland in dienstbetrekking verrichte arbeid aan de loonbelasting is onderworpen. Nu de echtgenoot van appellante ten tijde van zijn overlijden in Marokko woonde en niet meer werkzaam was in Nederland, was hij toen op grond van deze bepaling niet verzekerd.

3.3. Verder is de echtgenoot van appellante vanaf zijn vertrek uit Nederland in 1988 ook niet verplicht verzekerd gebleven op grond van de sindsdien geldende Besluiten inzake de uitbreiding en beperking van de kring der verzekerden krachtens de volksverzekeringen, omdat hij slechts een Remigratie-uitkering vanuit Nederland ontving en deze uitkering niet is vermeld in deze Besluiten als een uitkering op grond waarvan personen wonend buiten Nederland verplicht verzekerd blijven. Dit betekent dat de echtgenoot van appellante ook [in] 2006 niet verzekerd was krachtens de ANW, zodat geen aanspraak kan bestaan op een nabestaandenuitkering krachtens die wet.

3.4. Voorts stelt de Raad vast dat door appellante niet is betwist dat haar echtgenoot ten tijde van zijn overlijden niet verzekerd was krachtens de Marokkaanse wetgeving, zodat ook op grond van artikel 22 van het Verdrag geen aanspraak op een Nederlandse nabestaandenuitkering kan bestaan.

3.5. Ten aanzien van het beroep van appellante op het vertrouwens- en het rechtszekerheidsbeginsel is de Raad met de rechtbank van oordeel dat dit niet kan slagen, omdat het niet dan wel onvoldoende is onderbouwd.

3.6. Met betrekking tot het beroep van appellante op het non-discriminatie beginsel merkt de Raad nog op dat de weigering van de ANW-uitkering niet is gelegen in het feit dat appellante in Marokko woont, maar in het feit dat haar overleden echtgenoot niet verzekerd was krachtens de ANW ten tijde van zijn overlijden. Van een verboden ongelijke behandeling als door appellante bedoeld is derhalve geen sprake.

3.7. Uit het vorenstaande vloeit voort dat het hoger beroep niet kan slagen, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

4. De Raad acht geen termen aanwezig toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake een vergoeding van proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door T.L. de Vries, in tegenwoordigheid van R.B.E. van Nimwegen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 september 2009.

(get.) T.L. de Vries.

(get.) R.B.E. van Nimwegen.

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH ’s-Gravenhage) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen inzake het begrip kring van verzekerden.

RB